ECLI:NL:RBROT:2025:15420

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
12 november 2025
Publicatiedatum
19 januari 2026
Zaaknummer
ROT 24/7313
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bestuurlijke boete voor overtreding van de Wet Dieren in slachterij

In deze uitspraak van de Rechtbank Rotterdam op 12 november 2025, wordt een bestuurlijke boete van € 2.500,- besproken die is opgelegd aan Vion Apeldoorn B.V. door de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit. De boete is opgelegd vanwege overtredingen van de Wet Dieren, waarbij is vastgesteld dat na de bedwelming van een varken de toestand van bewusteloosheid en gevoelloosheid niet werd aangehouden tot de dood van het dier. De rechtbank heeft de rechtmatigheid van de boete beoordeeld aan de hand van de beroepsgronden van eiseres, die stelde dat de toezichthouder onterecht had geconcludeerd dat het varken bij bewustzijn was tijdens het verbloeden. De rechtbank concludeert dat de waarnemingen van de toezichthouder, die constateerde dat het varken spontaan knipperde met de ogen na bedwelming, niet betwist zijn door eiseres. De rechtbank oordeelt dat de toezichthouder terecht heeft vastgesteld dat de bedwelming niet effectief was en dat de toestand van bewusteloosheid niet is aangehouden. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de opgelegde boete.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Bestuursrecht
zaaknummer: ROT 24/7313

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 12 november 2025 in de zaak tussen

Vion Apeldoorn B.V., uit Apeldoorn, eiseres

(gemachtigde: mr. J. Jansen),
en
De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, thans: De Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur, verweerder
(gemachtigde: mr. D.J. van der Bij).

Samenvatting

1. Deze uitspraak gaat over een bestuurlijke boete van € 2.500,- die verweerder aan eiseres heeft opgelegd vanwege overtreding van de Wet dieren. Eiseres is het niet eens met die boete. Zij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de rechtmatigheid van de boete.
1.1.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat is komen vast te staan dat eisers de haar verweten overtredingen heeft begaan en dat verweerder haar daarvoor de boete heeft kunnen opleggen. Eiseres krijgt dus geen gelijk en het beroep is dus ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2.
2.1.
Met het besluit van 22 maart 2024 (het boetebesluit) heeft verweerder aan eiseres een boete opgelegd van € 2.500,- omdat zij volgens verweerder bij of krachtens de Wet dieren gestelde voorschriften heeft overschreden. Met het bestreden besluit van 14 juli 2024 heeft verweerder de bezwaren van eiseres tegen het boetebesluit ongegrond verklaard.
2.2.
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Verweerder heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
2.3.
Eiseres heeft nadere stukken ingediend.
2.4.
De rechtbank heeft het beroep op 15 oktober 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van eiseres, vergezeld door [naam 1] en [naam 2]. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Namens verweerder zijn ook verschenen [naam 3] en [naam 4], toezichthoudend dierenartsen bij de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA).

Totstandkoming van het bestreden besluit

3. Op 24 maart 2023 was een toezichthouder van de NVWA op het slachthuis van eiseres aanwezig in verband met antemortem keuring van vleesvarkens. Op dat moment heeft de toezichthouder geconstateerd dat er overtredingen werden begaan van de Wet dieren. De toezichthouder heeft zijn bevindingen vastgelegd in een rapport van bevindingen van 12 februari 2024 (het rapport). Op basis daarvan heeft verweerder de boete opgelegd.
3.1.
In het rapport heeft de toezichthouder, voor zover hier van belang, het volgende beschreven:
“Bevinding(en):
Datum en tijdstip van de bevinding: 24 maart 2023 omstreeks 12:30 uur.
In het bedrijf aangesproken en gelegitimeerd aan: [naam 5] , functie: Medewerker Kwaliteitsdienst.
Tijdens mijn inspectie bevond ik mij bij het losbordes van het varkensslachthuis VION Apeldoorn B.V., waar de levende varkens voor de antemortem keuring gelost worden. Uit één vrachtwagen liep één varken tot op de losbordes en daarna bleef het varken stilstaan. Het varken wilde niet meer verder lopen. Het varken had geen afwijkingen, het was een klinisch gezond en daardoor slachtwaardig dier. Omdat het varken slachtwaardig was en niet meer verder wilde lopen, heeft het bedrijf vervolgens besloten om het varken ter plekke te bedwelmen, te steken en te laten verbloeden.
Vervolgens heeft de stalbaas het varken bedwelmd met de elektrische bedwelmingstang. Ik zag dat het varken werd bedwelmd met een elektrische tang (kop tot lichaam). Deze wijze van bedwelming wordt aangemerkt als eenvoudige bedwelming. Bij het correct uitvoeren van de elektrische bedwelming wordt elektrische stroom door de hersenen en het lichaam geleidt die gelijktijdig zowel een algemeen epileptisch insult opwekt alsook tot fibrillatie of een hartstilstand leidt, waardoor het dier onmiddellijk bewusteloos en gevoelloos is. Deze wijze van bedwelming dient gevolgd te worden door een methode die de dood garandeert,
zoals het snijden/steken om vervolgens dood te bloeden.
Na het bedwelming (kop tot lichaam), zag ik dat het varken spontaan knipperde met de ogen. Ik zag dat de stalbaas vervolgens het varken direct stak om te verbloeden zonder het verrichten van een controle op de bedwelming, zoals dreigreflex, ooglidreflex of corneareflex. Het spontaan knipperen met de ogen na bedwelming en vóór het steken alsook tijdens het verbloeden, is een teken van bewustzijn.
Vanwege het spontaan knipperen met de ogen stelde ik vast dat er een teken van bewustzijn aanwezig was vóór en tijdens het verbloeden (zie Tekenen van (afwezig zijn van) bewustzijn, gevoeligheid en leven bij verschillende bedwelmingsmethoden WLZVL-017, bijlage 4).
Na een correcte elektrische bedwelming van een varken behoort het dier niet spontaan te knipperen. Aangezien er tekenen van bewustzijn aanwezig waren na bedwelming en vóór het steken alsook tijdens het verbloeden, namelijk het spontaan knipperen met de ogen, stelde ik vast dat ernstig vermijdbare pijn, spanning en lijden niet werd voorkomen.
Ik stelde hiermee vast dat de toegepaste bedwelmingsmethode niet pijnloos leidde tot bewusteloosheid en gevoelloosheid. Ik zag namelijk dat hij spontaan knipperde na de bedwelming. […]”
4. Verweerders besluitvorming berust op het standpunt dat de toezichthouder blijkens het rapport heeft waargenomen dat na bedwelming van een varken de toestand van bewusteloosheid en gevoelloosheid niet werd aangehouden tot bij het dier de dood is ingetreden. Daardoor was het dier bij bewustzijn tijdens het verbloeden. Het onjuist bedwelmen en steken heeft aan het varken ernstige vermijdbare pijn, spanning en lijden toegebracht. Daarmee heeft eiseres volgens verweerder gehandeld in strijd met artikel 6.2, eerste lid, van de Wet dieren, gelezen in samenhang met artikel 5.8, van de Regeling houders van dieren en artikel 3, eerste lid, en artikel 4, eerste lid, van Verordening (EG) nr. 1099/2009. Verweerder heeft eiseres daarvoor een boete opgelegd van € 2.500,-.
Beoordeling door de rechtbank
5. Eiseres voert aan dat verweerder haar ten onrechte een boete heeft opgelegd omdat de toestand van bewusteloosheid niet zou zijn aangehouden totdat bij het dier de dood was ingetreden. Volgens eiseres stelt verweerder zich ten onrechte op het standpunt dat het varken bij bewustzijn was. Dat de toezichthouder heeft gezien dat het varken met de ogen knipperde betekent volgens eiseres niet automatisch dat het varken bij bewustzijn was, omdat dit ook voorkomt bij dieren die volledig buiten bewustzijn zijn. Ter onderbouwing van haar standpunt wijst eiseres op het rapport ‘Welfare of pigs at slaughter” van het Panel on Animal Health and Welfare van de European Food Safety Autority (EFSA) van 6 mei 2020. Hieruit volgt volgens eiseres onder meer dat een varken na elektrisch bedwelmen direct in elkaar zakt, vervolgens eerst een tonische en daarna een clonische aanval krijgt. Een clonische aanval veroorzaakt ritmische schokken en tijdens een dergelijke aanval zullen de spieren van varkens daarom meestal bewegen. Ook zijn de corneareflex en de pupilreflex tijdens de bewusteloosheid meestal afwezig. De door de toezichthouder geconstateerde ongecoördineerde spierbewegingen met de ogen en poten behoren bij een clonische aanval en duiden dus niet op bewustzijn. Verder wijst eiseres erop dat het varken alle in het rapport “Welfare Aspects of Animal Stunning and Killing methods” [1] genoemde signalen vertoonde die duiden op een effectieve bedwelming. Eiseres wijst ten slotte op het document “Humane Handling: Consciousness and Stunning” van het U.S. Department of Agriculture waaruit volgens haar blijkt dat het met de ogen knipperen en ademhalen niet automatisch betekent dat het dier bij bewustzijn is.
5.1.
Bij het nemen van het boetebesluit heeft verweerder zich gebaseerd op het rapport. Volgens vaste jurisprudentie van het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb) mag een bestuursorgaan in beginsel uitgaan van de bevindingen in een rapport van bevindingen, indien de controle is verricht en het rapport is opgemaakt door een hiertoe bevoegde toezichthouder en het rapport zelf geen grond biedt om aan de juistheid van de bevindingen te twijfelen. Een toezichthouder wordt geacht te beschikken over de benodigde expertise om het wettelijk geregelde toezicht te houden. Aan de bevindingen van een toezichthouder van de NVWA kan daarom niet lichtvaardig voorbij worden gegaan. Indien de bevindingen worden betwist, zal moeten worden onderzocht of er, gelet op de aard en inhoud van die betwisting, grond bestaat voor zodanige twijfel aan die bevindingen dat deze niet of niet volledig aan de vaststelling van de overtreding ten grondslag kunnen worden gelegd.
5.2.
Uit het rapport volgt dat de toezichthouder heeft waargenomen dat het varken spontaan knipperde met de ogen na bedwelming en voor het steken alsook tijdens het verbloeden. De rechtbank stelt vast dat eiseres de waarnemingen van de toezichthouder op zichzelf niet betwist, maar dat zij het niet eens is met de conclusies die worden getrokken op basis van deze waarnemingen. De rechtbank ziet in hetgeen eiseres heeft aangevoerd dan ook geen aanleiding te twijfelen aan de juistheid van deze waarnemingen.
5.3.1.
In dit geval werd het varken bedwelmd door middel van een elektrische tang (kop tot lichaam). Toezichthouders van de NVWA hanteren bij inspecties het werkvoorschrift WLZVL-017. In bijlage 4 daarvan zijn de tekenen van (afwezig zijn van) bewustzijn, gevoeligheid en leven bij verschillende bedwelmingsmethoden opgesomd. Anders dan eiseres betoogt is bij het opstellen van deze bijlage gebruik gemaakt van diverse wetenschappelijke bronnen, zodat geen grond bestaat voor het oordeel dat deze bijlage wegens een gebrek aan wetenschappelijke onderbouwing niet gebruikt kon worden.
5.3.2.
In de bijlage 4 wordt het beeld na een correcte elektrische bedwelming beschreven. Zo zal het dier onmiddellijk verstijven en neervallen en zal de tonische fase direct intreden, waarbij alle spieren verstijven. Deze fase wordt opgevolgd door de clonische fase waarbij sprake is van onwillekeurige schoppende bewegingen waarna een geleidelijke verslapping van de spieren optreedt. Tijdens de tonische en clonische fase is er geen ademhaling en zullen de ogen naar boven draaien en kortdurend kunnen trillen, en verwijden de pupillen geleidelijk. De corneareflex is soms aanwezig, maar moet tijdens het verbloeden snel verdwijnen en er mag er geen reactie zijn op het toedienen van een pijnprikkel. Als bovenstaande tekenen niet of onvolledig optreden is het dier niet goed bedwelmd.
5.3.3.
Bij elektrische bedwelming zijn in bijlage 4 van het werkvoorschrift als tekenen van (terugkerend) bewustzijn tijdens verbloeden genoemd: ritmisch ademen, positieve oogreflexen, spontaan knipperen met de ogen, pogingen om zich op te richten, geluid maken (gillen, grommen, kreunen en smakken).
5.4.
Voor de vraag of eiseres de haar verweten overtreding heeft begaan stelt de rechtbank voorop dat uit artikel 3, eerste lid, van Verordening 1099/2009 onder meer volgt dat bij het doden van dieren en daarmee verband houdende activiteiten geen sprake mag zijn van tekenen van bewustzijn bij de dieren. Zijn dieren bij bewustzijn dan kunnen zij immers – vermijdbare – pijn, spanning of lijden ervaren. Uit artikel 4 van Verordening 1099/2009 volgt daarnaast dat, nadat de dieren zijn bedwelmd, de toestand van bewusteloosheid en gevoelloosheid moet worden aangehouden tot bij het dier de dood is ingetreden. Dieren mogen na de bedwelming dus geen tekenen van bewustzijn meer vertonen tot bij hen de dood is ingetreden.
5.5.
Uit het rapport volgt dat het varken spontaan knipperde met de ogen na bedwelming en voor het steken alsook tijdens het verbloeden. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder zich op basis hiervan terecht op het standpunt gesteld dat het varken na te zijn bedwelmd nog tekenen van bewustzijn vertoonde en dat de toestand van bewusteloosheid en gevoelloosheid niet is aangehouden tot bij het dier de dood is ingetreden. Uit bijlage 4 van het werkvoorschrift blijkt immers dat bij een correcte elektronische bedwelming geen sprake mag zijn van spontaan knipperen en dat dit een teken is van (terugkerend) bewustzijn. In hetgeen eiseres heeft aangevoerd ziet de rechtbank geen aanleiding voor een ander oordeel. Uit de door haar overgelegde documenten blijkt dat tijdens de clonische fase sprake kan zijn van onwillekeurige schoppende bewegingen, maar daaruit blijkt niet dat het spontaan knipperen met de ogen daar ook bij hoort. Bovendien volgt onder meer uit het voormelde ESFA-rapport van 6 mei 2020 dat het spontaan knipperen veeleer een teken is dat de bedwelming niet effectief is geweest. Het door eiseres ingebrachte rapport van het U.S. Department of Agrigulture geeft evenmin aanleiding om aan te nemen dat dieren die spontaan knipperen niet bij bewustzijn zijn. Alleen als een dier onwillekeurige heen-en-weergaande oogbewegingen (involuntary and rapid back and forth eye motion) of een onregelmatige ademhaling heeft
engeen tekenen van bewustzijn vertoont, spreekt het rapport van een dier dat niet bij bewustzijn is. Echter in dit geval is geen sprake van dergelijke signalen, zodat eiseres zich tevergeefs beroept op het rapport. Het betoog dat het varken alle signalen vertoonde die erop wijzen dat de bedwelming wel effectief is geweest, volgt de rechtbank dan ook niet. Uit het rapport volgt dat het varken direct werd gestoken zonder dat een controle op de bedwelming werd verricht. Omdat de toestand van bewusteloosheid en gevoelloosheid moet worden aangehouden tot bij het dier de dood is ingetreden, had het op de weg van eiseres gelegen deze controles wel uit te voeren. Dat eiseres een slim camerasysteem heeft dat niet effectieve bedwelmingen herkent, doet hieraan niet af. Nog daargelaten de vraag of dit een geschikt controlemiddel is, heeft dit controlesysteem niet voorkomen dat het varken in kwestie nog tekenen van leven vertoonde tijdens het verbloeden.
5.6.
Nu het varken tekenen van bewustzijn vertoonde voor het steken en tijdens het verbloeden heeft verweerder zich terecht op het standpunt gesteld dat het varken niet juist is bedwelmd en dat is komen vast te staan dat eiseres de artikelen artikel 6.2, eerste lid, van de Wet dieren, gelezen in samenhang met artikel 5.8, van de Regeling houders van dieren en artikel 3, eerste lid, en artikel 4, eerste lid, van Verordening (EG) nr. 1099/2009 heeft overtreden. Verweerder heeft eiseres daarvoor in beginsel een boete op kunnen leggen.
6. Ten aanzien van de hoogte van de boete overweegt de rechtbank dat de wetgever reeds een afweging heeft gemaakt welke boetes bij een bepaalde overtreding evenredig moet worden geacht. Het met de regelgeving gediende doel, bescherming van het dierenwelzijn, staat voorop. De rechtbank acht de basisboete van € 2.500,- voor de overtredingen zoals hier aan de orde in beginsel evenredig. Gelet op de aard en de ernst van de overtreding acht de rechtbank een boete van € 2.500,- in dit geval passend en geboden. Dat bij eiseres ook andere overtredingen zijn geconstateerd en dat daarvoor ook afzonderlijk boetes zijn opgelegd, maakt onderhavige boete niet onevenredig.
Conclusie en gevolgen
7. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat verweerder eiseres terecht een boete heeft opgelegd. Eiseres krijgt daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. L.E.M. Wilbers-Taselaar, rechter, in aanwezigheid van mr. N.S.J. Letschert, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 12 november 2025.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het College van Beroep voor het bedrijfsleven waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het College van Beroep voor het bedrijfsleven, Postbus 20021, 2500 EA ’s-Gravenhage.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van het College van Beroep voor het bedrijfsleven vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.“Welfare Aspects of Animal Stunning and Killing methods” van de European Food Safety Authority (EFSA) van 15 juni 2004, kenmerk AHAW/04-027.