In deze civiele zaak, behandeld door de Rechtbank Rotterdam, heeft eiseres Bosman Watermanagement B.V. een vordering ingesteld tegen gedaagden wegens tekortkomingen in de uitvoering van herstelwerkzaamheden aan slijtringen in twee pompen. De rechtbank heeft op 24 december 2025 uitspraak gedaan na een eerder tussenvonnis van 19 maart 2025, waarin een deskundige was benoemd om de kwaliteit van het herstel te beoordelen. De deskundige concludeerde dat gedaagden, ondanks dat de voorgestelde methode adequaat was, niet de juiste voorbehandeling hebben toegepast, wat leidde tot een onjuiste hechting van het materiaal. De rechtbank oordeelde dat gedaagden tekortgeschoten zijn in de nakoming van de overeenkomst en veroordeelde hen tot betaling van herstelkosten van € 83.893,82, rente, incassokosten en beslagkosten. De proceskosten werden eveneens aan gedaagden opgelegd, omdat zij grotendeels ongelijk kregen. Dit vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.