ECLI:NL:RBROT:2025:15394

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
18 december 2025
Publicatiedatum
16 januari 2026
Zaaknummer
C/10/692690 / FA RK 25-329
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Echtscheiding en zorgregeling tussen ouders met minderjarige kinderen

In deze zaak heeft de Rechtbank Rotterdam op 18 december 2025 een beschikking gegeven in een echtscheidingsprocedure tussen een vrouw en een man, die samen twee minderjarige kinderen hebben. De vrouw heeft op 15 januari 2025 een verzoekschrift tot echtscheiding ingediend, waarbij zij ook een aanvullend verzoekschrift op 6 juni 2025 heeft ingediend. Tijdens de procedure hebben de minderjarigen hun mening kenbaar gemaakt aan de kinderrechter, en op 21 november 2025 heeft een mondelinge behandeling plaatsgevonden. De rechtbank heeft vastgesteld dat de ouders afspraken hebben gemaakt over het herstel van het contact tussen de man en de kinderen, die hun vader al lange tijd niet meer hadden gezien en hem misten. De rechtbank heeft deze afspraken vastgelegd in de beschikking.

De rechtbank heeft de echtscheiding uitgesproken, omdat de man de duurzame ontwrichting van het huwelijk niet heeft betwist. De hoofdverblijfplaats van de minderjarigen is bij de vrouw vastgesteld, en de rechtbank heeft een zorgregeling goedgekeurd waarbij de kinderen om de twee weken bij de man verblijven. De rechtbank heeft ook bepaald dat de man een bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de kinderen moet betalen, en dat de huur van de echtelijke woning aan de vrouw wordt toegewezen. De proceskosten zijn gecompenseerd, zodat elke partij zijn eigen kosten draagt. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad, behalve ten aanzien van de echtscheiding.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team familie
zaaknummer/ rekestnummer: C/10/692690 / FA RK 25-329
Beschikking van 18 december 2025 over de echtscheiding
in de zaak van:
[naam vrouw], hierna: de vrouw,
wonende te [woonplaats] ,
advocaat mr. C.J. Berghout te Den Haag,
t e g e n
[naam man], hierna: de man,
zonder bekende woon- of verblijfplaats binnen en buiten Nederland.
feitelijk verblijvende te Purmerend.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
  • het verzoekschrift met bijlagen van de vrouw, ingekomen op 15 januari 2025;
  • het aanvullende/gewijzigde verzoekschrift van de vrouw, ingekomen op 6 juni 2025.
1.2.
Binnen de door de rechtbank gestelde termijn is geen verweerschrift ingekomen.
1.3.
De minderjarigen zijn, gelet op hun leeftijd, in de gelegenheid gesteld hun mening kenbaar te maken. De minderjarigen hebben hier gebruik van gemaakt in gesprek met de kinderrechter op 13 oktober 2025.
1.4.
Naar aanleiding van de kind gesprekken heeft een mondelinge behandeling van de zaak plaatsgevonden op 21 november 2025. Daarbij zijn verschenen:
  • de vrouw, bijgestaan door haar advocaat;
  • de man;
  • de raad voor de kinderbescherming Rotterdam-Dordrecht (hierna: de raad), als adviseur, vertegenwoordigd door [persoon A] .

2.De vaststaande feiten

2.1.
Partijen zijn met elkaar gehuwd te Capelle aan den IJssel op [huwelijksdatum] .
2.2.
De minderjarige kinderen van partijen zijn:
[minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2013 te [geboorteplaats] ,
[minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2016 te [geboorteplaats]
2.3.
Partijen hebben de Nederlandse nationaliteit.

3.De beoordeling

3.1.
Scheiding
3.1.1.
De vrouw verzoekt de echtscheiding subsidiair scheiding van tafel en bed tussen partijen uit te spreken. Zij stelt dat het huwelijk duurzaam is ontwricht.
3.1.2.
Op grond van artikel 815 lid 2 Rv, voor zover hier van belang, moet een (inleidend) verzoekschrift tot echtscheiding een ouderschapsplan bevatten met afspraken over de minderjarige kinderen van partijen over wie zij al dan niet gezamenlijk het gezag uitoefenen. Het ouderschapsplan is in de wet geformuleerd als een processuele eis bij een verzoek tot echtscheiding. De rechtbank heeft daarom de bevoegdheid een echtgenoot in het verzoek tot echtscheiding niet-ontvankelijk te verklaren, tenzij er redenen zijn om aan te nemen dat het ouderschapsplan redelijkerwijs niet kan worden overgelegd (artikel 815 lid 6 Rv).
3.1.3.
De vrouw heeft geen ouderschapsplan overgelegd. De vrouw heeft voldoende gemotiveerd dat het voor haar op dit moment redelijkerwijs niet mogelijk is een door beide partijen akkoord bevonden ouderschapsplan over te leggen. De rechtbank ontvangt de vrouw daarom in haar verzoek tot echtscheiding.
3.1.4.
De man betwist de gestelde duurzame ontwrichting niet.
3.1.5.
Het verzoek tot echtscheiding wordt, als niet weersproken en op de wet gegrond, toegewezen.
3.2.
Verblijfplaats
3.2.1.
De vrouw verzoekt te bepalen dat de hoofdverblijfplaats van de minderjarigen bij haar zal zijn.
3.2.2.
De man verweert zich niet tegen dit verzoek.
3.2.3.
De rechtbank beslist volgens het verzoek, omdat dit verzoek niet is weersproken en op de wet is gegrond. Niet is gebleken dat het belang van de minderjarigen zich hiertegen verzet.
3.3.
Zorgregeling
3.3.1.
De vrouw verzoekt een regeling van de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken (hierna: zorgregeling) vast te stellen, waarbij de man de kinderen bij zich zal hebben eens in de twee weken van vrijdag na school tot zondag na het eten en gedurende de helft van de vakantie- en feestdagen.
3.3.2.
Uit de kindgesprekken komt naar voren dat de minderjarigen sinds april/mei 2025 geen contact meer hebben met de man. Zij missen hun vader en willen hem graag weer zien. De regeling zoals de vrouw verzoekt sluit aan bij hun wens, waarbij het belangrijk is dat de ouders stoppen met ruzie maken. De man en de vrouw bevestigen dat de omgang stil is komen te liggen en dat er tussen hen vaak ruzies zijn geweest. De vrouw heeft inmiddels gezinstherapie ingeschakeld waar zij en de kinderen veel baat bij hebben. Partijen zijn het allebei ermee eens om het contact van de man met de minderjarigen spoedig te hervatten. Afgesproken is dat de minderjarigen met ingang van vrijdag 28 november 2025 iedere twee weken vanaf vrijdag na school tot zondag na het eten (tussen 19.00 uur en 20.00 uur) bij de man verblijven. De man zal de minderjarigen telkens halen en brengen bij de vrouw.
Daarnaast verblijven de minderjarigen de helft van de zomervakantie bij de man, namelijk twee weken in de bouwvakantie en de week daaraan vooraf. De overige weken van de zomervakantie zijn de minderjarigen bij de vrouw.
Voor 2026 is afgesproken dat de minderjarigen in de meivakantie bij de vrouw verblijven en dat zij de voorjaars- en herfstvakantie bij de man doorbrengen.
Partijen communiceren via e-mail over de omgang of andere belangrijke zaken betreffende de minderjarigen.
3.3.3.
De rechtbank complimenteert de ouders dat zij goed naar de wensen van de minderjarigen hebben geluisterd en dat de minderjarigen hun vader weer regelmatig zullen zien. De rechtbank zal hetgeen partijen zijn overeengekomen opnemen in de beschikking, omdat de verzochte regeling verzet overeenkomt met de wens van de minderjarigen en in hun belang is.
3.4.
Huurrecht woning ( [adres] , [postcode] Capelle a/d IJssel)
3.4.1.
De vrouw verzoekt het huurrecht van de woning.
3.4.2.
De man verzet zich niet tegen dit verzoek.
3.4.3.
De rechtbank beslist volgens het verzoek, omdat dit verzoek niet is weersproken en op de wet is gegrond.
3.5.
Onderhoudsbijdrage
3.5.1.
De vrouw verzoekt een door de man te betalen bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de minderjarigen (hierna ook: kinderbijdrage) van € 230,- per maand per kind vast te stellen, met ingang van de datum indienen verzoekschrift tot echtscheiding (15 januari 2025).
3.5.2.
De man verweert zich niet tegen dit verzoek.
3.5.3.
De rechtbank beslist volgens het verzoek, omdat dit verzoek niet is weersproken en op de wet is gegrond. Tijdens de mondelinge behandeling hebben partijen een afspraak gemaakt over het inlopen van de achterstand, die is ontstaan omdat de kinderalimentatie met terugwerkende kracht wordt vastgesteld. De achterstand zal met € 330,-- per maand worden ingelopen, zodat de man in totaal € 790,- per maand zal betalen totdat de achterstand is ingelopen.
3.6.
Proceskosten
3.6.1.
De vrouw verzoekt te bepalen dat man de advocaatkosten van de vrouw ad
€ 3.500,- en de deurwaarderskosten ad € 135,- dient te voldoen.
3.6.2.
De rechtbank ziet geen aanleiding om af te wijken van het uitgangspunt dat de proceskosten in familierechtelijke procedures in beginsel worden gecompenseerd, in die zin dat elk van de partijen de eigen kosten draagt. De rechtbank zal het verzoek van de vrouw daarom afwijzen en bepalen dat elk van de partijen de eigen kosten draagt.

4.De beslissing

De rechtbank:
4.1.
spreekt uit de echtscheiding tussen partijen, gehuwd op [huwelijksdatum] te Capelle aan den IJssel;
4.2.
bepaalt dat de hoofdverblijfplaats van de minderjarigen bij de vrouw zal zijn;
4.3.
neemt op de onderlinge regeling die partijen over de zorgregeling hebben getroffen, te weten:
de minderjarigen verblijven met ingang van vrijdag 28 november 2025 iedere twee weken vanaf vrijdag na school tot zondag na het eten (tussen 19.00 uur en 20.00 uur) bij de man. De man haalt en brengt de minderjarigen.
De minderjarigen zijn de helft van de zomervakantie bij de man, namelijk twee weken in de bouwvakantie en de week daaraan vooraf. De overige weken van de zomervakantie verblijven zij bij de vrouw.
Voor 2026 is afgesproken dat de minderjarigen in de meivakantie bij de vrouw verblijven en dat zij de voorjaars- en herfstvakantie bij de man doorbrengen.
Partijen communiceren via e-mail over de omgang of andere belangrijke zaken betreffende de minderjarigen;
4.4.
bepaalt dat de vrouw met ingang van het tijdstip waarop de echtscheidings-beschikking zal zijn ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand, huurster zal zijn van de echtelijke woning aan het [adres] ( [postcode] ) te Capelle aan den IJssel;
4.5.
bepaalt dat de man aan de vrouw met ingang van 15 januari 2025 als bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de minderjarigen, voor de toekomstige termijnen steeds bij vooruitbetaling zal voldoen € 230,- per maand per kind;
4.6.
neemt op de overeenstemming tussen partijen dat de achterstand in de kinderalimentatie wordt ingelopen met € 330,- per maand.
4.7.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad, behalve ten aanzien van de echtscheiding;
4.8.
compenseert de proceskosten aldus dat iedere partij de eigen kosten draagt;
4.9.
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mr. H.C.A. de Groot, (kinder)rechter, en in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van M.H. van Leeuwen, griffier, op 18 december 2025.
Tegen de eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
- de verschenen partij(en), binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
- de niet verschenen partij(en), binnen drie maanden na de betekening van de beschikking aan hem/haar in persoon of binnen drie maanden nadat deze op een andere manier is betekend en openbaar is gemaakt door het plaatsen van een uittreksel van de beschikking in de Staatscourant.