In deze zaak heeft de Rechtbank Rotterdam op 18 december 2025 een beschikking gegeven in een echtscheidingsprocedure tussen een vrouw en een man, die samen twee minderjarige kinderen hebben. De vrouw heeft op 15 januari 2025 een verzoekschrift tot echtscheiding ingediend, waarbij zij ook een aanvullend verzoekschrift op 6 juni 2025 heeft ingediend. Tijdens de procedure hebben de minderjarigen hun mening kenbaar gemaakt aan de kinderrechter, en op 21 november 2025 heeft een mondelinge behandeling plaatsgevonden. De rechtbank heeft vastgesteld dat de ouders afspraken hebben gemaakt over het herstel van het contact tussen de man en de kinderen, die hun vader al lange tijd niet meer hadden gezien en hem misten. De rechtbank heeft deze afspraken vastgelegd in de beschikking.
De rechtbank heeft de echtscheiding uitgesproken, omdat de man de duurzame ontwrichting van het huwelijk niet heeft betwist. De hoofdverblijfplaats van de minderjarigen is bij de vrouw vastgesteld, en de rechtbank heeft een zorgregeling goedgekeurd waarbij de kinderen om de twee weken bij de man verblijven. De rechtbank heeft ook bepaald dat de man een bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de kinderen moet betalen, en dat de huur van de echtelijke woning aan de vrouw wordt toegewezen. De proceskosten zijn gecompenseerd, zodat elke partij zijn eigen kosten draagt. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad, behalve ten aanzien van de echtscheiding.