Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.De procedure
- mevrouw P.S. Kootstra, werkzaam bij Geldplein (hierna: schuldhulpverlening);
- [naam], werkzaam bij stichting Havensteder, gevestigd te Rotterdam (hierna: verweerster).
Rechtbank Rotterdam
In deze zaak heeft de Rechtbank Rotterdam op 1 december 2025 uitspraak gedaan in een verzoek om een voorlopige voorziening op grond van artikel 287b van de Faillissementswet (Fw). Verzoeker had op 4 november 2025 een verzoekschrift ingediend, waarin hij vroeg om een moratorium voor een periode van zes maanden, om te voorkomen dat verweerster, een woningcorporatie, het vonnis van 8 oktober 2025 tot ontruiming van zijn woning ten uitvoer zou leggen. Tijdens de zitting op 21 november 2025 is verzoeker echter niet verschenen, ondanks een behoorlijke oproeping. De rechtbank heeft vastgesteld dat verzoeker niet reageert op verzoeken van schuldhulpverlening en dat zijn PW-uitkering is opgeschort omdat hij geen stukken heeft aangeleverd. Verweerster heeft aangevoerd dat er sinds mei 2025 geen huur meer is betaald en dat er onvoldoende waarborgen zijn dat de lopende huurtermijnen kunnen worden voldaan. De rechtbank heeft geoordeeld dat er sprake is van een bedreigende situatie, maar dat het belang van verweerster om het vonnis tot ontruiming uit te voeren zwaarder weegt dan het belang van verzoeker om in de woning te blijven. Daarom is het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen en is verzoeker niet-ontvankelijk verklaard in zijn verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling. Verzoeker kan in de toekomst een nieuw verzoek indienen indien nodig.