Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.De procedure
- verzoekster;
- mr. D.A. IJpelaar, werkzaam bij JAW Advocaten (hierna: advocaat);
- mevrouw A.D.V. Martina, werkzaam bij stichting Woonstad Rotterdam, gevestigd te Rotterdam (hierna: verweerster).
Rechtbank Rotterdam
Verzoekster heeft een voorlopige voorziening ex artikel 287b Faillissementswet gevraagd om uitvoering van een ontruimingsvonnis op te schorten. De ontruiming was gepland vanwege betalingsachterstanden op de huur.
De rechtbank constateert een bedreigende situatie omdat de ontruiming op korte termijn zou plaatsvinden. Verzoekster ontvangt een PW-uitkering en toeslagen die voldoende zijn om de lopende huur te betalen. Tevens is schuldhulpverlening via Geldplein opgestart en zal budgetbeheer worden ingevoerd.
De rechtbank weegt het belang van verzoekster om in de woning te blijven en schuldhulpverlening te doorlopen zwaarder dan het belang van verweerster om het vonnis uit te voeren. Daarom wordt de voorlopige voorziening voor zes maanden toegewezen onder de voorwaarde dat de huurtermijnen tijdig worden voldaan.
Daarnaast wordt verzoekster niet-ontvankelijk verklaard in haar verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling ex artikel 284, tweede lid, Fw, omdat het minnelijk traject nog niet is afgerond. Verzoekster kan later een nieuw verzoek indienen.
De uitspraak is gedaan door rechter E.A. Vroom op 1 december 2025.
Uitkomst: De rechtbank wijst de voorlopige voorziening toe en schort de ontruiming van de huurwoning voor zes maanden op onder de voorwaarde dat de huurtermijnen tijdig worden voldaan.