Uitspraak
RECHTBANK Rotterdam
1.De zaak in het kort
2.De procedure
- de conclusie van antwoord, tevens houdende eis in reconventie van 7 mei 2025 met producties 1-6;
3.De feiten
4.Het geschil
5.De beoordeling
“Bestel maar nieuwe, ik neem die kosten wel (…)”.De factuur inzake het project [projectnaam 18] moest [gedaagde] betalen, omdat zij dat bij het bestellen heeft toegezegd. Het aanbod van [gedaagde] om alsnog te bewijzen dat deze bestelling nodig was om een gebrekkig geleverd kozijn te vervangen, wordt gepasseerd omdat dat bewijs, als het geleverd wordt, niet tot een andere uitkomst leidt.
“We gaan nieuwe vleugel voor jou bestellen en naar jou factureren (…)”; email 24 maart 2023 van [gedaagde]
“Ik hoor het wel als jullie toch menen dat dit gefactureerd moet worden. Ik vind het werkelijk onbegrijpelijk”; email 17 juli 2023 van [gedaagde] :
“We hebben het paneel toch nodig, dus bestel maar...”.) [gedaagde] heeft op deze manier niet voldaan aan haar klachtplicht (artikel 6:89 BW Pro), maar heeft de verwachting gewekt bij Bowido dat [gedaagde] de problemen voor eigen rekening zou oplossen. Aan die verwachting droeg bij dat [gedaagde] nadien bij Bowido bestellingen is blijven plaatsen voor een totaalbedrag van € 123.580,60 zonder de oude facturen nog ter discussie te stellen. Ook tijdens het overleg in mei 2024 over het terugbrengen van de schuld van [gedaagde] aan Bowido heeft [gedaagde] deze oude facturen niet opgebracht. Dat heeft [gedaagde] pas gedaan in deze procedure.
6.De beslissing
[3669/106]