ECLI:NL:RBROT:2025:15368

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
16 december 2025
Publicatiedatum
15 januari 2026
Zaaknummer
10/126452-24 en 10/285575-23 (gevoegd ttz) / TUL 10/056605-23
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling van mishandeling en diefstal met geweld in het jeugdstrafrecht

Op 16 december 2025 heeft de Rechtbank Rotterdam uitspraak gedaan in een strafzaak tegen een 17-jarige verdachte, die zich schuldig heeft gemaakt aan meerdere strafbare feiten, waaronder mishandeling en diefstal met geweld. De verdachte is veroordeeld tot een jeugddetentie van 173 dagen, waarvan 90 dagen voorwaardelijk, en een werkstraf van 50 uur. De rechtbank heeft vastgesteld dat de verdachte, samen met anderen, een gewapende overval heeft gepleegd op een winkel, waarbij hij onder bedreiging van een vuurwapen geld heeft geëist. Daarnaast heeft hij zich schuldig gemaakt aan bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht en zware mishandeling. De rechtbank heeft rekening gehouden met de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, waaronder zijn leeftijd en eerdere veroordelingen. De rechtbank heeft de verdachte als verminderd toerekeningsvatbaar beschouwd vanwege een antisociale-persoonlijkheidsstoornis en ADHD. De rechtbank heeft de vordering van de benadeelde partij afgewezen, omdat deze niet in dit strafproces kon worden meegenomen. De rechtbank heeft de vordering tot tenuitvoerlegging van een eerder vonnis afgewezen, gezien de persoonlijke omstandigheden van de verdachte en het tijdsverloop.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team jeugd
Parketnummers: 10/126452-24 en 10/285575-23 (gevoegd ttz)
Parketnummer vordering TUL: 10/056605-23
Datum uitspraak: 16 december 2025
Tegenspraak
Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de gevoegde zaken tegen de verdachte:
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2006,
ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres:
[adres] , [postcode] te [woonplaats] ,
raadsvrouw: mr. Y.M. Schrevelius, advocaat te Rotterdam.

1.Onderzoek op de terechtzitting

Gelet is op het onderzoek op de besloten terechtzitting van 16 december 2025.

2.Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaardingen. De tekst van de tenlasteleggingen is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

3.Eis officier van justitie

De officier van justitie mr. A.H.A. de Bruijne heeft gevorderd:
  • bewezenverklaring van het onder parketnummer 10/126452-24 onder 1 ten laste gelegde, met partiële vrijspraak van het medeplegen, en bewezenverklaring van het onder 2 ten laste gelegde;
  • bewezenverklaring van het onder parketnummer 10/285575-23 ten laste gelegde;
  • veroordeling van de verdachte tot jeugddetentie voor de duur van 173 dagen, met aftrek
  • met opdracht aan Reclassering Nederland tot het houden van toezicht op de naleving van de bijzondere voorwaarden en de verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden;
  • veroordeling van de verdachte tot een werkstraf van 50 uur.

4.Waardering van het bewijs

4.1.
Bewezenverklaring
De verdachte heeft de aan hem ten laste gelegde feiten bekend. Deze feiten worden bewezen verklaard, mede gelet op de overige bewijsmiddelen genoemd in bijlage II. Daarbij maakt de rechtbank de volgende kanttekening. De feiten 1 en 2 van parketnummer 10/126452-24 zijn ten laste gelegd als gepleegd samen met een ander of anderen, dus als medeplegen. De rechtbank is met de officier van justitie en de verdediging van oordeel dat feit 1 van dit parketnummer door de verdachte alléén is begaan, dus niet samen met anderen. Feit 2 van dit parketnummer is wel gepleegd samen met een ander, dit op basis van de snapchatgesprekken over het vuurwapen die zijn aangetroffen op de telefoon van de verdachte.
Het is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de ten laste gelegde feiten als volgt heeft begaan:
parketnummer 10/126452-24:
1
hij, op
of omstreeks12 april 2024, te Rotterdam
, althans in Nederland,op het Ericaplein,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
[slachtoffer 1] en
/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of[slachtoffer 4] en
/of[slachtoffer 5] en
/of meerdere althans éénaldaar aanwezige perso
(o)n
(en
)heeft bedreigd
met enig misdrijf tegen het leven gericht, en
/ofmet zware mishandeling, door
-
(dreigend
)aan voornoemde perso
(o)n
(en
)een vuurwapen (
(omgebouwd alarm
)pistool) te tonen en
/of
- meermalen
althans eenmaalmet dit vuurwapen in de lucht
(proberen
)te schieten en
/of
-
meermalen althanseenmaal dit vuurwapen doorladen;
2
hij op
of omstreeks12 april 2024 te Rotterdam
, althans in Nederland, alleen, althans
tezamen en in vereniging met
(een
)ander
(en), een wapen als bedoeld in artikel 2 lid 1 Categorie III onder 1º van de Wet wapens en munitie, te weten een vuurwapen in de zin van artikel 1, onder 3º van die wet in de vorm van een
(omgebouwd gas
)pistool van het merk BBM Bruni model 92, kaliber 7.65mm en
/of (daarbij
) (voor dit vuurwapen geschikte
)munitie in de zin van artikel 1, lid 1 onder 4, gelet op artikel 2 lid 2 van categorie III van de Wet wapens en munitie, te weten drie kogelpatronen, kaliber 7.65mm, voorhanden heeft gehad;
parketnummer 10/285575-23:
hij
op
of omstreeks19 januari 2023
te Spijkenisse, gemeente Nissewaard
tezamen en in vereniging met
een of meeranderen
, althans alleen,
geld (1070 euro
, althans enig geldbedrag),
in elk geval enig goed,dat
/die geheel of ten deleaan [naam toko] ,
in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s)toebehoorde
(n)heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen,
terwijl deze diefstal werd voorafgegaan
,envergezeld
en/of gevolgdvan geweld en
/of
bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 6] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken,
of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,door
- op luide toon te roepen: "Hier met dat geld, opschieten",
althans woorden van gelijke aard en/of strekkingen
/of
-
(hierbij
)een machete
, althans een scherp en/of puntig voorwerpte tonen en
/of
- met kracht te slaan op een
(plexiglas
)scherm, waardoor dit scherm kapot ging.
Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

5.Strafbaarheid feiten

De bewezen feiten leveren op:
parketnummer 10/126452-24:
1.
bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht en met zware mishandeling;

2.

de eendaadse samenloop van medeplegen van handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III

en
medeplegen van handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie;
parketnummer 10/285575-23:
diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, gepleegd door twee of meer verenigde personen.
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. De feiten zijn dus strafbaar.

6.Strafbaarheid verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

7.Motivering straffen

7.1.
Algemene overweging
De straffen die aan de verdachte worden opgelegd, zijn gegrond op de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.
7.2.
Feiten waarop de straffen zijn gebaseerd
De verdachte heeft zich op zestienjarige leeftijd samen met anderen schuldig gemaakt aan een gewapende overval op [naam toko] . Hierbij hebben de verdachte en zijn medeverdachten de medewerker van de toko onder bedreiging van een machete gedwongen tot afgifte van geld uit de kassalade. Ook heeft één van hen het plexiglas voor de kassa kapotgeslagen. De verdachten zijn uiteindelijk met een geldbedrag weggevlucht. Zij hebben met hun handelen voor het slachtoffer een zeer bedreigende en beangstigende situatie gecreëerd, waarbij ernstig inbreuk is gemaakt op het gevoel van veiligheid. De verdachten hebben kennelijk alleen oog gehad voor hun eigen financieel gewin.
Vervolgens heeft de verdachte zich op zeventienjarige leeftijd schuldig gemaakt aan bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht en met zware mishandeling, door op de openbare weg en terwijl daar meerdere personen bij aanwezig waren een omgebouwd gaspistool te tonen, met het pistool in de lucht proberen te schieten en het pistool door te laden. Het is een feit van algemene bekendheid dat de impact van dergelijke feiten op slachtoffers groot is. Bovendien brengt het enkele voorhanden hebben van een vuurwapen en munitie grote risico’s voor de veiligheid van personen met zich. Het ongecontroleerde bezit van wapens kan leiden tot het plegen van ernstige geweldsdelicten.
Beide feiten veroorzaken daarnaast breder binnen de samenleving gevoelens van angst en onveiligheid en vormen een ernstige inbreuk op de rechtsorde. De rechtbank rekent dat de verdachte zwaar aan.
7.3.
Persoonlijke omstandigheden van de verdachte
7.3.1.
Strafblad
De verdachte is eerder veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten.
7.3.2.
Rapportages en verklaringen van deskundigen op de terechtzitting
GZ-psycholoog drs. [persoon A](NIFP) heeft een rapport over de verdachte opgemaakt, gedateerd 12 augustus 2024.
Dit rapport houdt het volgende in.
  • Bij de verdachte is sprake van een antisociale-persoonlijkheidsstoornis en een aandachtdeficiëntie -/hyperactiviteitsstoornis. Dit wordt gekenmerkt door een weinig reëel zelfbeeld, een geringe zelfsturing en beperkingen in het interpersoonlijk functioneren vanuit cognitieve vervormingen (denkfouten) en een gebrekkig inlevingsvermogen. De beschreven beperkingen zijn al langere tijd onderdeel van verdachtes gedragsrepertoire en zijn van invloed geweest op de onder parketnummer 10/126452-24 onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten.
  • De psycholoog adviseert om de verdachte feit 1 (indien bewezen) in een verminderde mate toe te rekenen. De verdachte heeft onvoldoende geleerd om zijn eigen wensen te onderdrukken en te reguleren. Hij is gevoelig voor krenking, is snel geprikkeld en heeft concentratieproblemen. Deze combinatie veroorzaakt bij hem een beperking in zijn impulscontrole. De verdachte is daarmee ‘slaaf’ van zijn eigen impulsen.
  • De psycholoog concludeert dat er een matig/hoog risico wordt geconstateerd voor de kans op mogelijk toekomstig gewelddadig gedrag.
  • Geadviseerd wordt om een jeugddetentie op te leggen met een proeftijd waarin hij zich dient te houden aan de aanwijzingen van de reclassering. De psycholoog adviseert vanwege de leeftijd van de verdachte, de transitie naar volwassenheid en de inschatting van de kans op recidive om het toezicht te laten uitvoeren door de volwassen reclassering. Als bijzondere voorwaarde wordt geadviseerd om hem de interventie agressieregulatie (AR) op Maat te laten volgen bij een ambulante forensische polikliniek.
De Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad)heeft een rapport over de verdachte opgemaakt, gedateerd 8 december 2025.
Dit rapport houdt het volgende in.
- De Raad complimenteert de verdachte voor zijn positieve gedragsverandering de afgelopen twee jaren. Hierbij is de ondersteuning van de ouders van de verdachte een belangrijke beschermende factor. Om de positieve groei voort te zetten is het noodzakelijk dat dat de verdachte een positieve vrijetijd-en dagbesteding behoudt, zich focust op werk en/of een opleiding en afstand houdt van antisociale contacten.
- Wel zijn er ook nog risicofactoren. Zo laat de jeugdreclassering weten dat de verdachte, ondanks de start van zijn agressieregulatie therapie, nog altijd kan reageren uit een directe impuls. Hij denk dat niet na over de gevolgen van zijn handelen. De Raad acht het daarom van belang dat de verdachte zijn agressieregulatie therapie positief afrondt en dat hij verder wordt begeleid in het strafrechtelijk justitiële kader om ook op langere termijn de kans op herhaling te verkleinen.
- Het is belangrijk dat er een duidelijk signaal wordt gegeven aan de verdachte dat zijn handelen desastreus had kunnen aflopen en dat zijn gedrag maatschappelijk ontoelaatbaar is.
- De Raad adviseert daarom een deels voorwaardelijke jeugddetentie op te leggen, met een proeftijd van één jaar, waarvan het onvoorwaardelijke deel gelijk dient te staan aan het voorarrest, onder bijzondere voorwaarden.
Deskundige [persoon B], werkzaam als jeugdreclasseerder bij Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond, heeft op de zitting naar voren gebracht dat de verdachte grote stappen heeft gezet de afgelopen periode. De jeugdreclassering ervaart een goede samenwerking, de verdachte is gemotiveerd voor de hulp en is reeds gestart met de geadviseerde agressieregulatie therapie. Hij is rustiger, heeft een baan en heeft afstand gedaan van de jongeren waar hij mee omging. De ouders van de verdachte zijn zeer betrokken en hebben hem altijd gesteund. Via zijn vader heeft de verdachte een baan gekregen, wat het makkelijker maakt om mee te draaien in de maatschappij. Wel worden nog altijd zorgen en risico’s gezien. De verdachte functioneert goed op rustige momenten, maar kan soms een rode lap voor zijn ogen krijgen. Hij is zich hiervan bewust en probeert op die momenten de situatie in perspectief te brengen. Het is hiervoor belangrijk dat zijn behandeling wordt voortgezet voor zolang de betrokken reclassering dat nodig acht. De jeugdreclasseerder gaat mee in het advies van de Raad en acht het passend dat Reclassering Nederland betrokken raakt. Ten aanzien van de vordering tenuitvoerlegging adviseert de jeugdreclasseerder om deze af te wijzen en een deel om te zetten in een werkstraf. Het is niet in het belang van de verdachte om weer terug te gaan naar de jeugdgevangenis. Het risico bestaat dat dit een averechts effect heeft.
7.4.
Conclusies van de rechtbank
Gelet op de leeftijd van de verdachte ten tijde van de strafbare feiten (17 jaar) is het jeugdstrafrecht van toepassing. In het jeugdstrafrecht ligt de nadruk minder op het straffen zelf, en meer op gedragsverandering, begeleiding en heropvoeding van minderjarigen. Daarbij moet rekening worden gehouden met de fase van hun ontwikkeling.
Toerekeningsvatbaarheid
De conclusies van de GZ-psycholoog worden gedragen door haar bevindingen. De rechtbank neemt die conclusies over. Nu bij de verdachte sprake is van een antisociale-persoonlijkheidsstoornis en een aandachtdeficiëntie -/hyperactiviteitsstoornis die ook aanwezig waren ten tijde van het onder parketnummer 10/126452-24 onder 1 ten laste gelegde feit acht de rechtbank de verdachte voor dit feit verminderd toerekeningsvatbaar.
Straffen
Gezien de ernst van de feiten kan niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van een jeugddetentie. Bij de bepaling van de duur van de jeugddetentie heeft de rechtbank gekeken naar straffen die in soortgelijke zaken worden opgelegd en gelet op de oriëntatiepunten van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS). De rechtbank houdt er in het voordeel van de verdachte rekening mee dat hij sinds 4 juli 2024 in een schorsing van de voorlopige hechtenis loopt en dat hij zich goed heeft gehouden aan zijn schorsingsvoorwaarden. De verdachte stelt zich begeleidbaar op, werkt mee aan de ingezette behandeling en neemt verantwoordelijkheid voor wat hij heeft gedaan.
Verder houdt de rechtbank in deze zaak rekening met de overschrijding van de redelijke termijn. Bij de berechting van een jeugdstrafzaak, waarbij geen sprake is van bijzondere omstandigheden heeft als uitgangspunt te gelden dat de behandeling van de zaak op de terechtzitting dient te zijn afgerond met een eindvonnis binnen 16 maanden na aanvang van de redelijke termijn. De redelijke is aangevangen op 13 april 2024, toen is de verdachte in verzekering gesteld. Tussen deze datum en de datum van het eindvonnis ligt een periode van ruim 20 maanden, zodat de redelijke termijn met vier maanden is overschreden. Nu deze overschrijding niet is toe te rekenen aan de verdachte en er geen sprake is van bijzondere omstandigheden, leidt dit tot een (beperkte) strafvermindering.
Met de officier van justitie en de verdediging is de rechtbank van oordeel dat een straf die tot gevolg heeft dat de verdachte terug moet naar de jeugdgevangenis, niet in het belang van de verdere ontwikkeling van de verdachte is en daarmee ook niet in het belang van de samenleving. Om de ontwikkeling van de verdachte gunstig te beïnvloeden en om de kans op recidive te verkleinen, is het belangrijk dat de verdachte begeleiding en structuur worden geboden. Overeenkomstig de adviezen van de Raad en de jeugdreclassering legt de rechtbank daarom een deel van de straf voorwaardelijk op, met de voorwaarden die hierna worden genoemd. Dit voorwaardelijk strafdeel dient er ook toe de verdachte ervan te weerhouden in de toekomst opnieuw strafbare feiten te plegen.
De rechtbank acht het gelet op de ernst van de feiten niet passend dat het onvoorwaardelijke strafdeel beperkt blijft tot de tijd die de verdachte in voorarrest heeft doorgebracht. De rechtbank zal daarom naast de jeugddetentie, ook een onvoorwaardelijke werkstraf, opleggen aan de verdachte.
Alles afwegend acht de rechtbank de hierna te noemen straffen passend en geboden.

8.Vordering benadeelde partij

[slachtoffer 3] heeft in dit strafproces een vordering als benadeelde partij ingesteld tot betaling van schadevergoeding. Het gaat om immateriële schade die zou zijn ontstaan doordat de benadeelde partij getuige is geweest van een steekpartij. De verdachte staat daar echter niet voor terecht. Daarom kan deze vordering in dit strafproces niet meegenomen worden. De rechtbank verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in zijn vordering.
Nu de vordering van de benadeelde partij niet-ontvankelijk wordt verklaard, wordt de benadeelde partij veroordeeld in de kosten door de verdachte ter verdediging van de vordering gemaakt, welke kosten tot op heden worden begroot op nihil.

9.Vordering tenuitvoerlegging

9.1.
Vonnis waarvan tenuitvoerlegging wordt gevorderd
Bij vonnis van 16 mei 2023 van de meervoudige kamer van deze rechtbank is de verdachte ter zake van afpersing en diefstal met geweld in vereniging veroordeeld voor zover van belang tot een jeugddetentie van 120 dagen met aftrek, waarvan een gedeelte groot 51 dagen voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaar. De proeftijd is ingegaan op 31 mei 2023.
9.2.
Standpunten officier van justitie en verdediging
De officier van justitie en de verdediging stellen zich op het standpunt dat de vordering moet worden afgewezen.
9.3.
Beoordeling
De hierboven onder parketnummer 10-126452-24 bewezen verklaarde feiten zijn na het wijzen van dit vonnis en voor het einde van de proeftijd gepleegd. Door het plegen van de bewezen feiten heeft de verdachte de aan het vonnis verbonden algemene voorwaarde, dat hij voor het einde van de proeftijd geen nieuwe strafbare feiten zou plegen, niet nageleefd.
In beginsel kan daarom de tenuitvoerlegging van de voorwaardelijk opgelegde straf worden gelast. Gezien de persoonlijke omstandigheden van de verdachte en het tijdsverloop, ziet de rechtbank reden om hiervan af te zien. De rechtbank zal de vordering tenuitvoerlegging afwijzen.

10.Toepasselijke wettelijke voorschriften

Gelet is op de artikelen 47, 55, 77a, 77g, 77i, 77m, 77n, 77x, 77y, 77z, 77aa, 77gg, 285 en 312 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 26 en 55 van de Wet wapens en munitie.

11.Bijlagen

De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.

12.Beslissing

De rechtbank:
verklaart bewezen dat de verdachte de onder parketnummer 10/126452-24 onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten en het onder parketnummer 10/285575-23 ten laste gelegde feit, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;
verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;
stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert de hiervoor vermelde strafbare feiten;
verklaart de verdachte strafbaar;
veroordeelt de verdachte tot een
jeugddetentie voor de duur van 173 (honderddrieënzeventig) dagen;
beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde jeugddetentie in mindering wordt gebracht, voor zover deze tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;
bepaalt dat een gedeelte van de jeugddetentie groot
90 (negentig) dagen, niet ten uitvoer zal worden gelegd,tenzij de rechter later anders mocht gelasten;
verbindt hieraan een
proeftijd, die wordt vastgesteld op
één jaar;
tenuitvoerlegging kan worden gelast als de veroordeelde de algemene voorwaarde niet naleeft en ook als de veroordeelde gedurende de proeftijd een bijzondere voorwaarde niet naleeft of een voorwaarde die daaraan van rechtswege is verbonden;
stelt als algemene voorwaarde dat de veroordeelde zich voor het einde van die proeftijd niet zal schuldig maken aan een strafbaar feit;
stelt als bijzondere voorwaarden dat de veroordeelde:
- zich gedurende een door Reclassering Nederland te bepalen periode (die loopt tot maximaal het einde van de proeftijd) en op door de reclassering te bepalen tijdstippen zal melden bij de reclassering, zo vaak en zo lang deze instelling dat noodzakelijk acht;
- zich zal inzetten voor een zinvolle dagbesteding in de vorm van werk en/of een opleiding;
- zich zal inzetten voor een positieve invulling van zijn vrije tijd, bijvoorbeeld in de vorm van sport en/of een bijbaan;
- zal meewerken aan een behandeling bij Fivoor of een soortgelijke instelling , indien en zolang de reclassering dit nodig acht;
verstaat dat van rechtswege de volgende voorwaarden zijn verbonden aan de hierboven genoemde bijzondere voorwaarden:
- de veroordeelde zal ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verlenen aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbieden;
- de veroordeelde zal medewerking verlenen aan reclasseringstoezicht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang als de reclassering dit noodzakelijk acht;
geeft opdracht aan Reclassering Nederland tot het houden van toezicht op de naleving van voormelde bijzondere voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden;
legt de verdachte een taakstraf op, bestaande uit een
werkstrafvoor de duur van
50 (vijftig) uren;
beveelt dat, voor het geval de veroordeelde de werkstraf niet naar behoren verricht, vervangende jeugddetentie zal worden toegepast voor de duur van 25 dagen;
heft op het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte; de voorlopige hechtenis is bij eerdere beslissing geschorst;
verklaart de benadeelde partij [slachtoffer 3] niet-ontvankelijk in de vordering;
veroordeelt de benadeelde partij in de kosten door de verdachte ter verdediging tegen de vordering gemaakt, en begroot deze kosten op nihil;
wijst af de gevorderde tenuitvoerlegging van de bij vonnis van 16 mei 2023 van de meervoudige kamer van deze rechtbank aan de veroordeelde opgelegde voorwaardelijke jeugddetentie.
Dit vonnis is gewezen door:
mr. C.M. Derijks, voorzitter, tevens kinderrechter,
en mrs. N. Doorduijn en M.J.C. Spoormaker, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. B. de Pater, griffier,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op 16 december 2025.
De oudste rechter en de jongste rechter zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.
Bijlage I
Tekst tenlasteleggingen
Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat
parketnummer 10/126452-24:
1
hij, op of omstreeks 12 april 2024, te Rotterdam, althans in Nederland, op het Ericaplein,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
[slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] en/of meerdere althans één aldaar aanwezige perso(o)n(en) heeft bedreigd
met enig misdrijf tegen het leven gericht, en/of met zware mishandeling, door
- ( dreigend) aan voornoemde perso(o)n(en) een vuurwapen ((omgebouwd alarm)pistool) te tonen en/of
- meermalen althans eenmaal met dit vuurwapen in de lucht (proberen) te schieten en/of
- meermalen althans eenmaal dit vuurwapen doorladen;
2
hij op of omstreeks 12 april 2024 te Rotterdam, althans in Nederland, alleen, althans
tezamen en in vereniging met (een) ander(en), een wapen als bedoeld in artikel 2 lid 1 Categorie III onder 1º van de Wet wapens en munitie, te weten een vuurwapen in de zin van artikel 1, onder 3º van die wet in de vorm van een (omgebouwd gas)pistool van het merk BBM Bruni model 92, kalliber 7.65mm en/of (daarbij) (voor dit vuurwapen geschikte) munitie in de zin van artikel 1, lid 1 onder 4, gelet op artikel 2 lid 2 van categorie III van de Wet wapens en munitie, te weten drie kogelpatronen, kaliber 7.65mm, voorhanden heeft gehad;
parketnummer 10/285575-23:
hij
op of omstreeks 19 januari 2023
te Spijkenisse, gemeente Nissewaard
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
geld (1070 euro, althans enig geldbedrag), in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [naam toko] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen,
terwijl deze diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of
bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 6] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door
- op luide toon te roepen: "Hier met dat geld, opschieten", althans woorden van gelijke aard en/of strekking en/of
- ( hierbij) een machete, althans een scherp en/of puntig voorwerp te tonen en/of
- met kracht te slaan op een (plexiglas)scherm, waardoor dit scherm kapot ging.