ECLI:NL:RBROT:2025:15363

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
11 december 2025
Publicatiedatum
15 januari 2026
Zaaknummer
10-064771-25 (herstelvonnis)
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Herstelvonnis inzake onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 24 maanden voor verdachte

Op 8 december 2025 heeft de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, een vonnis uitgesproken in de zaak tegen een verdachte zonder vaste woon- of verblijfplaats, bijgestaan door raadsman mr. M. Sculic. De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte voor de feiten wordt veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 24 maanden met aftrek van voorarrest. Echter, in het oorspronkelijke vonnis is per vergissing opgenomen dat de officier van justitie heeft gevorderd tot een gevangenisstraf van 18 maanden, waarvan 8 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar. Deze fout is opgemerkt na de uitspraak, wat heeft geleid tot de noodzaak van een herstelvonnis.

In het herstelvonnis, gewezen op 11 december 2025, heeft de rechtbank de fout hersteld door de alinea die de onjuiste eis van de officier van justitie bevatte te laten vervallen. De rechtbank heeft nu bevestigd dat de verdachte voor de feiten moet worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 24 maanden met aftrek van voorarrest. De griffier is opgedragen deze beslissing aan te tekenen op en te hechten aan het origineel van het vonnis dat is hersteld. Dit herstelvonnis is ondertekend door de voorzitter en de rechters, waarbij de jongste rechter buiten staat was om te ondertekenen.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam
Parketnummer: 10-064771-25
Op 8 december 2025 heeft de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, een vonnis uitgesproken in de zaak tegen:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1978 in [geboorteplaats]
zonder vaste woon- of verblijfplaats,
raadsman mr. M. Sculic, advocaat te Rotterdam.
Na de uitspraak is gebleken dat het vonnis een fout bevat, die zich leent voor eenvoudig herstel.
De officier van justitie heeft op de terechtzitting gevorderd dat de verdachte voor de feiten wordt veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 24 maanden met aftrek van voorarrest.
De rechtbank heeft onder alinea 3.1 bij vergissing opgenomen dat de officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte voor de feiten worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 18 maanden met aftrek van voorarrest, waarvan 8 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaar.
Het vonnis zal daarom bij deze beslissing worden hersteld.

Beslissing

De rechtbank:
- herstelt de fout in het vonnis als volgt;
- de navolgende alinea vervalt:
3.1.
Eis van de officier van justitie
De verdachte moet voor de feiten worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 18 maanden met aftrek van voorarrest, waarvan 8 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaar.
en daarvoor komt in de plaats:
3.1.
Eis van de officier van justitie
De verdachte moet voor de feiten worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 24 maanden met aftrek van voorarrest.
- beveelt de griffier deze beslissing aan te tekenen op en te hechten aan het origineel van het vonnis dat is hersteld.
Dit herstelvonnis is op 11 december 2025 gewezen door
mr. E.M. Havik , voorzitter,
en mrs. G.C. Bos en N.R. Rietveld, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. E.H. Karakus, griffier.
De jongste rechter is buiten staat dit herstelvonnis mede te ondertekenen.