Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.De procedure
- verzoekster;
- de heer T. Macic, werkzaam bij Geldplein (hierna: schuldhulpverlening).
Rechtbank Rotterdam
In deze zaak heeft verzoekster op 31 oktober 2025 een verzoekschrift ingediend op basis van artikel 284 en 287b van de Faillissementswet (Fw) om een voorlopige voorziening te treffen. Dit verzoek was gericht op het voorkomen van ontruiming van haar huurwoning, nadat een vonnis van 7 augustus 2025 tot ontruiming was uitgesproken. Tijdens de zitting op 21 november 2025 was verweerster, Stichting Woonbron, niet verschenen. Verzoekster heeft verklaard dat zij in financiële problemen is geraakt door het faillissement van haar opdrachtgever, maar inmiddels weer een stabiel inkomen heeft van ongeveer € 2.500 per maand, wat voldoende is om de huur te betalen. De rechtbank heeft vastgesteld dat er sprake is van een bedreigende situatie en dat het belang van verzoekster om in haar woning te blijven zwaarder weegt dan het belang van verweerster om het vonnis tot ontruiming uit te voeren. De rechtbank heeft daarom de voorlopige voorziening toegewezen voor een periode van zes maanden, met de voorwaarde dat de huurtermijnen tijdig worden voldaan. Tevens is verzoekster niet-ontvankelijk verklaard in haar verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling, maar kan zij in de toekomst een nieuw verzoek indienen.