ECLI:NL:RBROT:2025:15356

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
23 december 2025
Publicatiedatum
13 januari 2026
Zaaknummer
10/052167-25
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Poging tot diefstal met geweld en bedreiging door meerdere personen in Rotterdam

Op 23 december 2025 heeft de Rechtbank Rotterdam uitspraak gedaan in een strafzaak tegen een verdachte, geboren in 2009, die samen met anderen heeft geprobeerd een buurtwinkel te overvallen. De overval werd uitgevoerd met een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, waarbij de winkelmedewerkers werden bedreigd. De rechtbank heeft geoordeeld dat de verdachte schuldig is aan poging tot diefstal, voorafgegaan door geweld en bedreiging met geweld, gepleegd door twee of meer verenigde personen. De verdachte is veroordeeld tot een voorwaardelijke jeugddetentie van 90 dagen, met een proeftijd van 2 jaar, en een taakstraf van 40 uren in de vorm van een leerstraf. De benadeelde partij is niet-ontvankelijk verklaard in de vordering wegens gebrek aan bewijs van bevoegdheid en onderbouwing van de schade.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team Jeugd
Parketnummer: 10/052167-25
Datum uitspraak: 23 december 2025
Tegenspraak
Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2009,
ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres
[adres 1], [postcode] [plaatsnaam],
raadsman mr. A.L. Kuit, advocaat te Rotterdam.

1.Onderzoek op de terechtzitting

Gelet is op het onderzoek op de besloten terechtzitting van 23 december 2025.

2.Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

3.Eis officier van justitie

De officier van justitie mr. A.H.A. de Bruijne heeft gevorderd:
  • bewezenverklaring van het ten laste gelegde;
  • veroordeling van de verdachte tot een taakstraf, bestaande uit een werkstraf voor de duur van 40 uren, met aftrek van voorarrest, voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaar en met de algemene voorwaarde dat de verdachte zich voor het einde van die proeftijd niet zal schuldig maken aan een strafbaar feit;
  • veroordeling van de verdachte tot een taakstraf, bestaande uit een leerstraf (So-Cool Regulier) voor de duur van 40 uren, subsidiair 20 dagen vervangende jeugddetentie.

4.Waardering van het bewijs

4.1.
Bewezenverklaring zonder nadere motivering
Het ten laste gelegde is door de verdachte bekend. Dit feit zal zonder nadere bespreking bewezen worden verklaard.
4.2.
Bewezenverklaring
In bijlage II heeft de rechtbank een opgave gedaan van wettige bewijsmiddelen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Met deze opgave wordt volstaan, nu de verdachte het bewezen verklaarde heeft bekend en nadien geen vrijspraak is bepleit. Op grond daarvan is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan op die wijze dat:
zij op
of omstreeks16 februari 2025 te Rotterdam,
tezamen en in vereniging met
een of meeranderen
, althans alleen,
ter uitvoering van het door verdachte en
/ofhaar mededader
(s
)voorgenomen misdrijf om geld
, in elk geval enig goed,dat
/die geheel of ten deleaan Buurtwinkel IJsselmonde gelegen aan de [adres 2]
, in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of haar mededader(s)toebehoorde
(n)weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen en deze poging diefstal te doen voorafgaan
, te doen vergezellen en/of te doen volgenvan geweld en
/ofbedreiging met geweld tegen [slachtoffer 1] en
/of[slachtoffer 2], te plegen met het oogmerk om die voorgenomen diefstal voor te bereiden
of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf en/of andere deelnemer(s) aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,
door
- met een afgedekt
gelaat/gezicht (middels het dragen van
één of meerbivakmutsen) en
/of (daarbij
)in het bezit van
één of meerop vuurwapens gelijkende voorwerpen voornoemde winkel heeft betreden en
/of
-
(vervolgens
)zich heeft opgedrongen aan die [slachtoffer 1] en
/of
-
(daarbij
)een op een vuurwapen gelijkend voorwerp aan die [slachtoffer 1] en
/of[slachtoffer 2] heeft getoond
/ voorgehoudenen
/of
- dit op een vuurwapen gelijkend voorwerp op die [slachtoffer 1] en
/of[slachtoffer 2] heeft gericht en
/of
- in een worsteling met die [slachtoffer 2] (met kracht) aan/tegen die [slachtoffer 2] heeft getrokken en
/ofgeduwd en
/of
-
(daarbij
)aan die [slachtoffer 1] en
/of[slachtoffer 2]
(dreigend
)de woorden heeft toegevoegd: “Ik ga je collega neerschieten.” en
/of“Waar is het geld.”
, althans woorden van gelijkende dreigende aard en/of strekking,
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.
Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

5.Strafbaarheid feit

Het bewezen feit levert op:
poging tot diefstal, voorafgegaan van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden, gepleegd door twee of meer verenigde personen.
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. Het feit is dus strafbaar.

6.Strafbaarheid verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

7.Motivering straffen

7.1.
Algemene overweging
De straffen die aan de verdachte worden opgelegd, zijn gegrond op de ernst van het feit, de omstandigheden waaronder het feit is begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.
7.2.
Feiten waarop de straffen zijn gebaseerd
De verdachte heeft op 15-jarige leeftijd samen met anderen geprobeerd om een buurtwinkel te overvallen. Hierbij zijn de winkelmedewerkers bedreigd met een op een vuurwapen gelijkend voorwerp. Het is bij een poging gebleven, omdat een medewerker van de winkel onverschrokken heeft gehandeld en de verdachte en de medeverdachte heeft overmeesterd. De medeverdachte wist de winkel te ontvluchten.
Deze poging tot een overval is een ernstig en verwerpelijk feit. De verdachte heeft de slachtoffers enorme angst bezorgd door hen tijdens hun werk gewapend te overvallen. Zij heeft hierbij op geen enkele manier rekening gehouden met de gevoelens van de slachtoffers. Naast de gevolgen voor de slachtoffers veroorzaken dit soort feiten ook sterke gevoelens van onveiligheid in hun directe omgeving en in de samenleving. De rechtbank neemt dit de verdachte zeer kwalijk.
7.3.
Persoonlijke omstandigheden van de verdachte
7.3.1.
Strafblad
De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie van
24 november 2025, waaruit blijkt dat de verdachte niet eerder is veroordeeld voor strafbare feiten.
7.3.2.
Rapportages en verklaringen van deskundigen op de terechtzitting
De Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad)heeft een rapport over de verdachte opgemaakt, gedateerd 25 juni 2025. Dit rapport houdt onder meer het volgende in.
Het recidive risico is laag. Uit het onderzoek komen er met name op de leefgebieden vrije tijd en houding risicofactoren naar voren. De Raad ziet risico’s in de vrijetijdsbesteding en de vriendschappen van de verdachte. De ouders geven aan dat zij makkelijk mensen vertrouwt en beïnvloedbaar is. Naast de risicofactoren, ziet de Raad als beschermende factor dat de ouders betrokken overkomen en het beste willen voor de verdachte. De ouders laten weten dat zij zoveel mogelijk zicht proberen te houden op dat wat de verdachte bezighoudt, zowel thuis als buitenshuis. De Raad vindt een deels voorwaardelijke taakstraf in de vorm van een werkstraf passend. Hiermee wordt het signaal afgegeven dat het plegen van een strafbaar feit consequenties heeft.
De gecertificeerde instelling Jeugdbescherming regio Amsterdam (hierna: de jeugdreclassering)heeft een rapport over de verdachte opgemaakt, gedateerd
18 augustus 2025. Dit rapport houdt onder meer het volgende in.
Het algemeen recidive risico is heel laag. Er zijn vooral veel beschermende factoren te zien.
Risicofactoren zijn gelegen in het ontbreken van een vrijetijdsbesteding. De verdachte is zoekende in het contact met medeleerlingen en leeftijdsgenoten en zij heeft daarin niet de juiste inschatting gemaakt om tot goede keuzes te komen. In de afgelopen periode heeft de verdachte geen nieuwe politie- en of justitiecontacten gehad.
De gecertificeerde instelling Jeugdbescherming regio Amsterdam (hierna: de jeugdreclassering)heeft een rapport over de verdachte opgemaakt, gedateerd
17 december 2025. Dit rapport houdt onder meer het volgende in.
De jeugdreclassering ziet een positief verloop van de toezicht- en begeleidingsmaatregel. De verdachte heeft zich goed aan de bijzondere voorwaarden gehouden. Het recidiverisico wordt ingeschat op laag, waarbij ook wordt gezien dat er voldoende beschermende factoren aanwezig zijn. De verdachte heeft voldoende ondersteuning om haar heen. De jeugdreclassering adviseert een werkstraf zonder een toezicht- en begeleidingsmaatregel.
[naam], werkzaam als gezinsmanager bij Jeugdbescherming regio Amsterdam, heeft op de terechtzitting naar voren gebracht dat de verdachte zich meewerkend heeft opgesteld en dat het toezicht positief is verlopen. Wel is zij erg gesloten en is het lastig een echt gesprek te hebben over het delict en hoe zij daartoe is gekomen. De verdachte wordt begeleid door een coach vanuit school en zij is aangemeld voor een hulpverleningstraject van Qpido. Het is belangrijk dat zij leert om goede keuzes te maken, bijvoorbeeld als het gaat om vriendenkeuze. Er is vanuit de school veel zicht op de verdachte. Verdere begeleiding door de jeugdreclassering wordt daarom niet noodzakelijk geacht. Een leerstraf in de vorm van So-Cool zou passend kunnen zijn, maar voorkomen moet worden dat de verdachte overvraagd wordt.
De rechtbank heeft acht geslagen op de rapportages en de verklaring van de deskundige op de terechtzitting.
7.4.
Conclusies van de rechtbank
Gelet op hetgeen de rechtbank hierboven heeft overwogen, komt zij tot de volgende conclusies.
Gezien de ernst van het feit kan niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van een jeugddetentie. De adviezen van de deskundigen en de eis van de officier om te volstaan met een (voorwaardelijke) werkstraf vindt de rechtbank niet passend. Bij de bepaling van de duur van de jeugddetentie heeft de rechtbank acht geslagen op straffen die in soortgelijke zaken worden opgelegd. De rechtbank zal, gelet op de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, de voorgenomen straf voorwaardelijk opleggen met de algemene voorwaarde. De voorwaardelijke straf dient er toe de verdachte ervan te weerhouden in de toekomst opnieuw strafbare feiten te plegen. Daarnaast wordt een taakstraf in de vorm van de leerstraf So-Cool Regulier opgelegd. Deze interventie heeft als doel het vergroten van sociale vaardigheden, sociale probleemoplossing en het zelfvertrouwen van jongeren om daarmee de kans op recidive te verminderen.
Alles afwegend acht de rechtbank de hierna te noemen straffen passend en geboden.

8.Vordering benadeelde partij

Als benadeelde partij heeft zich in het geding gevoegd: [benadeelde partij], ter zake van het ten laste gelegde feit. De benadeelde partij vordert een bedrag van € 70,00 aan materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
8.1.
Standpunt officier van justitie
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk moet worden verklaard in de vordering, nu onduidelijk is of de benadeelde partij de eigenaar is van de buurtwinkel en de vordering niet is onderbouwd.
8.2.
Standpunt verdediging
De verdediging heeft zich aangesloten bij het standpunt van de officier van justitie.
8.3.
Beoordeling
De rechtbank heeft geconstateerd dat de ingediende vordering niet aan de vereisten die daarvoor gelden voldoet, nu niet kan worden vastgesteld of degene die het verzoek heeft ingediend hiertoe bevoegd is, omdat een volmacht en/of een uittreksel van de Kamer van Koophandel ontbreken. Daarnaast is onvoldoende komen vast te staan dat de schade waarvan vergoeding wordt gevorderd rechtstreeks verband houdt met het bewezen verklaarde feit, nu de vordering niet is onderbouwd. De [benadeelde partij] zal in de vordering niet-ontvankelijk worden verklaard. De vordering kan slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.
Nu de benadeelde partij niet-ontvankelijk zal worden verklaard, zal de benadeelde partij worden veroordeeld in de kosten door de verdachte ter verdediging van de vordering gemaakt, welke kosten tot op heden worden begroot op nihil.
8.4.
Conclusie
In deze procedure wordt over de gevorderde schadevergoeding geen inhoudelijke beslissing genomen.

9.Toepasselijke wettelijke voorschriften

Gelet is op de artikelen 45, 77a, 77g, 77i, 77m, 77n, 77x, 77y, 77z, 77gg en 312 van het Wetboek van Strafrecht.

10.Bijlagen

De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.

11.Beslissing

De rechtbank:
verklaart bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde feit, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;
verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;
stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert het hiervoor vermelde strafbare feit;
verklaart de verdachte strafbaar;
veroordeelt de verdachte tot een jeugddetentie
voor de duur van 90 (negentig) dagen;
beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde jeugddetentie in mindering wordt gebracht, voor zover deze tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;
bepaalt dat deze jeugddetentie niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten wegens niet nakoming van hierna te melden voorwaarde;
stelt de proeftijd vast op
2 (twee) jarenonder de algemene voorwaarde dat de veroordeelde zich voor het einde van die proeftijd niet zal schuldig maken aan een strafbaar feit;
legt de verdachte een taakstraf op, bestaande uit een
leerstrafvoor de duur van
40 (veertig)
uren, waarbij de verdachte dient deel te nemen aan het leerproject So-Cool Regulier;
beveelt dat, voor het geval de veroordeelde de leerstraf niet naar behoren verricht, vervangende jeugddetentie zal worden toegepast voor de duur van
20 (twintig) dagen;
heft op het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte; de voorlopige hechtenis is bij eerdere beslissing geschorst;
verklaart de [benadeelde partij] niet-ontvankelijk in de vordering; bepaalt dat de vordering slechts kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;
veroordeelt de [benadeelde partij] in de kosten door de verdachte ter verdediging tegen de vordering gemaakt, en begroot deze kosten op nihil.
Dit vonnis is gewezen door:
mr. M.A. van der Laan-Kuijt, voorzitter, tevens kinderrechter,
en mrs. R. van den Wildenberg en J. uit Beijerse, kinderrechters,
in tegenwoordigheid van mr. R. Spaans, griffier,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op 23 december 2025.
De jongste rechter is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.
Bijlage I
Tekst tenlastelegging
Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat
zij op of omstreeks 16 februari 2025 te Rotterdam,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
ter uitvoering van het door verdachte en/of haar mededader(s) voorgenomen misdrijf om geld, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan Buurtwinkel IJsselmonde gelegen aan de [adres 2], in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of haar mededader(s) toebehoorde(n) weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen en deze poging diefstal te doen voorafgaan, te doen vergezellen en/of te doen volgen van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 1] en/of
[slachtoffer 2], te plegen met het oogmerk om die voorgenomen diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf en/of andere deelnemer(s) aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,
- met een afgedekt gelaat/gezicht (middels het dragen van één of meer bivakmutsen) en/of (daarbij) in het bezit van één of meer op vuurwapens gelijkende voorwerpen voornoemde winkel heeft betreden en/of
- ( vervolgens) zich heeft opgedrongen aan die [slachtoffer 1] en/of
- ( daarbij) een op een vuurwapen gelijkend voorwerp aan die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] heeft getoond / voorgehouden en/of
- dit op een vuurwapen gelijkend voorwerp op die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] heeft gericht en/of
- in een worsteling met die [slachtoffer 2](met kracht) aan/tegen die [slachtoffer 2] heeft getrokken en/of geduwd en/of
- ( daarbij) aan die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] (dreigend) de woorden heeft toegevoegd: “Ik ga je collega neerschieten.” en/of “Waar is het geld.”, althans woorden van gelijkende dreigende aard en/of strekking
,
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.