ECLI:NL:RBROT:2025:15321
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- R. van der Wal
- Rechtspraak.nl
Bevestiging last onder dwangsom wegens illegale kamerverhuur aan vijf personen
In deze bestuursrechtelijke zaak staat de last onder dwangsom centraal die het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam aan eiser heeft opgelegd wegens het zonder vergunning verhuren van kamers aan vijf personen die geen duurzaam gemeenschappelijk huishouden vormen in een pand aan een adres te Rotterdam.
Na controles in december 2023 bleek dat het pand werd bewoond door vijf personen zonder vergunning, wat in strijd is met artikel 3.2.2 van de Verordening toegang woningmarkt en samenstelling woningvoorraad 2021 en artikel 21 van Pro de Huisvestingswet 2014. Het college legde daarom een last onder dwangsom op, met een termijn van drie maanden om de situatie te beëindigen.
Eiser voerde aan dat het pand uit twee zelfstandige woningen bestaat, dat het college onzorgvuldig handelde en dat het besluit in strijd met de Awb is genomen. De rechtbank oordeelt dat het pand feitelijk één woning betreft, dat het college zorgvuldig heeft gehandeld en dat het besluit niet voortkwam uit een schending van de zienswijzetermijn.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt het bestreden besluit, waardoor eiser de last onder dwangsom moet naleven en het griffierecht niet wordt teruggegeven.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en de last onder dwangsom blijft in stand.