Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De procedure
- de dagvaarding van 25 maart 2025, met producties;
- het antwoord, met producties;
- de mail van 20 oktober 2025 van mr. Claassen, met productie 4.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Rotterdam
De huurder verhuurde sinds 2012 een woning van Woonstad Rotterdam. Na klachten van omwonenden trof de politie op 15 november 2024 een illegale seksinrichting in de woning aan. De burgemeester sloot de woning voor één maand op grond van de Gemeentewet. Woonstad ontbond daarop de huurovereenkomst buitengerechtelijk en eiste ontruiming.
De huurder betwistte de vordering en stelde dat hij niet op de hoogte was van de prostitutiewerkzaamheden, die zonder zijn toestemming zouden hebben plaatsgevonden. Hij voerde ook aan dat hij mantelzorger is en tijdelijk afwezig was vanwege rugklachten. De kantonrechter oordeelde dat de ontbinding rechtmatig was op grond van artikel 7:231 lid 2 BW Pro in samenhang met artikel 174a Gemeentewet, omdat de openbare orde was verstoord.
De kantonrechter vond dat het niet aannemelijk was dat de prostitutiewerkzaamheden slechts kortdurend waren en dat de huurder onvoldoende toezicht hield. De belangenafweging leidde tot de conclusie dat het gebruik van de ontbindingsbevoegdheid door Woonstad redelijk en billijk was. De huurder werd veroordeeld tot ontruiming binnen veertien dagen, betaling van gebruiksvergoeding en proceskosten. Het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: De huurder wordt veroordeeld tot ontruiming van de woning binnen veertien dagen na betekening en betaling van gebruiksvergoeding en proceskosten.