Verzoekster heeft een voorlopige voorziening gevraagd op grond van artikel 287b Faillissementswet om de ontruiming van haar huurwoning op te schorten. De ontruiming was bevolen in een vonnis van 15 oktober 2025. Verzoekster kampt met financiële problemen door oplopende vaste lasten, maar heeft inmiddels de huur voor november en december 2025 voldaan en een betalingsregeling getroffen met Eneco.
De rechtbank oordeelt dat er sprake is van een bedreigende situatie vanwege de aangekondigde ontruiming. Het moratorium is bedoeld om schuldenaren een adempauze te geven om een regeling te treffen met schuldeisers. Gezien het inkomen van verzoekster en de betrokkenheid van schuldhulpverlening acht de rechtbank het aannemelijk dat de lopende huurtermijnen tijdig zullen worden voldaan.
De belangenafweging leidt tot toewijzing van het moratorium voor zes maanden, onder de voorwaarde dat de huur tijdig wordt betaald. Verzoekster wordt niet-ontvankelijk verklaard in haar verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling ex artikel 284, tweede lid, Fw, omdat het minnelijk traject nog niet is afgerond. De huurovereenkomst wordt verlengd voor de duur van de voorziening.