ECLI:NL:RBROT:2025:15205

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
27 november 2025
Publicatiedatum
5 januari 2026
Zaaknummer
FT RK 25-1377
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing WSNP-verzoek en vaststelling van de looptijd van de schuldsaneringsregeling

Op 27 november 2025 heeft de Rechtbank Rotterdam uitspraak gedaan in een zaak betreffende een verzoek om toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (Wsnp) door [verzoekster]. Deze bevond zich in een problematische schuldensituatie en heeft een verzoek ingediend om toegelaten te worden tot de Wsnp. De rechtbank heeft het verzoek toegewezen, maar geen eerdere ingangsdatum vastgesteld, omdat [verzoekster] niet voldoende bewijs heeft geleverd van sollicitatie-inspanningen. De rechtbank heeft vastgesteld dat [verzoekster] voldoet aan de voorwaarden voor toelating tot de Wsnp, waaronder de eis dat zij te goeder trouw was bij het ontstaan van haar schulden. De rechtbank heeft de looptijd van de Wsnp-regeling vastgesteld op 18 maanden, ingaande op de datum van het vonnis. Tevens is er een bewindvoerder benoemd die toezicht houdt op de naleving van de verplichtingen van [verzoekster] tijdens de Wsnp. De rechtbank heeft ook een rechter-commissaris benoemd om toezicht te houden op de bewindvoerder. De beslissing is openbaar uitgesproken en er is een mogelijkheid tot hoger beroep binnen acht dagen na de uitspraak.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team insolventie
insolventienummer: [nummer]
vonnis van:
27 november 2025
op het verzoek van:
[verzoekster],
wonende te [adres],
[postcode ] [plaatsnaam].
Waar deze zaak over gaat
[verzoekster] bevindt zich in een problematische schuldensituatie. Om tot een oplossing voor haar schulden te komen heeft [verzoekster] een verzoek gedaan te worden toegelaten tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (Wsnp). Dit verzoek wordt toegewezen.
De rechtbank ziet geen aanleiding om een eerdere ingangsdatum te bepalen.
De rechtbank legt hierna uit waarom zij zo beslist.

1.De procedure

1.1.
[verzoekster] heeft een verzoek ingediend om te worden toegelaten tot de Wsnp.
1.2.
De behandeling van het verzoekschrift stond gepland op 20 oktober 2025. [verzoekster] en de beschermingsbewindvoerder zijn, na een eerder afgewezen verzoek om aanhouding, niet ter zitting verschenen. De rechtbank heeft een nieuwe datum bepaald voor de behandeling van het verzoekschrift op 17 november 2025.
1.3.
Het verzoek is behandeld op de zitting van 17 november 2025. Op de zitting zijn verschenen:
- [verzoekster],
- mevrouw D. Roderiguez en de heer J.A. van Es, beiden werkzaam als schuldhulpverlener bij Geldplein,
- mevrouw I.L. Ortela, beschermingsbewindvoerder.

2.De beoordeling

De toelating
2.1.
[verzoekster] kan worden toegelaten tot de Wsnp als zij zich in een problematische schuldensituatie bevindt en zij te goeder trouw was bij het ontstaan en onbetaald laten van haar schulden. De rechtbank kijkt daarbij vooral naar de afgelopen drie jaar. Ook moet de verwachting bestaan dat [verzoekster] aan de verplichtingen van de Wsnp zal voldoen.
2.2.
[verzoekster] voldoet aan alle eisen en wordt toegelaten tot de Wsnp.
Bevoegdheid
2.3.
De rechtbank is, gelet op het bepaalde in artikel 3 lid 1 Verordening (EU) 2015/848 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie, bevoegd deze insolventieprocedure als hoofdprocedure te openen nu het centrum van voornaamste belangen van [verzoekster] in Nederland ligt.
Duur
2.4.
De rechtbank stelt de termijn van de Wsnp-regeling ex artikel 349a Fw (hierna: looptijd) op 18 maanden.
De ingangsdatum
2.5.
De Faillissementswet (hierna: Fw) bepaalt dat de looptijd in beginsel ingaat op de dag van dit vonnis, tenzij er aanleiding is de looptijd eerder te laten ingaan.
2.6.
Een eerdere ingangsdatum kan worden bepaald als vanaf die eerdere datum de verplichtingen die volgen uit het voorafgaande schuldhulpverleningstraject zijn nagekomen. Als uitgangspunt geldt daarbij dat de schuldenaar tijdens het minnelijke voortraject maximaal, op basis van de normen die gelden voor berekening van het vrij te laten bedrag (het vtlb), moet aflossen op zijn schulden en dat hij zich moet inspannen om zoveel mogelijk baten voor de schuldeisers te verwerven. Die inspanningsplicht houdt in beginsel in dat er bij arbeidsgeschiktheid fulltime gewerkt moet worden of er moet aantoonbaar worden gesolliciteerd naar een fulltime baan.
2.7.
De rechtbank stelt vast dat [verzoekster] niet heeft verzocht om een eerdere ingangsdatum, terwijl ook overigens op basis van de ingediende stukken en dat wat op de zitting is besproken niet kan worden vastgesteld dat aan de vereiste verplichtingen is voldaan. [verzoekster] heeft ter zitting een aantal sollicitatiebewijzen overgelegd. De rechtbank acht deze sollicitatiebewijzen onvoldoende om correct te kunnen beoordelen of er voldaan is aan de inspanningsplicht.
2.8.
De rechtbank komt daarom tot de conclusie dat er geen eerdere ingangsdatum zal worden bepaald.

3.De (controle van) verplichtingen in de Wsnp

3.1.
De verplichtingen waaraan [verzoekster] tijdens de Wsnp moet voldoen zijn: de informatieverplichting, de inspanningsverplichting, de verplichting geen nieuwe schulden te maken, de verplichting om schuldeisers niet te benadelen en de afdrachtverplichting (van inkomen boven het vtlb en van goederen die in de boedel vallen).
3.2.
Er wordt een bewindvoerder benoemd. Deze bewindvoerder controleert in de eerste plaats of [verzoekster] de verplichtingen van de Wsnp nakomt.
3.3.
De taak van de bewindvoerder is in de tweede plaats om de zogenaamde boedel van de schuldenaar te beheren en te vereffenen (artikel 316 Fw). De boedel omvat alle bezittingen die [verzoekster] nu heeft en wat zij tijdens de toepassing van de regeling verkrijgt (artikel 295 Fw). [verzoekster] heeft de verplichting om tot de boedel behorende bezittingen aan de bewindvoerder af te staan (artikel 296 Fw). De bewindvoerder zal de opbrengsten hiervan verdelen onder de schuldeisers.
3.4.
Er wordt ook een rechter-commissaris benoemd. De taak van de rechter-commissaris is om toezicht te houden op de bewindvoerder.
3.5.
De eerste 13 maanden van het traject geldt in beginsel een postblokkade. Dat betekent dat in die periode alle post naar de bewindvoerder gaat. De bewindvoerder stuurt de post na controle door aan [verzoekster].
3.6.
Als [verzoekster] zich tijdens het Wsnp-traject houdt aan alle verplichtingen van de Wsnp eindigt het traject met de zogenoemde “schone lei”. Dit betekent dat schuldeisers hun vorderingen ten aanzien waarvan de Wsnp werkt niet meer op [verzoekster] kunnen verhalen. De “schone lei” geldt vanaf het moment dat de bewindvoerder klaar is met zijn afwikkelingstaak. Dat is als de slotuitdelingslijst verbindend is geworden

4.De beslissing

De rechtbank:
- spreekt de toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling uit ten aanzien van:
[verzoekster],
geboren op [geboortedatum]-1984 te [geboorteplaats],
wonende te [adres], [postcode ] [plaatsnaam];
- benoemt tot rechter-commissaris mr. M.C. Snel-van den Hout
en tot bewindvoerder [naam],
gevestigd te [postadres]
;
- stelt de ingangsdatum van de schuldsaneringsregeling vast op 27 november 2025 en de duur op 18 maanden, en bepaalt de einddatum van de looptijd daarmee op
27 mei 2027;
- draagt de bewindvoerder op de post van [verzoekster] in te zien;
- bepaalt dat de bewindvoerder een voorschot op de vergoeding mag nemen volgens het Besluit vergoeding bewindvoerder schuldsanering. Dit kan alleen voor zover de boedel toereikend is.
Dit is de beslissing van mr. M.C. Snel-van den Hout, rechter, in samenwerking met
I. van Gemerde, griffier. Deze beslissing is in het openbaar uitgesproken op 27 november 2025. [1]