ECLI:NL:RBROT:2025:15203

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
16 december 2025
Publicatiedatum
5 januari 2026
Zaaknummer
C/10/708968 / JE RK 25-2189
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige

Op 16 december 2025 heeft de kinderrechter van de Rechtbank Rotterdam een beschikking gegeven in de zaak van een minderjarige, geboren in 2008, die onder toezicht staat van de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond. De kinderrechter heeft de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing van de minderjarige verlengd tot haar meerderjarigheid op 25 november 2026. De kinderrechter oordeelde dat de ontwikkeling van de minderjarige ernstig bedreigd wordt door instabiliteit en onveiligheid in haar leven. Sinds april 2025 verblijft de minderjarige in een pleeggezin waar zij stabiliteit ervaart en positieve ontwikkelingen doormaakt. De jeugdbeschermer blijft betrokken om de minderjarige te ondersteunen in haar ontwikkeling naar zelfstandigheid. De beslissing is uitvoerbaar bij voorraad verklaard, wat betekent dat deze direct geldt, ook als er hoger beroep wordt ingesteld. De ouders van de minderjarige zijn niet verschenen op de zitting, maar zijn wel opgeroepen. De kinderrechter heeft de minderjarige de gelegenheid gegeven haar mening te geven. De beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken door de kinderrechter, met de griffier aanwezig.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Jeugd
Zaaknummer: C/10/708968 / JE RK 25-2189
Datum uitspraak: 16 december 2025
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling en verlenging machtiging tot uithuisplaatsing
in de zaak van
de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond,
gevestigd te Rotterdam, hierna te noemen: de GI,
over
[minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2008 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen: [minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[naam moeder],
hierna te noemen: de moeder, wonende in [woonplaats] ,
[naam vader],
hierna te noemen: de vader, wonende op een bij de rechtbank bekend adres.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift van de GI van 24 oktober 2025 met bijlagen, ontvangen op diezelfde datum.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 16 december 2025. Daarbij was een vertegenwoordiger van de GI, [naam] , aanwezig.
1.3.
De moeder en de vader zijn niet verschenen. De kinderrechter stelt vast dat zij wel juist zijn opgeroepen.
1.4.
De kinderrechter heeft [minderjarige] in de gelegenheid gesteld haar mening te geven.

2.De feiten

2.1.
De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] .
2.2.
[minderjarige] verblijft in een pleeggezin.
2.3.
Bij beschikking van 13 september 2024 heeft de kinderrechter in deze rechtbank de ondertoezichtstelling van [minderjarige] verlengd tot 23 december 2025.
2.4.
Bij beschikking van 16 april 2025 heeft de kinderrechter in deze rechtbank een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een voorziening voor pleegzorg verleend tot 23 december 2025.

3.Het verzoek

De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] te verlengen tot haar meerderjarigheid, te weten tot 25 november 2026. Ook verzoekt de GI de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een pleeggezin te verlengen tot haar meerderjarigheid, te weten tot 25 november 2026. De GI verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

4.De standpunten

De GI handhaaft ter zitting het verzoek en licht dit als volgt toe. De GI heeft begrepen dat de vader achter het verzoek staat. De GI heeft de moeder niet kunnen spreken aangezien zij in een vrouwenopvang verblijft. De GI heeft een mail naar de moeder gestuurd met uitleg over de verzoeken. De GI heeft lang nagedacht over een geschikte plek voor [minderjarige] maar gelukkig is een pleegmoeder gevonden die ervaring heeft met meiden van de leeftijd van [minderjarige] . Na haar achttiende verjaardag wil [minderjarige] graag op zichzelf wonen. De komende periode zal de GI met [minderjarige] werken naar meer zelfstandigheid.

5.De beoordeling

5.1.
De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan. [1] Ook is de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] noodzakelijk in het belang van haar verzorging en opvoeding. [2] De kinderrechter legt hieronder uit waarom.
5.2.
De ontwikkeling van [minderjarige] wordt nog steeds ernstig bedreigd. [minderjarige] heeft in haar leven veel instabiliteit en onveiligheid ervaren. Door de vele wisselingen in de verblijfplaats van [minderjarige] zijn de hulpverlening en de behandeling nog niet (voldoende) van de grond gekomen. Sinds april 2025 verblijft [minderjarige] in een pleeggezin waar zij stabiliteit ervaart. De pleegmoeder kan adequaat aansluiten bij de behoeftes en de problematiek van [minderjarige] , en [minderjarige] kan hier zo lang blijven als nodig is. Sinds deze plaatsing maakt [minderjarige] een positieve ontwikkeling door. De komende periode is het belangrijk dat deze plek beschikbaar blijft en dat er wordt bezien welke verdere hulpverlening voor [minderjarige] passend is. [minderjarige] lijkt daarnaast meer gemotiveerd om haar schoolgang op te pakken. Het is belangrijk dat de jeugdbeschermer de komende tijd betrokken blijft om [minderjarige] te ondersteunen in haar ontwikkeling richting zelfstandigheid.
5.3.
De kinderrechter zal op grond van vorenstaande de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing verlengen tot de meerderjarigheid van [minderjarige] , te weten tot 25 november 2026.
5.4.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

6.De beslissing

De kinderrechter:
6.1.
verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] tot haar meerderjarigheid, te weten tot 25 november 2026;
6.2.
verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een pleeggezin tot haar meerderjarigheid, te weten tot 25 november 2026;
6.3.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 16 december 2025 door mr. A.A.J. de Nijs, kinderrechter, in aanwezigheid van S.M.J. van de Griend als griffier, en op schrift gesteld op 30 december 2025
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Voetnoten

1.Artikel 1:260 BW.
2.Artikel 1:265c, tweede lid, BW.