ECLI:NL:RBROT:2025:15201

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
27 november 2025
Publicatiedatum
5 januari 2026
Zaaknummer
FT RK 25-1506
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing WSNP-verzoek met afwijzing eerdere ingangsdatum

Op 27 november 2025 heeft de Rechtbank Rotterdam uitspraak gedaan in een zaak betreffende een verzoek tot toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (Wsnp) van een verzoekster die zich in een problematische schuldensituatie bevindt. De rechtbank heeft het verzoek tot toelating tot de Wsnp toegewezen, maar het verzoek om een eerdere ingangsdatum van de regeling is afgewezen. De verzoekster heeft een problematische schuldensituatie en heeft een verzoek ingediend om toegelaten te worden tot de Wsnp, met de hoop dat haar ingangsdatum op 25 februari 2025 zou worden vastgesteld. Tijdens de zitting op 17 november 2025 zijn de verzoekster en haar begeleidster van het Leger des Heils verschenen. De rechtbank heeft aanvullende stukken ontvangen en beoordeeld of de verzoekster aan de voorwaarden voor toelating tot de Wsnp voldoet. De rechtbank concludeert dat de verzoekster niet te goeder trouw is geweest bij het ontstaan van een schuld aan Havensteder, maar heeft besloten haar toch toe te laten tot de Wsnp op basis van de hardheidsclausule. De rechtbank heeft vastgesteld dat de verzoekster sinds februari 2025 gebruik maakt van budgetbeheer en begeleiding, wat haar kansen op een succesvolle schuldsanering vergroot. De rechtbank heeft de duur van de Wsnp-regeling vastgesteld op 18 maanden, met een einddatum op 27 mei 2027. De rechtbank heeft ook een bewindvoerder en een rechter-commissaris benoemd om toezicht te houden op de uitvoering van de regeling. De beslissing is openbaar uitgesproken en er is een mogelijkheid tot hoger beroep binnen acht dagen na de uitspraak.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team insolventie
insolventienummer: [nummer]
vonnis van:
27 november 2025
op het verzoek van:
[verzoekster],
wonende te [adres],
[postcode] [plaatsnaam].
Waar deze zaak over gaat
[verzoekster] bevindt zich in een problematische schuldensituatie. Om tot een oplossing voor haar schulden te komen heeft [verzoekster] een verzoek gedaan te worden toegelaten tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (Wsnp). Dit verzoek wordt toegewezen.
Daarnaast verzoekt [verzoekster] de ingangsdatum van de Wsnp vast te stellen op 25 februari 2025. Dit verzoek wordt afgewezen.
De rechtbank legt hierna uit waarom zij zo beslist.

1.De procedure

1.1.
[verzoekster] heeft een verzoek ingediend om te worden toegelaten tot de Wsnp en om een eerdere ingangsdatum te bepalen.
1.2.
Het verzoek is behandeld op de zitting van 17 november 2025. Op de zitting zijn verschenen:
- [verzoekster],
- mevrouw M. Straathof, begeleidster van het Leger des Heils.
1.3.
De rechtbank heeft op 29 september 2025, 7 november 2025 en 25 november 2025 aanvullende stukken ontvangen.

2.De beoordeling

De toelating
2.1.
[verzoekster] kan worden toegelaten tot de Wsnp als zij zich in een problematische schuldensituatie bevindt en zij te goeder trouw was bij het ontstaan en onbetaald laten van haar schulden. De rechtbank kijkt daarbij vooral naar de afgelopen drie jaar. Ook moet de verwachting bestaan dat [verzoekster] aan de verplichtingen van de Wsnp zal voldoen.
2.2.
De rechtbank is van oordeel dat de vordering aan Havensteder ter hoogte van
€ 12.880,42 terzake een schadevergoeding, die binnen de drie-jaarstermijn valt, niet te goeder trouw is ontstaan. De schuld aan Havensteder is ontstaan doordat [verzoekster] samen met haar ex-partner een woning huurde via onderhuur. Havensteder heeft [verzoekster] en haar ex-partner aansprakelijk gesteld voor de kosten van de onderhuur en eindafrekening. Deze schuld staat in beginsel in de weg aan toewijzing van het Wsnp-verzoek.
2.3.
In dit geval ziet de rechtbank echter aanleiding om [verzoekster] toch toe te laten tot de Wsnp met toepassing van de hardheidsclausule. Gebleken is dat [verzoekster] de omstandigheden die hebben geleid tot het laten ontstaan en/of onbetaald laten van deze schuld, onder controle heeft gekregen. [verzoekster] maakt sinds 25 februari 2025 gebruik van budgetbeheer bij de gemeente. Daarnaast huurt [verzoekster] een woning via het Leger des Heils en ontvangt zij begeleiding van het Leger des Heils. Hierdoor ligt het niet meer in de rede dat een dergelijke situatie opnieuw aan de orde gaat zijn. Voorts zijn er tijdens het minnelijk traject geen nieuwe schulden ontstaan. [verzoekster] heeft ter zitting blijk gegeven van een serieuze en saneringsgezinde houding. Er bestaat bij de rechtbank voldoende vertrouwen dat [verzoekster] zich zal houden aan de verplichtingen van de Wsnp.
2.4.
[verzoekster] wordt daarom toegelaten tot de Wsnp.
Bevoegdheid
2.5.
De rechtbank is, gelet op het bepaalde in artikel 3 lid 1 Verordening (EU) 2015/848 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie, bevoegd deze insolventieprocedure als hoofdprocedure te openen nu het centrum van voornaamste belangen van [verzoekster] in Nederland ligt.
Duur
2.6.
De rechtbank stelt de termijn van de Wsnp-regeling ex artikel 349a Fw (hierna: looptijd) op 18 maanden.
De ingangsdatum
2.7.
De Faillissementswet (hierna: Fw) bepaalt dat de looptijd in beginsel ingaat op de dag van dit vonnis, tenzij er aanleiding is de looptijd eerder te laten ingaan.
2.8.
Een eerdere ingangsdatum kan worden bepaald als vanaf die eerdere datum de verplichtingen die volgen uit het voorafgaande schuldhulpverleningstraject zijn nagekomen. Als uitgangspunt geldt daarbij dat de schuldenaar tijdens het minnelijke voortraject maximaal, op basis van de normen die gelden voor berekening van het vrij te laten bedrag (het vtlb), moet aflossen op zijn schulden en dat hij zich moet inspannen om zoveel mogelijk baten voor de schuldeisers te verwerven. Die inspanningsplicht houdt in beginsel in dat er bij arbeidsgeschiktheid fulltime gewerkt moet worden of er moet aantoonbaar worden gesolliciteerd naar een fulltime baan.
2.9.
De rechtbank kan niet vaststellen dat aan de vereiste verplichtingen is voldaan. Er is door [verzoekster] een brief overgelegd van de gemeente waaruit blijkt dat zij zou zijn ontheven van de sollicitatieplicht en dat deze ontheffing onlangs is verlengd. Voorafgaand aan de zitting heeft de rechtbank een officieel besluit van de gemeente met betrekking tot de ontheffing van de sollicitatieplicht opgevraagd. Ter zitting is verklaard dat [verzoekster] dit besluit niet in bezit heeft en deze daarom niet kan aanleveren. De rechtbank acht de, ook na de zitting, overgelegde stukken onvoldoende om te kunnen spreken van een officiële ontheffing vanuit de gemeente. De rechtbank kan daarom onvoldoende beoordelen of [verzoekster] heeft voldaan aan haar inspanningsplicht. Daarnaast zijn niet alle onderliggende stukken van de VTLB-berekening overgelegd waardoor niet kan worden gecontroleerd of de VTLB-berekening juist is opgesteld. De rechtbank kan door het ontbreken van de gegevens niet controleren of aan de afdrachtplicht is voldaan.
2.10.
De rechtbank komt daarom tot de conclusie dat er geen eerdere ingangsdatum zal worden bepaald.

3.De (controle van) verplichtingen in de Wsnp

3.1.
De verplichtingen waaraan [verzoekster] tijdens de Wsnp moet voldoen zijn: de informatieverplichting, de inspanningsverplichting, de verplichting geen nieuwe schulden te maken, de verplichting om schuldeisers niet te benadelen en de afdrachtverplichting (van inkomen boven het vtlb en van goederen die in de boedel vallen).
3.2.
Er wordt een bewindvoerder benoemd. Deze bewindvoerder controleert in de eerste plaats of [verzoekster] de verplichtingen van de Wsnp nakomt.
3.3.
De taak van de bewindvoerder is in de tweede plaats om de zogenaamde boedel van de schuldenaar te beheren en te vereffenen (artikel 316 Fw). De boedel omvat alle bezittingen die [verzoekster] nu heeft en wat zij tijdens de toepassing van de regeling verkrijgt (artikel 295 Fw). [verzoekster] heeft de verplichting om tot de boedel behorende bezittingen aan de bewindvoerder af te staan (artikel 296 Fw). De bewindvoerder zal de opbrengsten hiervan verdelen onder de schuldeisers.
3.4.
Er wordt ook een rechter-commissaris benoemd. De taak van de rechter-commissaris is om toezicht te houden op de bewindvoerder.
3.5.
De eerste 13 maanden van het traject geldt in beginsel een postblokkade. Dat betekent dat in die periode alle post naar de bewindvoerder gaat. De bewindvoerder stuurt de post na controle door aan [verzoekster].
3.6.
Als [verzoekster] zich tijdens het Wsnp-traject houdt aan alle verplichtingen van de Wsnp eindigt het traject met de zogenoemde “schone lei”. Dit betekent dat schuldeisers hun vorderingen ten aanzien waarvan de Wsnp werkt niet meer op [verzoekster] kunnen verhalen. De “schone lei” geldt vanaf het moment dat de bewindvoerder klaar is met zijn afwikkelingstaak. Dat is als de slotuitdelingslijst verbindend is geworden.

4.De beslissing

De rechtbank:
- spreekt de toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling uit ten aanzien van:
[verzoekster],
geboren op [geboortedatum]-1993 te Aruba (Nederlandse Antillen),
wonende te [adres], [postcode] [plaatsnaam];
- benoemt tot rechter-commissaris mr. M.C. Snel-van den Hout
en tot bewindvoerder [naam],
gevestigd te [postadres]
;
- stelt de ingangsdatum van de schuldsaneringsregeling vast op 27 november 2025 en de duur op 18 maanden en bepaalt de einddatum van de looptijd daarmee op
27 mei 2027;
- draagt de bewindvoerder op de post van [verzoekster] in te zien;
- bepaalt dat de bewindvoerder een voorschot op de vergoeding mag nemen volgens het Besluit vergoeding bewindvoerder schuldsanering. Dit kan alleen voor zover de boedel toereikend is.
Dit is de beslissing van mr. M.C. Snel-van den Hout, rechter, in samenwerking met
I. van Gemerde, griffier. Deze beslissing is in het openbaar uitgesproken op 27 november 2025. [1]