In deze zaak hebben verzoekers op 16 september 2025 een verzoekschrift ingediend op basis van artikel 284 en 287b van de Faillissementswet (Fw) om een voorlopige voorziening te treffen. De rechtbank heeft de behandeling van het verzoek op 7 oktober 2025 bepaald. Tijdens de zitting zijn de verzoekers en hun advocaat verschenen, evenals vertegenwoordigers van de verweerster, Stichting Waterweg Wonen. Verzoekers, die beiden werken voor een uitzendbureau, hebben gezamenlijk een inkomen van ongeveer € 4.000,00 per maand, wat voldoende is om de huur van € 654,06 per maand te betalen. Echter, verzoeker staat onder beschermingsbewind en heeft enige vertraging ondervonden in het opstarten van het beschermingsbewind, wat heeft geleid tot een huurachterstand van circa € 12.000,00. De rechtbank heeft vastgesteld dat er sprake is van een bedreigende situatie, aangezien er een vonnis tot ontruiming was uitgesproken. De rechtbank heeft de belangen van verzoekers, die in hun huurwoning willen blijven, zwaarder laten wegen dan die van de verweerster. De rechtbank heeft het moratorium toegewezen voor een periode van drie maanden, in plaats van de verzochte zes maanden, en heeft voorwaarden gesteld aan de toewijzing. Tevens zijn verzoekers niet-ontvankelijk verklaard in hun verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling, maar zij kunnen in de toekomst een nieuw verzoek indienen.