ECLI:NL:RBROT:2025:15153

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
15 oktober 2025
Publicatiedatum
31 december 2025
Zaaknummer
FT RK 25/1655
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling wegens gebrek aan goede trouw

In deze zaak heeft de Rechtbank Rotterdam op 15 oktober 2025 uitspraak gedaan in een verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling (WSNP) van de verzoeker. De verzoeker had op 15 september 2025 een verzoekschrift ingediend, maar de rechtbank heeft dit verzoek afgewezen. De rechtbank oordeelde dat de verzoeker niet te goeder trouw heeft gehandeld met betrekking tot het ontstaan van zijn schulden. De verzoeker had een schuldenlast van € 26.904,75, met een aanzienlijke huurschuld als grootste schuld. Ondanks dat de verzoeker sinds juni 2025 een inkomen uit arbeid ontvangt, heeft hij zijn huur en andere schulden onbetaald gelaten. De rechtbank heeft vastgesteld dat de verzoeker in de drie jaar voorafgaand aan zijn verzoek niet aan de gedragsmaatstaf van goede trouw heeft voldaan. Dit werd onderbouwd door het feit dat de verzoeker aanzienlijke bedragen heeft uitgegeven aan luxe artikelen en goksites, terwijl hij zijn huur niet betaalde. De rechtbank heeft ook opgemerkt dat de verzoeker recentelijk onder beschermingsbewind is gesteld en een contract heeft gekregen bij zijn werkgever, maar deze ontwikkelingen waren niet voldoende om de toelating tot de schuldsaneringsregeling te rechtvaardigen. De rechtbank heeft het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling afgewezen en aangegeven dat een volgend verzoek mogelijk meer kans van slagen kan hebben als de situatie van de verzoeker verder stabiliseert.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team insolventie
afwijzing toepassing schuldsaneringsregeling
rekestnummer: [nummer]
uitspraakdatum: 15 oktober 2025
[verzoeker],
[adres]
[postcode] [woonplaats] ,
verzoeker.

1.De procedure

Verzoeker heeft op 15 september 2025 een verzoekschrift met bijlagen ingediend tot toepassing van de schuldsaneringsregeling.
Ter terechtzitting van 7 oktober 2025 zijn verschenen en gehoord:
  • de heer [verzoeker] , verzoeker;
  • de heer [persoon A] , advocaat van verzoeker;
  • mevrouw B. de Frel, beschermingsbewindvoerder.
Ter zitting zijn door de advocaat van verzoeker aanvullende stukken overgelegd.
Verzoeker heeft de rechtbank op 8 oktober 2025 aanvullende stukken toegezonden.
De uitspraak is bepaald op heden.

2.De feiten

Verzoeker werkt sinds juni 2025 en ontvangt inkomen uit arbeid. De schuldenlast bedraagt volgens de crediteurenlijst € 26.904,75, waarbij de huurschuld de grootste schuld is. De verhuurder heeft herhaaldelijk de ontruiming van de woning aangezegd. Verzoeker is daarom door zijn advocaat direct doorgeleid naar de wettelijke schuldsaneringsregeling en er is gelijktijdig een verzoek ex artikel 287, vierde lid Fw, ingediend. Op laatstgenoemd verzoek wordt afzonderlijk beslist.

3.De beoordeling

Het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling wordt slechts toegewezen als, onder andere, voldoende aannemelijk is dat verzoeker ten aanzien van het ontstaan of onbetaald laten van zijn schulden in de drie jaar voorafgaand aan de dag waarop het verzoekschrift is ingediend, te goeder trouw is geweest. De rechtbank oordeelt dat dit in het voorliggende geval niet aannemelijk is.
De goede trouw is een gedragsmaatstaf waaraan een verzoeker dient te voldoen. Bij de beoordeling daarvan kan de rechter rekening houden met alle omstandigheden, zoals de aard en de omvang van de vorderingen, het tijdstip waarop de schulden zijn ontstaan, de mate waarin de verzoeker kan worden verweten dat de schulden zijn ontstaan en/of onbetaald gelaten, het gedrag van verzoeker voor wat betreft zijn inspanningen de schulden te voldoen of acties zijnerzijds om verhaal door de schuldeisers juist te frustreren en dergelijke.
Verzoeker heeft een schuld aan Aegon Levensverzekering N.V. – de verhuurder van zijn woning – ter hoogte van totaal, inclusief kosten, € 30.312,50. Bij vonnis van 10 februari 2025 en 24 juli 2025 is een voorlopige voorziening ex artikel 287b Fw toegewezen voor de duur van zes maanden. Verzoeker is hierbij tweemaal de gelegenheid geboden om een regeling te treffen voor zijn schulden, onder de voorwaarde dat hij de lopende huurtermijnen tijdig betaalt. Van deze gelegenheid is geen gebruik gemaakt en verzoeker heeft ook de huur gedurende deze periode onbetaald gelaten. Reden hiervoor volgens verzoeker waren diverse ziekenhuisopnames en het feit dat zijn vader die de huurbetalingen voor hem zou regelen, dit heeft verzuimd. Volgens de advocaat van verzoeker heeft hij geen contact kunnen krijgen met verzoeker en is om die reden geen regeling voor de schulden opgestart kunnen worden.
Ter zitting heeft de advocaat van verzoeker bankafschriften van de privérekening van verzoeker overgelegd over de periode 19 mei 2025 tot en met 25 mei 2025. Uit deze bankafschriften blijken meerdere aanzienlijke betalingen voor onder andere luxe artikelen en goksites. Zo heeft verzoeker in de periode van 19 mei 2025 tot en met 25 mei 2025 voor een totaalbedrag van € 17.238,04 uitgegeven aan:
  • 25-05-2025: Apple Store € 1.449,00;
  • 25-05-2025, 21-05-2025 en 20-05-2025: Betcity drie betalingen voor een totaalbedrag van € 1.500,00;
  • 21-05-2025: Prada Netherlands B.V. € 3.550,00;
  • 21-05-2025: Louis Vuitton twee betalingen voor een totaalbedrag van € 2.800,00;
  • 19-05-2025: Louis Vuitton € 3.500,00;
  • 19-05-2025: SKR.Skrill.com drie betalingen voor een totaalbedrag van € 2.749,04;
  • 19-05-2025: PayPal twee betalingen voor een totaalbedrag van € 1.690,00.
Daarnaast blijkt dat verzoeker op 25 mei 2025 een bedrag van € 1.471,38 en op 20 mei 2025 € 950,00 heeft ontvangen van Betcity. Deze bij- en afschrijvingen hebben plaatsgevonden tijdens de periode van de eerste verleende voorlopige voorziening. Daarnaar gevraagd heeft verzoeker verklaard dat hij deze uitgaven zelf heeft gedaan, waarbij de betalingen aan Betcity door hem zijn gedaan voor een jongere neef. Verzoeker heeft geen verklaring gegeven waarom hij ervoor heeft gekozen om deze grote uitgaven aan luxe artikelen te doen in plaats van zijn huur te betalen, anders dan dat hij een verkeerde keuze heeft gemaakt. Verzoeker heeft er dan ook bewust voor gekozen om zijn huur en overige schulden onbetaald te laten en zijn geld aan andere zaken uit te geven. De rechtbank is van oordeel dat verzoeker zijn schuld aan de verhuurder niet te goeder trouw onbetaald heeft gelaten.
Feiten en omstandigheden die – ondanks het ontbreken van de goede trouw – toelating rechtvaardigen zijn niet voldoende aannemelijk geworden. De rechtbank merkt op dat het een goede ontwikkeling is dat verzoeker zich per 15 augustus 2025 onder beschermingsbewind heeft laten stellen. Daarnaast is hij naar zijn zeggen fulltime aan het werk bij [naam bedrijf] en heeft zijn werkgever onlangs zijn contract voor anderhalf jaar verlengd. Verzoeker is aldus op de goede weg. Deze ontwikkelingen hebben zich echter pas recent voorgedaan en zijn naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende bestendig van aard om een toelating tot de schuldsaneringsregeling op dit moment te rechtvaardigen. Indien het leven van verzoeker zich (verder) stabiliseert zal een volgend verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling mogelijk meer kans van slagen hebben.
Het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling zal reeds op deze grond worden afgewezen. Aan een beoordeling van de overige toelatingsgronden komt de rechtbank niet meer toe.

4.De beslissing

De rechtbank:
- wijst het verzoek af.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.C. Franken, rechter, en in aanwezigheid van I. van Gemerde, griffier, in het openbaar uitgesproken op 15 oktober 2025. [1]