In deze zaak heeft verzoekster op 9 september 2025 een verzoekschrift ingediend op basis van artikel 287b van de Faillissementswet (Fw) voor een voorlopige voorziening. De rechtbank heeft de behandeling van het verzoek op 13 oktober 2025 bepaald. Verzoekster, die in financiële problemen verkeert, heeft een inkomen van circa € 3.600,00 netto per maand, maar heeft te maken met beslag op haar inkomen door de Belastingdienst en het CAK. De huur bedraagt € 1.751,12 per maand, wat betekent dat haar netto inkomen en huur nagenoeg gelijk zijn. Verweerster, G.S. Netherlands Bright C.V., heeft het verzoek afgewezen, stellende dat verzoekster niet aan haar betalingsverplichtingen voldoet en er een huurachterstand van circa tien maanden is. De rechtbank heeft vastgesteld dat er sprake is van een bedreigende situatie, maar oordeelt dat het onvoldoende aannemelijk is dat verzoekster de lopende huurtermijnen kan voldoen. De rechtbank heeft het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen en verzoekster niet-ontvankelijk verklaard in haar verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling. De rechtbank benadrukt dat verzoekster te zijner tijd een nieuw verzoek kan indienen.