ECLI:NL:RBROT:2025:15126

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
24 december 2025
Publicatiedatum
30 december 2025
Zaaknummer
C/10/710766 / KG ZA 25-1179
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedures
  • Kort geding
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontruiming van een woning op basis van een bruikleenovereenkomst en de beoordeling van spoedeisend belang

In deze zaak heeft de Rechtbank Rotterdam op 24 december 2025 uitspraak gedaan in een kort geding tussen STICHTING HAVENSTEDER en een gedaagde partij die zelf procedeert. De eiser, Havensteder, vorderde de ontruiming van een woning die door de gedaagde zonder recht in gebruik werd gehouden. De bruikleenovereenkomst tussen Havensteder en de gedaagde was opgezegd per 28 mei 2025, maar de gedaagde bleef in de woning verblijven. Havensteder stelde dat de gedaagde overlast veroorzaakte en de woning vervuilde, wat de reden was voor de ontruimingsvordering. De gedaagde betwistte de overlast en de vervuiling, maar de voorzieningenrechter oordeelde dat Havensteder voldoende bewijs had geleverd van de overlast en dat de gedaagde niet had aangetoond dat de opzegging van de bruikleenovereenkomst onterecht was. De voorzieningenrechter oordeelde dat er sprake was van een spoedeisend belang bij de ontruiming, gezien de lange periode dat de gedaagde de woning zonder recht gebruikte. De gedaagde werd veroordeeld om de woning binnen drie dagen na betekening van het vonnis te ontruimen en te verlaten, met een veroordeling tot betaling van de proceskosten van € 1.752,45. Het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK Rotterdam

Team handel en haven
Zaaknummer: C/10/710766 / KG ZA 25-1179
Vonnis in kort geding van 24 december 2025
in de zaak van
STICHTING HAVENSTEDER,
vestigingsplaats: Rotterdam,
eisende partij,
advocaat: mr. I.M.M. Versloot,
tegen
[gedaagde],
woonplaats: Rotterdam,
gedaagde partij,
die zelf procedeert.
Partijen worden hierna Havensteder en [gedaagde] genoemd.

1.Waar gaat de zaak over?

1.1.
Volgens Havensteder verblijft [gedaagde] zonder recht in één van haar woningen, veroorzaakt hij overlast en heeft hij de woning vervuild. Daarom vordert Havensteder dat [gedaagde] wordt veroordeeld om de woning binnen drie dagen na betekening van dit vonnis te ontruimen. Havensteder stelt dat zij daar een spoedeisend belang bij heeft. [gedaagde] is het niet eens met de vordering van Havensteder. [gedaagde] voert daartoe aan dat hij niet begrijpt waarom Havensteder wil dat hij de woning op korte termijn verlaat en daarnaast betwist [gedaagde] dat hij overlast heeft veroorzaakt en de woning heeft vervuild. De voorzieningenrechter wijst de vordering van Havensteder toe. Dit wordt hierna uitgelegd.

2.De procedure

2.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
  • de dagvaarding van 2 december 2025, met bijlagen 1 tot en met 10;
  • de mondelinge behandeling op 11 december 2025.

3.De beoordeling

3.1.
Havensteder is eigenaar van de woning aan het adres [adres]. Dit betekent dat Havensteder de woning van iedereen kan opeisen die de woning zonder recht in gebruik heeft (artikel 5:2 BW).
3.2.
[gedaagde] had de woning op grond van een bruikleenovereenkomst in gebruik. Ad Hoc Beheer B.V. had die overeenkomst namens Havensteder met [gedaagde] gesloten. Havensteder heeft echter gesteld dat de bruikleenovereenkomst is opgezegd tegen 28 mei 2025 en dat [gedaagde] de woning sindsdien zonder recht in gebruik heeft. [gedaagde] heeft dit niet weersproken. Uit artikel 28 van de bruikleenovereenkomst blijkt dat die overeenkomst “
te allen tijde en door elk van partijen zonder opgave van redenen schriftelijk[kan]
worden opgezegd, met inachtneming van een opzegtermijn van tenminste 28 dagen”. Bij brief van 29 april 2025 is de bruikleenovereenkomst opgezegd tegen 28 mei 2025, dus met inachtneming van de opzegtermijn.
3.3.
Het is de voorzieningenrechter duidelijk dat [gedaagde] betwist dat hij overlast heeft veroorzaakt en de woning heeft vervuild. Dit is echter in principe niet relevant voor het antwoord op de vraag of [gedaagde] de woning moet ontruimen, omdat – zoals hiervoor in 3.2 is geciteerd – de bruikleenovereenkomst “
te allen tijde” en “
zonder opgave van redenen” kan worden opgezegd. Dit zou alleen anders zijn als Havensteder misbruik maakt van haar recht om de bruikleenovereenkomst op te (laten) zeggen, maar het is niet gebleken dat daar sprake van is. Havensteder heeft met de door haar in het geding gebrachte verklaringen van de huisgenoot van [gedaagde] en omwonenden voldoende onderbouwd dat [gedaagde] overlast voor omwonenden heeft veroorzaakt en dat Ad Hoc Beheer B.V. de bruikleenovereenkomst niet zomaar heeft opgezegd. [gedaagde] heeft deze verklaringen niet met argumenten weersproken. Van [gedaagde] had mogen worden verwacht dat hij bijvoorbeeld met verklaringen van (andere) omwonenden was gekomen om de stelling dat hij overlast veroorzaakt te ontkrachten, of dat hij had uitgelegd waarom niet van de juistheid van de door Havensteder ingebrachte verklaringen van omwonenden kan worden uitgegaan. Dat heeft [gedaagde] niet gedaan. Het enkel betwisten van de overlast is onvoldoende. Anders dan [gedaagde] stelt, heeft hij voldoende tijd gehad om de gestelde overlast met argumenten tegen te spreken. Weliswaar is de dagvaarding vrij kort voor de zitting betekend, maar [gedaagde] weet al bijna acht maanden dat hij de woning moet verlaten omdat hij overlast zou veroorzaken. Al die tijd is [gedaagde] in de woning blijven zitten en heeft hij er rekening mee kunnen houden dat op een gegeven moment een rechtszaak zou volgen.
3.4.
De conclusie is dat [gedaagde] wordt veroordeeld om de woning te ontruimen, omdat hij die woning sinds eind mei 2025 zonder recht in gebruik heeft. Havensteder heeft daar voldoende spoedeisend belang bij. [gedaagde] gebruikt de woning inmiddels bijna zeven maanden zonder recht en aan die situatie moet nu op korte termijn een einde komen, mede in het licht van de voldoende onderbouwde stelling van Havensteder dat [gedaagde] overlast voor omwonenden heeft veroorzaakt. Verder heeft Havensteder als verklaring voor het tijdsverloop sinds 28 mei 2025 uitgelegd dat [gedaagde] meerdere kansen heeft gekregen om de overlast te beëindigen. Dat heeft [gedaagde] niet gedaan en om die reden heeft Havensteder nu alsnog een vordering tot ontruiming ingesteld. De ontruimingstermijn wordt, zoals gevorderd, gesteld op drie dagen na betekening van dit vonnis. Die termijn komt de voorzieningenrechter niet onredelijk voor gelet op de lange periode dat [gedaagde] de woning al zonder recht gebruikt. [gedaagde] heeft ook niet gesteld dat het voor hem feitelijk onmogelijk is om de woning binnen drie dagen met zijn eigendommen te verlaten.
3.5.
[gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Havensteder worden begroot op:
- dagvaarding € 145,45
- griffierecht € 714,00
- salaris advocaat € 715,00 (tarief eenvoudige zaak)
- nakosten €
178,00(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal € 1.752,45
3.6.
Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

4.De beslissing

De voorzieningenrechter:
4.1.
veroordeelt [gedaagde] om binnen drie dagen na betekening van dit vonnis de woning aan het adres [adres] te ontruimen en te verlaten, met alle zich daarin of daarop bevindende personen met uitzondering van de medegebruiker van de woning die een bruikleenovereenkomst heeft met Ad Hoc Beheer B.V., en met alle zaken die niet het eigendom van Havensteder of de medegebruiker van de woning zijn, en onder afgifte van alle sleutels ter vrije beschikking van Havensteder te stellen;
4.2.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 1.752,45, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe. Als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, dan moet [gedaagde] € 92,00 extra betalen, plus de kosten van betekening;
4.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. B. van Velzen en in het openbaar uitgesproken op 24 december 2025.
3349/3194