ECLI:NL:RBROT:2025:15125

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
19 december 2025
Publicatiedatum
30 december 2025
Zaaknummer
ROT 25/10056
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing van een verzoek om maatschappelijke opvang voor een gezin met minderjarige kinderen

Op 19 december 2025 heeft de voorzieningenrechter van de Rechtbank Rotterdam uitspraak gedaan in een zaak betreffende een verzoek om maatschappelijke opvang van een verzoekster en haar minderjarige kinderen. De verzoekster had eerder op 2 februari 2025 een aanvraag ingediend voor toelating tot maatschappelijke opvang, welke door het college van burgemeester en wethouders van Vlaardingen op 15 mei 2025 was afgewezen. Na een eerdere afwijzing van een verzoek om een voorlopige voorziening op 7 augustus 2025, heeft de voorzieningenrechter op 16 oktober 2025 het verzoek om voorlopige voorziening toegewezen, waarbij het college werd opgedragen om opvang te bieden totdat het Centraal Orgaan Opvang Asielzoekers (COA) een definitieve oplossing zou vinden voor het huisvestingsprobleem van de verzoekster en haar kinderen.

Echter, op 8 december 2025 heeft het college de maatschappelijke opvang beëindigd en de verzoekster en haar kinderen doorverwezen naar het COA. De verzoekster stelde dat het college hiermee niet voldeed aan de zorgplicht zoals opgelegd door de voorzieningenrechter, omdat er nog geen definitieve oplossing was gevonden. De voorzieningenrechter heeft in zijn beoordeling vastgesteld dat het college wel degelijk aan zijn zorgplicht had voldaan door de opvang tijdelijk te bieden en dat het COA nu verantwoordelijk was voor de verdere opvang. De voorzieningenrechter concludeerde dat er geen reden was om de eerdere uitspraak te wijzigen en wees het verzoek om een nieuwe voorlopige voorziening af, omdat de verzoekster en haar kinderen inmiddels in het aanmeldcentrum in Ter Apel verbleven en er geen rol meer was weggelegd voor de gemeente Vlaardingen.

De uitspraak benadrukt de verantwoordelijkheden van zowel de gemeente als het COA in het proces van maatschappelijke opvang en huisvesting van asielzoekers en de noodzaak van samenwerking tussen deze instanties. De voorzieningenrechter heeft het verzoek van de verzoekster afgewezen, met de conclusie dat het verzoek kennelijk ongegrond was en dat er geen aanleiding was voor een proceskostenveroordeling.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Bestuursrecht
zaaknummer: ROT 25/10056

uitspraak van de voorzieningenrechter van 19 december 2025 in de zaak tussen

[verzoekster], uit Vlaardingen, verzoekster

(gemachtigde: mr. M. Gommans),
en

het college van burgemeester en wethouders van Vlaardingen

(gemachtigde: mr. B.C. Tuitert).

Procesverloop

1.1.
Verzoekster heeft op 2 februari 2025 een aanvraag gedaan om toelating tot de maatschappelijke opvang. Het college heeft deze aanvraag met het besluit van 15 mei 2025 afgewezen. Verzoekster heeft tegen dit besluit bezwaar gemaakt en de voorzieningenrechter gevraagd een voorlopige voorziening te treffen.
1.2.
Met de uitspraak van 7 augustus 2025 (ROT 25/5698) heeft de voorzieningenrechter het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen.
1.3.
Op 12 september 2025 heeft de hoorzitting in bezwaar plaatsgevonden. De commissie bezwaarschriften heeft op 16 september 2025 advies uitgebracht.
1.4.
Met het bestreden besluit op bezwaar van 9 oktober 2025 heeft het college, in navolging van dat advies, het bezwaar van verzoekster ongegrond verklaard. Verzoekster heeft tegen dit besluit beroep (ROT 25/7840) ingesteld en de voorzieningenrechter opnieuw gevraagd een voorlopige voorziening te treffen.
1.5.
Met de uitspraak van 16 oktober 2025 (ROT 25/7841) heeft de voorzieningenrechter dat verzoek toegewezen, het bestreden besluit geschorst en het college opgedragen om verzoekster en de kinderen voorlopig maatschappelijke opvang te bieden totdat het COA een definitieve oplossing voor het huisvestingsprobleem heeft gevonden.
1.6.
Op 12 december 2025 heeft verzoekster de voorzieningenrechter opnieuw gevraagd een voorlopige voorziening te treffen.
1.7.
Omdat het verzoek kennelijk ongegrond is doet de voorzieningenrechter uitspraak zonder zitting. Artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

2. De voorzieningenrechter treft op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Awb alleen een voorlopige voorziening als "onverwijlde spoed" dat vereist. De voorzieningenrechter zal daarom eerst bepalen of er voldoende spoedeisend belang is bij de gevraagde voorlopige voorziening, voordat de zaak inhoudelijk kan worden beoordeeld.
3. De voorzieningenrechter heeft in de eerdere uitspraak van 16 oktober 2025 het verzoek toegewezen en bepaald dat verzoekster en de kinderen opvang moeten krijgen totdat de rechtbank uitspraak heeft gedaan op het beroep. De voorzieningenrechter heeft tevens geoordeeld dat de verantwoordelijkheid voor die opvang bij het Centraal Orgaan Opvang Asielzoekers (COA) ligt. Omdat verzoekster op dat moment in de gemeente Vlaardingen verbleef heeft de voorzieningenrechter het aangewezen geacht dat het college verzoekster en de kinderen voorlopig maatschappelijke opvang zou bieden, totdat het COA een definitieve oplossing voor het huisvestingsprobleem van verzoekster heeft gevonden.
4. Verzoekster voert thans aan dat het college niet aan deze zorgplicht heeft voldaan. Het college heeft het gezin weliswaar tijdelijk maatschappelijke opvang geboden, maar deze opvang op 8 december 2025, onterecht, beëindigd en het gezin doorverwezen naar het COA. Het college ziet geen verdere rol voor zichzelf voor het voorzien in maatschappelijke opvang van het gezin, nu het gezin naar het COA is verwezen. Verzoekster is echter van mening dat met de doorverwijzing naar het COA nog geen definitieve oplossing voor het gezin is gevonden. Het college heeft in zoverre niet voldaan aan de opdracht van de voorzieningenrechter om het gezin maatschappelijke opvang te blijven bieden totdat het COA een definitieve oplossing voor het huisvestingsprobleem heeft gevonden. Daarbij is het gezin door de doorverwijzing naar het COA opnieuw in een onzekere situatie terecht gekomen. Het gezin verblijft op dit moment in het aanmeldcentrum in Ter Apel, waar geen voorzieningen, zoals onderwijs, worden aangeboden. De oudste twee kinderen kunnen dus op dit moment geen onderwijs volgen. Het gezin moet wachten tot er ergens plek is in een AZC. Daar moeten zij vervolgens weer wachten op een koppeling met een gemeente. Op dit moment is niet duidelijk hoe lang dit traject gaat duren. Ook betekent dit dat het gezin nog meerdere keren zal moeten verhuizen. Verzoekster vraagt de voorzieningenrechter daarom om hangende het beroep een voorlopige voorziening te treffen inhoudende dat het college het gezin maatschappelijke opvang blijft bieden, totdat het COA een definitieve oplossing voor het huisvestingsprobleem heeft gevonden, te weten koppeling aan een gemeente.
5. De voorzieningenrechter ziet, anders dan verzoekster, geen reden om te oordelen dat het college in strijd met de uitspraak van 16 oktober 2025 en de eigen zorgplicht heeft gehandeld. Het ging de voorzieningenrechter er in die uitspraak met name om dat verzoekster en de kinderen een dak boven het hoofd zouden krijgen en dat het COA daarvoor de verantwoordelijkheid zou nemen. De voorzieningenrechter vond dat de gemeente Vlaardingen afwachting daarvan voor opvang moest zorgdragen. Dat is precies wat hier is gebeurd. De voorzieningenrechter heeft met de uitspraak niet bedoeld dat het gezin in de maatschappelijke opvang moet blijven, totdat het door het COA aan een gemeente is gekoppeld voor huisvesting. Uit de mailwisseling van 4 december 2025 tussen het college en verzoeksters gemachtigde blijkt dat het college op 4 december 2025 aan het COA heeft gevraagd om het opvangvraagstuk van verzoekster en de kinderen van de gemeente over te nemen en dat het COA nog diezelfde dag hiermee heeft ingestemd. Verzoekster en de kinderen konden zich volgens het COA melden in Ter Apel. Dit betrof overigens een eenmalig aanbod. Het college heeft het gezin vervolgens nog tot 8 december 2025 maatschappelijke opvang geboden om het vertrek naar Ter Apel te kunnen voorbereiden. Verzoekster en de kinderen verblijven op dit moment in het aanmeldcentrum in Ter Apel. Dit betekent dat zij nu opvang hebben en een dak boven het hoofd. De voorzieningenrechter kan het college daarom goed volgen in het standpunt dat thans geen rol meer is weggelegd voor de gemeente Vlaardingen. Er is weliswaar nog geen definitieve oplossing gevonden voor het huisvestingsprobleem, maar dat neemt niet weg dat het COA nu zorg draagt voor de opvang en de huisvesting van het gezin. Het traject voor het vinden van een definitieve oplossing voor het huisvestingsprobleem is hiermee in gang gezet. Zodra het gezin is overgeplaatst naar een AZC zullen ook diverse voorzieningen, zoals onderwijs, voor hen weer beschikbaar komen. De voorzieningenrechter ziet daarom geen aanleiding om de getroffen voorlopige voorziening te wijzigen of anderszins een nieuwe voorziening te treffen. De voorzieningenrechter zal het verzoek daarom afwijzen.

Conclusie en gevolgen

6. Het verzoek is daarom kennelijk ongegrond. De voorzieningenrechter wijst het verzoek dus af. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. V. van Dorst, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van M.G. den Ambtman, griffier. Uitgesproken in het openbaar op 19 december 2025.
griffier
voorzieningenrechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.