ECLI:NL:RBROT:2025:15119

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
8 oktober 2025
Publicatiedatum
30 december 2025
Zaaknummer
FT RK 25/943 – FT RK 25/944
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 287a Faillissementswet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing dwangakkoord tegen weigering schuldeiser in schuldregeling

Verzoekster heeft een schuldregeling aangeboden aan drie schuldeisers, waarbij twee schuldeisers instemmen, maar één schuldeiser weigert mee te werken. De weigering betreft een vordering van ruim 95% van de totale schuldenlast. De rechtbank onderzoekt of deze weigering redelijk is, gezien het belang van verzoekster en de andere schuldeisers.

De rechtbank stelt vast dat verzoekster een fulltime dienstverband heeft en dat de schuldregeling gebaseerd is op haar maximale afloscapaciteit volgens de NVVK-norm. De regeling is goed gedocumenteerd en getoetst door een onafhankelijke partij, de gemeente Hoeksche Waard. De regeling biedt een beter resultaat voor schuldeisers dan de wettelijke schuldsaneringsregeling, die hogere kosten met zich meebrengt.

Gezien het stabiele financiële profiel van verzoekster en het belang van de meerderheid van schuldeisers, weegt dit zwaarder dan het belang van de weigeraar. Daarom beveelt de rechtbank de schuldeiser om in te stemmen met de regeling, wijst het subsidiaire verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling af en verklaart het vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Uitkomst: De rechtbank beveelt de schuldeiser om in te stemmen met de schuldregeling en wijst het subsidiaire verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling af.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team insolventie
[rekestnummer 1] – [rekestnummer 2]
uitspraakdatum: 8 oktober 2025
in de zaak van:
[verzoekster],
wonende te [adres]
[postcode] [plaats] ,
verzoekster.

1.De procedure

Verzoekster heeft op 2 juni 2025, tezamen met een verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling, een verzoek ingevolge artikel 287a, eerste lid, Faillissementswet ingediend om één schuldeiser, te weten:
- [schuldeiser] , in behandeling bij Accountantskantoor Houwaart (hierna: de heer [schuldeiser] );
die weigert mee te werken aan een door verzoekster aangeboden schuldregeling, te bevelen in te stemmen met deze schuldregeling.
Op 17 september 2025 heeft de gemeente Hoeksche Waard aanvullende stukken aan de rechtbank toegezonden.
Ter zitting van 30 september 2025 zijn verschenen en gehoord:
  • verzoekster;
  • mevrouw M. van Dueren den Hollander, werkzaam bij de gemeente Hoeksche Waard (hierna: schuldhulpverlening).
De weigerende schuldeiser is, hoewel daartoe behoorlijk opgeroepen, niet verschenen.
De uitspraak is bepaald op heden.

2.Het verzoek

Verzoekster heeft volgens het ingediende verzoekschrift drie concurrente schuldeisers. Deze schuldeisers hebben in totaal een bedrag van € 55.262,44 van verzoekster te vorderen.
Verzoekster heeft bij brief van 12 februari 2025 een schuldregeling aangeboden aan haar schuldeisers, inhoudende een betaling van 23,49% aan de concurrente schuldeisers tegen finale kwijting. De schuldenlast was op dat moment € 54.363,29. Op 19 februari 2025 heeft verzoekster een heroverwegingsbrief gestuurd aan haar schuldeisers, inhoudende een betaling van 23,11% aan de concurrente schuldeisers tegen finale kwijting. De schuldenlast is daarbij hoger geworden, namelijk € 55.262,44.
Het aangeboden akkoord heeft de volgende inhoud en achtergrond. De aangeboden regeling is gebaseerd op de NVVK-norm. De aangeboden regeling is gebaseerd op de afloscapaciteit die verzoekster heeft op basis van haar dienstbetrekking. Verzoekster werkt fulltime en heeft een arbeidscontract voor bepaalde tijd. Verzoekster werkt als horecamedewerker voor 38 uur per week. De aangeboden regeling voorziet in uitkering van een prognosepercentage. Dat betekent dat de afloscapaciteit eventueel nog hoger of nog lager zal kunnen uitvallen. Verzoekster heeft zich op het standpunt gesteld dat zij al het mogelijke heeft gedaan om het aangeboden percentage aan haar schuldeisers aan te bieden. Verzoekster heeft sinds de aanmelding bij schuldhulpverlening geen nieuwe schulden of achterstanden meer laten ontstaan en er is sprake van budgetbeheerder.
Twee schuldeisers stemmen met de aangeboden schuldregeling in. De heer [schuldeiser] stemt hier niet mee in. Hij heeft een vordering van € 52.819,25 op verzoekster, welke 95,58% van de totale schuldenlast beloopt.

3.Het verweer

In de contacten met schuldhulpverlening heeft de heer [schuldeiser] te kennen gegeven dat hij niet akkoord gaat met de aangeboden schuldregeling. De reden hiervoor is dat de heer [schuldeiser] zich niet kan vinden in het lage aangeboden percentage en het uitstel van de betaling die middels de aangeboden schuldregeling wordt verleend. Daarnaast meent de heer [schuldeiser] dat de korte termijn van achttien maanden waarin verzoekster thans hoeft bij te dragen aan een financiële oplossing volstrekt ontoereikend is.
Hoewel behoorlijk opgeroepen heeft de heer [schuldeiser] geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid zijn standpunten ter zitting toe te lichten.

4.De beoordeling

Uitgangspunt is dat het iedere schuldeiser in beginsel vrij staat om te verlangen dat 100% van zijn vordering, vermeerderd met rente, wordt voldaan. Nu de aangeboden regeling voorziet in een lagere uitkering dan de volledige vordering, staat het belang van de heer [schuldeiser] bij zijn weigering vast.
De rechtbank ziet zich gesteld voor het beantwoorden van de vraag of de heer [schuldeiser] in redelijkheid niet tot weigering van instemming met de schuldregeling heeft kunnen komen, in aanmerking genomen de onevenredigheid tussen het belang dat hij heeft bij uitoefening van de bevoegdheid tot weigering en de belangen van verzoekster of de overige schuldeisers die door de weigering worden geschaad.
De rechtbank stelt allereerst vast dat de vordering van de heer [schuldeiser] een aanzienlijk aandeel vormt in de totale schuldenlast van 95,58%. Gelet daarop zal niet snel kunnen worden geoordeeld dat de heer [schuldeiser] in redelijkheid niet kon weigeren om met de schuldregeling in te stemmen.
Een meerderheid van de schuldeisers, namelijk twee van de drie schuldeisers, is met de aangeboden regeling akkoord gegaan.
De rechtbank stelt ook vast dat het voorstel is getoetst door een deskundige en onafhankelijke partij, te weten de gemeente Hoeksche Waard. Voorts is het voorstel naar het oordeel van de rechtbank goed en controleerbaar gedocumenteerd.
De rechtbank is van oordeel dat het voorstel het uiterste is waartoe verzoekster in staat moet worden geacht. Uit het verzoekschrift en het verhandelde ter zitting is gebleken dat verzoekster beschikt over een fulltime baan, op basis van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd. Dat betekent dat verzoekster reeds voldoet aan de in de schuldsaneringsregeling bestaande werkverplichting voor 36 uur per week. Zij werkt 38 uur per week. Door schuldhulpverlening is ter zitting verklaard dat aan alle waarborgen, die ervoor moeten zorgen dat verzoekster het maximale ten behoeve van haar schuldeisers zal afdragen, is voldaan. Verzoekster zit in budgetbeheer. Het ontstaan van nieuwe schulden ligt niet in de rede.
Naar verwachting zal de uitwerking van het voorstel een gunstiger resultaat hebben voor de schuldeisers dan in de situatie dat de schuldsaneringsregeling op verzoekster van toepassing zou zijn, zoals subsidiair verzocht. Immers, de toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling zal aanzienlijke kosten met zich brengen, bestaande uit salaris voor de bewindvoerder en griffierecht, die in mindering komen op hetgeen verzoekster zou kunnen afdragen in de schuldsaneringsregeling. Dat betekent dat toepassing van de schuldsaneringsregeling de schuldeisers minder zou opleveren dan bij het akkoord wordt aangeboden.
Op grond van het voorgaande komt de rechtbank dan ook tot het oordeel dat de belangen van verzoekster die vanuit een stabiele situatie haar schuldenproblematiek wil oplossen en van de overige schuldeisers die hebben ingestemd met het aanbod, zwaarder wegen dan die van de heer [schuldeiser] , die geweigerd heeft in te stemmen. Zelfs nu, gelet op het aanzienlijke aandeel van de heer [schuldeiser] , niet snel kan worden geoordeeld dat de heer [schuldeiser] in redelijkheid niet kon weigeren om met de schuldregeling in te stemmen.
Het verzoek om de heer [schuldeiser] te bevelen in te stemmen met de schuldregeling wordt daarom toegewezen.
De heer [schuldeiser] zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van de procedure. Nu voor het onderhavige verzoekschrift geen griffierecht verschuldigd is en verzoekster niet is bijgestaan door een advocaat, worden de kosten begroot op nihil.
De rechtbank stelt vast dat er thans een gedwongen schuldregeling is afgekondigd, die in de plaats komt van de vrijwillige instemming van de schuldeisers. Hieruit volgt dat verzoekster zal kunnen voortgaan met het betalen van haar schulden en dat zij niet verkeert in de toestand dat zij heeft opgehouden te betalen zodat het subsidiaire verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling zal worden afgewezen.

5.De beslissing

De rechtbank:
- beveelt de heer [schuldeiser] om in te stemmen met de door verzoekster aangeboden schuldregeling;
- veroordeelt de heer [schuldeiser] in de kosten van deze procedure, aan de zijde van verzoekster begroot op nihil;
- bepaalt dat dit vonnis in de plaats treedt van de vrijwillige instemming;
- wijst het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling af;
- verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.C. Snel-van den Hout, rechter, en in aanwezigheid van mr. J.A. Kuijvenhoven, griffier, in het openbaar uitgesproken op 8 oktober 2025. [1]

Voetnoten

1.Tegen deze uitspraak kan degene aan wie de Faillissementswet dat recht toekent, gedurende acht dagen na de dag van deze uitspraak, hoger beroep instellen. Het hoger beroep kan uitsluitend door een advocaat worden ingesteld bij een verzoekschrift, in te dienen ter griffie van het gerechtshof dat van deze zaak kennis moet nemen.