In deze zaak heeft de Rechtbank Rotterdam op 28 november 2025 een beschikking gegeven over de vaststelling van het ouderschap van de overleden vader van de minderjarige [minderjarige 2]. De vrouw, de moeder van de minderjarige, heeft verzocht om de juridische vaststelling van het ouderschap van de man, die op [overlijdensdatum] 2024 is overleden. De vrouw en de man hadden een relatie sinds 18 september 2016 en de vrouw was zwanger van de man ten tijde van zijn overlijden. De rechtbank heeft vastgesteld dat de man de biologische vader van [minderjarige 2] is, ondanks dat hij deze niet meer kon erkennen door zijn overlijden. De bijzondere curator, mr. G.E. van der Pols, heeft bevestigd dat er geen twijfel bestaat over het vaderschap en heeft geadviseerd om het verzoek zo spoedig mogelijk af te doen in verband met de aangifte erfbelasting. De rechtbank heeft besloten om geen DNA-onderzoek te laten uitvoeren, omdat er voldoende bewijs is dat de man de vader is. Daarnaast heeft de vrouw verzocht om de geslachtsnaam van [minderjarige 2] te wijzigen naar een combinatie van de achternamen van de man en de vrouw. De rechtbank heeft deze verklaring opgenomen in de beschikking, hoewel er strikt genomen geen noodzaak voor was. De rechtbank heeft bepaald dat de proceskosten door elke partij zelf gedragen worden. De beschikking is openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier S. Breeman.