Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.Onderzoek op de terechtzitting
2.Tenlastelegging
3.Eis officier van justitie
- bewezenverklaring van het primair ten laste gelegde;
- veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 jaren met aftrek van voorarrest.
4.Waardering van het bewijs
- de [medeverdachte 2] heeft voorafgaand aan en tijdens de ontvoering een leidinggevende en sturende rol gehad. Hij heeft anderen instructies gegeven, heeft medeverdachten aangestuurd en was ook zelf actief betrokken bij de uitvoering; ook werd hij direct geïnformeerd over de chatberichten aan de broer van de aangever, waarin losgeld werd geëist.
- de [medeverdachte 6] heeft zowel in de voorbereidende fase als bij de uitvoering van de
- de [medeverdachte 3] is intensief betrokken geweest bij de voorbereiding en de uitvoering van de ontvoering en heeft anderen hierbij betrokken en aangestuurd.
- de [medeverdachte 4] is betrokken geweest bij de voorbereiding en de uitvoering van de ontvoering, en bestuurde de zwarte Peugeot 208 waarin hij samen met [medeverdachte 6] reed.
- de [medeverdachte 5] is spotter geweest en is daarna ook betrokken geweest bij de ontvoering en het overzetten van de aangever in de Volkswagen T-Roc.
- de [medeverdachte 1] is de chauffeur geweest van de witte Opel Combo en is betrokken geweest bij de overmeestering van de aangever in de parkeergarage.
- de [verdachte] wisselde na de ontvoering informatie uit met de medeverdachten en was actief betrokken bij het bewaken van de aangever op de locatie waar hij werd vastgehouden.
of omstreeksde periode1819december 2023 tot en met 20 december 2023 te Schiedam, en
/ofHalfweg, gemeente Haarlemmermeer, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met
een ander ofanderen,
althans alleen,opzettelijk [slachtoffer], wederrechtelijk van de vrijheid heeft
/hebben beroofd en/ofberoofd gehouden, door
in één of meer auto's naarop(een
) (onbekend gebleven
)locatie
(s
) vervoerd en/of aldaar gehoudente houdenen/of
5.Strafbaarheid feit
6.Strafbaarheid verdachte
7.Motivering straf
8.Vorderingen benadeelde partijen/ schadevergoedingsmaatregelen
[benadeelde partij 1]ter zake van het ten laste gelegde feit. De benadeelde partij vordert een vergoeding van (ter terechtzitting gewijzigd) primair € 18.841,16 / subsidiair € 11.868,92 aan materiële schade, een vergoeding van € 25.000,-- aan immateriële schade en een vergoeding van € 10.000,-- aan nader te onderbouwen schade, vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
[benadeelde partij 2]ter zake van het ten laste gelegde feit. De benadeelde partij vordert een vergoeding van € 480,11 aan materiële schade en een vergoeding van € 5.000,-- aan immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
9.Toepasselijke wettelijke voorschriften
10.Voorlopige hechtenis
11.Bijlagen
12.Beslissing
gevangenisstraf voor de duur van 18 (achttien) maanden;
€ 18.851,59 (zegge: achttienduizend-achthonderdeenenvijftig euro en negenenvijftig eurocent), bestaande uit € 3.851,59 aan materiële schade en € 15.000 aan immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 18 december 2023 tot aan de dag der algehele voldoening;
de maatregel tot schadevergoedingop, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van [benadeelde partij 1] te betalen
€ 18.851,59 (zegge: achttienduizendachthonderdeenenvijftig euro en negenenvijftig eurocent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 18 december 2023 tot aan de dag van de algehele voldoening; bepaalt dat indien volledig verhaal van de hoofdsom van € 18.851,59 niet mogelijk blijkt,
gijzelingkan worden toegepast voor de duur van
129 (honderdnegenentwintig) dagen; de toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op;
€ 2.980,11 (zegge: tweeduizend-negenhonderdtachtig euro en elf eurocent), bestaande uit € 480,11 aan materiële schade en € 2.500 aan immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 18 december 2023 tot aan de dag der algehele voldoening;
de maatregel tot schadevergoedingop, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van [benadeelde partij 2] te betalen
€ 2.980,11 (zegge: tweeduizendnegenhonderdtachtig euro en elf eurocent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 18 december 2023 tot aan de dag van de algehele voldoening; bepaalt dat indien volledig verhaal van de hoofdsom van € 2.980,11 niet mogelijk blijkt,
gijzelingkan worden toegepast voor de duur van
39 (negenendertig) dagen; de toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op;