Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.De procedure
2.Het verzoek
3.Het verweer
4.De beoordeling
De beslissing
Rechtbank Rotterdam
Verzoeker, een zelfstandig ondernemer met huurachterstand door tijdelijke werkloosheid, heeft bij de rechtbank Rotterdam een verzoek ingediend op grond van artikel 287b Faillissementswet om een voorlopige voorziening te treffen die de ontruiming van zijn huurwoning schorst.
De rechtbank constateert dat sprake is van een bedreigende situatie vanwege een vonnis tot ontruiming en een exploot dat de ontruiming aankondigt. Verzoeker heeft aannemelijk gemaakt dat hij de lopende huurbetalingen kan voldoen, mede doordat hij recent de huur voor oktober 2025 heeft betaald en verwacht binnenkort weer inkomen te ontvangen uit een project in Amsterdam.
De rechtbank weegt het belang van verzoeker om in de woning te blijven en schuldhulpverlening te kunnen volgen zwaarder dan het belang van verweerster om het vonnis ten uitvoer te leggen. Daarom wordt de voorlopige voorziening voor zes maanden toegewezen onder de voorwaarde dat de lopende huurtermijnen tijdig worden voldaan.
Daarnaast verklaart de rechtbank verzoeker niet-ontvankelijk in zijn verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling ex artikel 284, tweede lid, Fw, omdat het minnelijk traject naar verwachting niet snel afgerond zal zijn. Verzoeker kan later een nieuw verzoek indienen.
De uitspraak is gedaan door rechter mr. J.T.P. Pot op 20 oktober 2025.
Uitkomst: De rechtbank wijst de voorlopige voorziening toe die de ontruiming van de huurwoning voor zes maanden schorst onder de voorwaarde dat de lopende huurbetalingen tijdig worden voldaan.