In deze zaak heeft verzoekster op 9 september 2025 een verzoekschrift ingediend op basis van artikel 284 van de Faillissementswet (Fw) voor een voorlopige voorziening ex artikel 287b, eerste lid, Fw. De rechtbank heeft de behandeling van het verzoekschrift bepaald op 13 oktober 2025. Tijdens de zitting op die datum is verweerster, Stichting Hef Wonen, niet verschenen. Verzoekster, die onder beschermingsbewind staat, heeft verklaard dat zij in aanmerking komt voor schuldhulpverlening en dat haar huurbetalingen tijdig kunnen worden voldaan. De rechtbank heeft vastgesteld dat er sprake is van een bedreigende situatie, aangezien verweerster een vonnis tot ontruiming had aangevraagd. De rechtbank heeft de voorlopige voorziening toegewezen voor een periode van zes maanden, met de voorwaarde dat de huurtermijnen tijdig worden voldaan. Tevens is verzoekster niet-ontvankelijk verklaard in haar verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling. De uitspraak is gedaan op 20 oktober 2025 door mr. J.T.P. Pot.