ECLI:NL:RBROT:2025:15075

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
25 november 2025
Publicatiedatum
29 december 2025
Zaaknummer
10-262956-23
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Jeugdstrafrecht: Vrijspraak diefstal en veroordeling openlijke geweldpleging met voorwaardelijke werkstraf

Op 25 november 2025 heeft de Rechtbank Rotterdam uitspraak gedaan in een jeugdstrafzaak tegen een verdachte, geboren in 2005, die werd beschuldigd van openlijke geweldpleging en diefstal. De rechtbank sprak de verdachte vrij van de diefstal van een iPhone 14, omdat dit niet wettig en overtuigend bewezen was. Echter, de verdachte werd wel schuldig bevonden aan openlijke geweldpleging, gepleegd op 20 april 2023 te Rotterdam. De verdachte had samen met een medeverdachte geweld gebruikt tegen een slachtoffer, waarbij het slachtoffer ernstig gewond raakte. De rechtbank oordeelde dat de verdachte zich in een situatie had gebracht waarin hij geen beroep op noodweer kon doen, omdat hij de confrontatie zelf had opgezocht. De rechtbank legde een geheel voorwaardelijke werkstraf op van 60 uur, met een proeftijd van 1 jaar, en hield rekening met de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, waaronder zijn positieve ontwikkeling en de lange tijd die sinds het delict was verstreken. Daarnaast werd een schadevergoeding van € 1.375,00 aan de benadeelde partij toegewezen, bestaande uit materiële en immateriële schade, vermeerderd met wettelijke rente.

Uitspraak

.Rechtbank Rotterdam

Team jeugd
Parketnummer: 10-262956-23
Datum uitspraak: 25 november 2025
Tegenspraak
Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2005,
ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres:
[adres] te ( [postcode] ) [woonplaats] ,
raadsvrouw: mr. J.V. van Blitterswijk, advocaat te Rotterdam.

1.Onderzoek op de terechtzitting

Gelet is op het onderzoek op de besloten terechtzitting van 25 november 2025.

2.Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

3.Eis officier van justitie

De officier van justitie mr. C.C. Brandwijk heeft gevorderd:
  • vrijspraak van het onder 2 (diefstal telefoon) ten laste gelegde;
  • bewezenverklaring van het onder 1 (openlijke geweldpleging) ten laste gelegde;
  • veroordeling van de verdachte tot een taakstraf, bestaande uit een werkstraf voor de duur van 6 uren, subsidiair 3 dagen vervangende jeugddetentie, met aftrek van het voorarrest.

4.Waardering van het bewijs

4.1.
Vrijspraak zonder nadere motivering van feit 2
Met de officier van justitie en de verdediging is de rechtbank van oordeel dat het onder 2 ten laste gelegde niet wettig en overtuigend is bewezen, zodat de verdachte daarvan zonder nadere motivering zal worden vrijgesproken.
4.2.
Bewezenverklaring van feit 1
In bijlage II heeft de rechtbank een opgave gedaan van wettige bewijsmiddelen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Met deze opgave wordt volstaan, nu de verdachte het bewezen verklaarde heeft bekend en nadien geen vrijspraak is bepleit. Op grond daarvan is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder feit 1 ten laste gelegde heeft begaan op die wijze dat:
hij op
of omstreeks20 april 2023 te Rotterdam,
openlijk, te weten, op
/aande openbare weg, te weten de Nieuwe Binnenweg,
in elkgeval op of aan de openbare weg,in vereniging geweld heeft gepleegd tegen een
persoon, te weten [slachtoffer] door
- in/op/tegen het gezicht, althans op/tegen het hoofd
,van voornoemde [slachtoffer] te
slaan en
/of te stompen en/ofte duwen, waardoor voornoemde [slachtoffer] op de grond is
gevallen en
/of- meerdere malen
, althans eenmaal,in
/op/tegenhet gezicht en
/ofop/tegen het
hoofd en
/ofop/tegen het lichaam van voornoemde [slachtoffer] te slaan
en/of te stompen,
terwijl voornoemde [slachtoffer] op de grond lag en
/of- meerdere malen
, althans eenmaal,in
/op/tegenhet gezicht en
/ofop/tegen het
hoofd en
/ofop/tegen het lichaam van voornoemde [slachtoffer] te schoppen
en/of tetrappen, terwijl voornoemde [slachtoffer] op de grond lag.
Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet ook daarvan worden vrijgesproken.

5.Strafbaarheid feit

Het bewezen feit levert op:
openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. Het feit is dus strafbaar.

6.Strafbaarheid verdachte

6.1.
Standpunt verdediging
De raadsvrouw heeft aangevoerd dat de verdachte ten aanzien van het onder 1 ten laste gelegde dient te worden ontslagen van alle rechtsvervolging, nu er sprake is van noodweerexces. De raadsvrouw heeft gesteld dat de verdachte met zijn handelen weliswaar de grenzen van een noodzakelijke verdediging heeft overschreden maar dat deze overschrijding het onmiddellijk gevolg is van de hevige gemoedsbeweging waarin de verdachte verkeerde: namelijk angst doordat de aangever de verdachte bij zijn keel/kraag beetpakte.
6.2.
Beoordeling door de rechtbank
Voor een geslaagd beroep op noodweerexces is vereist dat vast komt te staan dat er een noodweersituatie is of is geweest.
Uit het dossier blijkt dat er in een fastfoodrestaurant een woordenwisseling tussen de aangever en de (mede)verdachte(n) is ontstaan, nadat de aangever een medewerker van het restaurant aansprak. De aangever loopt op enig moment naar buiten, richting zijn auto. De verdachte is toen achter de aangever aangelopen en heeft daarmee zelf de confrontatie met de aangever opgezocht. Vervolgens is de vechtpartij ontstaan.
De verdachte heeft zichzelf dus in deze situatie gebracht op een moment dat er geen sprake was van een ogenblikkelijke wederrechtelijke aanranding. Met andere woorden: de verdachte hoefde zich niet te verdedigen tegen de aangever, maar zocht de fysieke confrontatie. Om die reden komt de verdachte geen beroep op noodweer toe, en daarmee ook geen beroep op noodweerexces. Dat de aangever de verdachte buiten het restaurant bij zijn kraag heeft gegrepen, doet niets af aan het gegeven dat de verdachte achter de aangever is aangelopen en de confrontatie met hem (opnieuw) is aangegaan. Het verweer wordt verworpen.
6.3.
Conclusie
Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

7.Motivering straf

7.1.
Algemene overweging
De straf die aan de verdachte wordt opgelegd, is gegrond op de ernst van het feit, de omstandigheden waaronder het feit is begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.
7.2.
Feit waarop de straf is gebaseerd
De verdachte heeft zich op zeventienjarige leeftijd samen met zijn medeverdachte schuldig gemaakt aan een openlijke geweldpleging op straat. Na een woordenwisseling in een fastfoodrestaurant, is het slachtoffer door de verdachte en de medeverdachte geschopt en geslagen. Dit is ook doorgegaan nadat het slachtoffer ten val kwam en op de grond lag. De verdachte en de medeverdachte zijn op enig moment weggerend en hebben het slachtoffer gewond achtergelaten. Later is gebleken dat het slachtoffer fors letsel had. Zijn verwondingen moesten worden gehecht en de neus van het slachtoffer was gebroken. Pas nadat aandacht werd besteed aan het incident in een uitzending van Bureau Rijnmond waarbij afbeeldingen van de verdachte werden getoond, kon hij worden aangehouden.
Dergelijk openlijk geweld veroorzaakt niet alleen pijn, maar brengt ook gevoelens van angst en onveiligheid bij de slachtoffers in het bijzonder en in de maatschappij in het algemeen teweeg. Dit blijkt ook uit de vordering tot schadevergoeding van het slachtoffer. De rechtbank rekent dit de verdachte aan. Dat de verdachte en de medeverdachte opkwamen voor een medewerker van het fastfoodrestaurant die door het slachtoffer zou zijn geschoffeerd, is geen rechtvaardiging voor wat de verdachte en de medeverdachte daarna het slachtoffer hebben aangedaan.
7.3.
Persoonlijke omstandigheden van de verdachte
7.3.1.
Strafblad
De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie van 5 november 2025, waaruit blijkt dat de verdachte eerder is veroordeeld voor een soortgelijk strafbaar feit.
7.3.2.
Rapportage en verklaring van de deskundige op de terechtzitting
De gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond(hierna: de jeugdreclassering) heeft een briefrapport over de verdachte opgemaakt, gedateerd op 27 mei 2025. Dit rapport houdt onder meer het volgende in. De verdachte heeft in de afgelopen vier jaar dat de jeugdreclassering betrokken is, een enorme groei gemaakt. Hoewel het contact in het begin stroef was, heeft de verdachte zich gaandeweg meer begeleidbaar opgesteld. De verdachte heeft zich ondanks zijn drukke agenda altijd aan de afspraken met de jeugdreclassering gehouden. De verdachte is daarnaast bezig met zijn opleiding en werkt als brandwacht en flensmonteur. De jeugdreclassering adviseert een geheel voorwaardelijke straf op te leggen. De jeugdreclassering ziet daarbij geen meerwaarde in het opleggen van bijzondere voorwaarden.
De jeugdreclassering, vertegenwoordigd door [persoon A] , heeft ter zitting toegelicht dat de verdachte bezig is met een opleiding en veel werkt. Het contact met de verdachte is beperkt, omdat het goed met hem gaat.
7.4.
Conclusies van de rechtbank
Gelet op hetgeen de rechtbank hierboven heeft overwogen, komt zij tot de volgende conclusies.
Gezien de aard en ernst van het feit en de gevolgen van het slachtoffer is de rechtbank anders dan de eis van de officier van justitie van oordeel, dat niet anders kan worden gereageerd dan met het opleggen van een forse taakstraf. De verdachte is bovendien eerder in aanraking geweest met politie en justitie voor een soortgelijk feit. Bij de bepaling van de duur van de taakstraf heeft de rechtbank acht geslagen op straffen die in soortgelijke zaken worden opgelegd.
Niettemin legt de rechtbank de werkstraf geheel voorwaardelijk op. Dat komt allereerst omdat de rechtbank aansluiting zoekt bij de opgelegde straf in de zaak van de mededader. De rechtbank houdt daarnaast rekening met de adviezen van de deskundige, de positieve ontwikkelingen van de verdachte en de zeer lange tijd die is verstreken sinds de pleegdatum. Het voorwaardelijk strafdeel dient er tevens toe de verdachte ervan te weerhouden in de toekomst opnieuw strafbare feiten te plegen. De rechtbank is met de andere betrokkenen van oordeel dat het opleggen van bijzondere voorwaarden niet passend en geboden is. De verdachte heeft voor een lange duur in een schorsing gelopen en heeft zich in die tijd goed aan de schorsingsvoorwaarden gehouden. De rechtbank acht het van belang dat de verdachte zich op zijn positieve bezigheden richt.
Alles afwegend acht de rechtbank de hierna te noemen straf passend en geboden.

8.Vordering benadeelde partij/ schadevergoedingsmaatregel

Als benadeelde partij heeft zich in het geding gevoegd, [slachtoffer] , ter zake van de tenlastegelegde feiten. De benadeelde partij vordert een bedrag van € 3.393,55 aan materiële schade en vraagt een passend bedrag aan immateriële schade vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
8.1.
Standpunt officier van justitie
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering ten aanzien van de kosten van de iPhone dient te worden afgewezen, gelet op de door haar geëiste vrijspraak ten aanzien van de onder feit 2 ten laste gelegde diefstal. Verder moet aansluiting worden gezocht bij de toegewezen schadevergoeding in de zaak van de mededader. Dit betekent dat ten aanzien van de materiële schade de ziekenhuiskosten moeten worden toegewezen en dat de overige gevorderde materiële schade moet worden afgewezen. Ten aanzien van de immateriële schade moet een bedrag van € 1.000,- worden toegewezen.
8.2.
Standpunt verdediging
De raadsvrouw heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering ten aanzien van de kosten van de iPhone dient te worden afgewezen gelet op de geëiste vrijspraak. Ten aanzien van de overige gevorderde materiële schade en ten aanzien van de gevorderde immateriële
schade dient de benadeelde partij niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in diens
vordering wegens onvoldoende onderbouwing daarvan.
8.3.
Beoordeling door de rechtbank
Nu is komen vast te staan dat aan de benadeelde partij door het bewezen verklaarde
strafbare feit rechtstreeks materiële schade is toegebracht en de vordering met betrekking
tot de ziekenhuiskosten van € 375,00 genoegzaam is onderbouwd, zal deze, ondanks de
betwisting door de verdediging, worden toegewezen.
De benadeelde partij zal ten aanzien van gevorderde schade met betrekking tot de iPhone 14
niet-ontvankelijk worden verklaard, nu aan de verdachte voor dit feit geen straf of maatregel
is opgelegd en artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht geen toepassing heeft gevonden.
De vordering van de benadeelde partij ten aanzien van de overige gevorderde materiële schade bestaande uit de parkeerkosten, inkomstenbeperking en kleding is onvoldoende onderbouwd en nadere behandeling daarvan levert een onevenredige belasting van het strafgeding op. De benadeelde partij zal daarin niet-ontvankelijk worden verklaard. De vordering kan slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.
Voorts is vast is komen te staan dat aan de benadeelde partij door het bewezen verklaarde
strafbare feit rechtstreeks immateriële schade is toegebracht. Die schade zal naar maatstaven van billijkheid worden vastgesteld op € 1.000,00, overeenkomstig het vonnis van de mededader.
Nu de verdachte het strafbare feit ter zake waarvan schadevergoeding zal worden toegekend samen met een mededader heeft gepleegd, zijn zij daarvoor ieder hoofdelijk aansprakelijk. Indien en voor zover de mededader de benadeelde partij betaalt is de verdachte in zoverre jegens de benadeelde partij van deze betalingsverplichting bevrijd.
De benadeelde partij heeft gevorderd het te vergoeden bedrag te vermeerderen met
wettelijke rente. De rechtbank bepaalt dat het te vergoeden schadebedrag vermeerderd wordt
met wettelijke rente vanaf 20 april 2023.
Nu de vordering van de benadeelde partij deels zal worden toegewezen, zal de verdachte worden veroordeeld in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken.
8.4.
Conclusie
De verdachte moet de benadeelde partij een schadevergoeding betalen van € 1.375,00 vermeerderd met de wettelijke rente en kosten als hieronder in de beslissing vermeld.
Tevens wordt oplegging van de hierna te noemen maatregel als bedoeld in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht passend en geboden geacht. Gelet op de jeugdige leeftijd van de verdachte op de pleegdatum zal geen gijzeling worden toegepast.
Over een deel van de gevorderde schadevergoeding wordt in deze procedure geen inhoudelijke beslissing genomen.

9.Toepasselijke wettelijke voorschriften

Gelet is op de artikelen 36f, 77a, 77g, 77m, 77n, 77x, 77y, 77z en 141 van het Wetboek van Strafrecht.

10.Bijlagen

De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.

11.Beslissing

De rechtbank:
verklaart niet bewezen dat de verdachte het onder 2 ten laste gelegde feit heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij;
verklaart bewezen dat de verdachte het onder 1 ten laste gelegde feit, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;
verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte ook daarvan vrij;
stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert het hiervoor vermelde strafbare feit;
verklaart de verdachte strafbaar;
legt de verdachte een taakstraf op, bestaande uit een
werkstrafvoor de duur van
60 (zestig)
uren;
bepaalt dat deze taakstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten wegens niet nakoming van hierna te melden voorwaarde;
stelt de proeftijd vast op 1 jaar onder de algemene voorwaarde dat de veroordeelde
zich voor het einde van die proeftijd niet zal schuldig maken aan een strafbaar feit;
beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde voorwaardelijke werkstraf in mindering wordt gebracht volgens de maatstaf van twee uren per dag, zodat na deze aftrek
54 (vierenvijftig) urente verrichten werkstraf resteren;
heft op het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte; de voorlopige hechtenis is bij eerdere beslissing geschorst;
veroordeelt de verdachte hoofdelijk met zijn mededader, om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de benadeelde partij, [slachtoffer] , te betalen een bedrag van
€ 1.375,00 (zegge: dertienhonderdvijfenzeventig euro), bestaande uit € 375,00 aan materiële schade en € 1.000,00 aan immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 20 april 2023 tot aan de dag der algehele voldoening;
bepaalt dat de verdachte bij gehele of gedeeltelijke betaling door de mededader van de verdachte aan de benadeelde partij, zal zijn bevrijd tot de hoogte van het betaalde bedrag;
verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in het resterende deel van de vordering; bepaalt dat dit deel van de vordering slechts kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;
veroordeelt de verdachte in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden aan de zijde van de benadeelde partij begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;
legt aan de verdachte hoofdelijk samen met zijn mededader
de maatregel tot schadevergoedingop, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij te betalen
€ 1.375,00(hoofdsom,
zegge: dertienhonderdvijfenzeventig euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 20 april 2023 tot aan de dag van de algehele voldoening, en bepaalt daarbij de duur van de gijzeling op 0 (nul) dagen;
verstaat dat betaling aan de benadeelde partij, waaronder begrepen betaling door zijn mededader, tevens geldt als betaling aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij en omgekeerd.
Dit vonnis is gewezen door:
mr. F.P.J. Schoonen, voorzitter, tevens kinderrechter,
en mrs. F. Aukema-Hartog en A.M. van der Leeden, (kinder)rechters,
in tegenwoordigheid van mr. V. Lankhaar, griffier,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op 25 november 2025.
De voorzitter en jongste rechter zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.
Bijlage I
Tekst tenlastelegging
Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat
1
hij op of omstreeks 20 april 2023 te Rotterdam,
openlijk, te weten, op/aan de openbare weg, te weten de Nieuwe Binnenweg, in elk
geval op of aan de openbare weg, in vereniging geweld heeft gepleegd tegen een
persoon, te weten [slachtoffer] door
- in/op/tegen het gezicht, althans op/tegen het hoofd, van voornoemde [slachtoffer] te
slaan en/of te stompen en/of te duwen, waardoor voornoemde [slachtoffer] op de grond is
gevallen en/of
- meerdere malen, althans eenmaal, in/op/tegen het gezicht en/of op/tegen het
hoofd en/of op/tegen het lichaam van voornoemde [slachtoffer] te slaan en/of te stompen,
terwijl voornoemde [slachtoffer] op de grond lag en/of
- meerdere malen, althans eenmaal, in/op/tegen het gezicht en/of op/tegen het
hoofd en/of op/tegen het lichaam van voornoemde [slachtoffer] te schoppen en/of te
trappen, terwijl voornoemde [slachtoffer] op de grond lag;
2
hij op of omstreeks 20 april 2023 te Rotterdam,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
een mobiele telefoon, te weten een iPhone 14, in elk geval enig goed, dat/die geheel
of ten dele aan [slachtoffer] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn
mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich
wederrechtelijk toe te eigenen;