Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De procedure
2.De beoordeling
ernstigverwijtbaar handelen of nalaten van [verweerder].
Rechtbank Rotterdam
In deze zaak heeft de kantonrechter van de Rechtbank Rotterdam op 18 december 2025 uitspraak gedaan in een ontbindingsverzoek van een werkgever tegen een werknemer die niet is verschenen in de procedure. De werknemer, werkzaam als Operator Productie A, heeft zich op 18 april 2025 ziekgemeld en heeft sindsdien geen contact meer gehad met de werkgever of de bedrijfsarts. De werkgever heeft geprobeerd contact te leggen, maar de werknemer heeft hieraan geen medewerking verleend. De werkgever heeft op 1 juli 2025 de loonbetaling gestaakt, wat niet heeft geleid tot contact van de werknemer. De kantonrechter heeft vastgesteld dat de werknemer structureel contact heeft ontbroken en dat dit verwijtbaar is. De kantonrechter heeft geoordeeld dat er een redelijke grond is voor ontbinding van de arbeidsovereenkomst, omdat de werknemer niet binnen een redelijke termijn kan worden herplaatst. De arbeidsovereenkomst is ontbonden per 1 februari 2026, rekening houdend met de opzegtermijn en de duur van de procedure. De werknemer is veroordeeld in de proceskosten, die zijn begroot op € 813,00. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.