Op 5 december 2025 heeft de Rechtbank Rotterdam een mondelinge uitspraak gedaan over een zorgmachtiging op verzoek van de officier van justitie. De zaak betreft een betrokkene, geboren in 1972, die lijdt aan een psychische stoornis, specifiek een schizofreniespectrum- of andere psychotische stoornis. De rechtbank heeft vastgesteld dat het gedrag van de betrokkene, als gevolg van zijn psychische aandoening, leidt tot ernstig nadeel voor zowel hemzelf als zijn omgeving. Dit omvat risico's op ernstige materiële en financiële schade, verwaarlozing en maatschappelijke teloorgang. De betrokkene heeft in het verleden suïcidale gedachten geuit en heeft zich bedreigend opgesteld tegenover anderen.
De rechtbank heeft op basis van de ingediende medische verklaringen en het zorgplan geconcludeerd dat er geen mogelijkheden zijn voor passende zorg op vrijwillige basis, aangezien de betrokkene niet bereid is om medicatie of ambulante behandeling te accepteren. De rechtbank heeft de noodzaak van verplichte zorg onderbouwd door te stellen dat de betrokkene zorg nodig heeft om een crisissituatie af te wenden en zijn geestelijke en fysieke gezondheid te stabiliseren.
De rechtbank heeft de zorgmachtiging toegewezen voor een periode van twaalf maanden, met inachtneming van de impact die deze machtiging op de betrokkene heeft. De rechtbank heeft de argumenten van de advocaat van de betrokkene, die stelde dat de zorgmachtiging niet proportioneel was, verworpen. De rechtbank oordeelde dat de toegewezen vormen van verplichte zorg noodzakelijk zijn en dat er geen minder bezwarende alternatieven zijn. De zorgmachtiging is verleend met ingang van 5 december 2025 en geldt tot en met 5 december 2026.