ECLI:NL:RBROT:2025:15035

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
5 december 2025
Publicatiedatum
24 december 2025
Zaaknummer
C/10/710354 / FA RK 25-8846
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Procedures
  • Mondelinge uitspraak
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing zorgmachtiging op basis van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg met betrekking tot een betrokkene met een psychische stoornis

Op 5 december 2025 heeft de Rechtbank Rotterdam een mondelinge uitspraak gedaan over een zorgmachtiging op verzoek van de officier van justitie. De zaak betreft een betrokkene, geboren in 1972, die lijdt aan een psychische stoornis, specifiek een schizofreniespectrum- of andere psychotische stoornis. De rechtbank heeft vastgesteld dat het gedrag van de betrokkene, als gevolg van zijn psychische aandoening, leidt tot ernstig nadeel voor zowel hemzelf als zijn omgeving. Dit omvat risico's op ernstige materiële en financiële schade, verwaarlozing en maatschappelijke teloorgang. De betrokkene heeft in het verleden suïcidale gedachten geuit en heeft zich bedreigend opgesteld tegenover anderen.

De rechtbank heeft op basis van de ingediende medische verklaringen en het zorgplan geconcludeerd dat er geen mogelijkheden zijn voor passende zorg op vrijwillige basis, aangezien de betrokkene niet bereid is om medicatie of ambulante behandeling te accepteren. De rechtbank heeft de noodzaak van verplichte zorg onderbouwd door te stellen dat de betrokkene zorg nodig heeft om een crisissituatie af te wenden en zijn geestelijke en fysieke gezondheid te stabiliseren.

De rechtbank heeft de zorgmachtiging toegewezen voor een periode van twaalf maanden, met inachtneming van de impact die deze machtiging op de betrokkene heeft. De rechtbank heeft de argumenten van de advocaat van de betrokkene, die stelde dat de zorgmachtiging niet proportioneel was, verworpen. De rechtbank oordeelde dat de toegewezen vormen van verplichte zorg noodzakelijk zijn en dat er geen minder bezwarende alternatieven zijn. De zorgmachtiging is verleend met ingang van 5 december 2025 en geldt tot en met 5 december 2026.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Team familie
Zaak-/rekestnummer: C/10/710354 / FA RK 25-8846
Referentienummer: [nummer]
Schriftelijke uitwerking van de mondelinge beslissing van 5 december 2025 betreffende een zorgmachtiging als bedoeld in artikel 6:4 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (hierna: Wvggz)
op verzoek van:
de officier van justitie in het arrondissement Rotterdam,hierna: de officier,
met betrekking tot:
[betrokkene],
geboren op [geboortedatum] 1972, [geboorteplaats] ,
hierna: betrokkene,
wonende te [woonplaats] ,
advocaat mr. J.P. Vandervoodt te Zwijndrecht.

1.Procesverloop

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit het verzoekschrift van de officier, ingekomen op 19 november 2025.
Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
  • de medische verklaring opgesteld door [naam 1] , psychiater, van 14 november 2025;
  • de niet-ingevulde zorgkaart;
  • het zorgplan van 2 oktober 2025;
  • de bevindingen van de geneesheer-directeur over het zorgplan;
  • de relevante strafvorderlijke en justitiële gegevens van betrokkene;
  • het bericht dat er geen relevante politiegegevens van betrokkene zijn.
1.2.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden in de rechtbank te Rotterdam op 5 december 2025. Bij die gelegenheid zijn verschenen:
  • betrokkene met zijn hiervoor genoemde advocaat;
  • [naam 2] , psychiater, verbonden aan Antes.
1.3.
De mentor van betrokkene is, hoewel daartoe behoorlijk opgeroepen, niet verschenen. Ook de officier is niet tijdens de mondelinge behandeling verschenen, omdat hij een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig achtte.

2.Beoordeling

2.1.
Bij beschikking van deze rechtbank van 20 december 2024 is op grond van artikel 6:4 Wvggz een zorgmachtiging verleend tot en met 19 december 2025. De officier heeft op 19 november 2025 een verzoek ingediend voor een aansluitende zorgmachtiging voor de duur van twaalf maanden.
2.2.
Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling blijkt dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis, te weten een schizofreniespectrum- of een andere psychotische stoornis.
2.3.
Het gedrag van betrokkene leidt als gevolg van zijn psychische stoornis tot ernstig nadeel, gelegen in het bestaan van of het aanzienlijk risico op ernstige materiële schade, ernstige financiële schade, ernstige verwaarlozing, maatschappelijke teloorgang, de situatie dat betrokkene met hinderlijk gedrag agressie van anderen oproept en de situatie dat de algemene veiligheid van personen of goederen in gevaar is.
Betrokkene is in 2023 opgenomen met een zogeheten floride psychotisch toestandsbeeld. Voorafgaand aan deze opname heeft hij in psychotische toestand veelvuldig bedreigingen geuit aan het adres van zijn toenmalige huisarts. Ook zijn er in die periode veel overlastmeldingen geweest, waardoor betrokkene zijn huis kwijt dreigde te raken. Betrokkene heeft zich in deze periode veelvuldig suïcidaal geuit en geprobeerd een einde aan zijn leven te maken. Betrokkene is tijdens de opname in 2023 ingesteld op depotmedicatie en gestopt met middelengebruik, waardoor de psychose naar de achtergrond is verdwenen. Er hebben sindsdien geen overlastmeldingen of bedreigingen meer plaatsgevonden. Momenteel loopt het contact met het GGZ-team redelijk. Betrokkene ervaart echter een grote lijdensdruk door de bijwerkingen van zijn medicatie. Hij wil daarom graag zijn behandeling zonder medicatie voortzetten. De psychiater is met betrokkene aan het onderzoeken of verlaging of wisseling van de medicatie haalbaar is, zonder dat het bovenstaande risico opnieuw optreedt. Verlaging van de dosering of wisseling van de medicatie brengt het risico mee dat het ziektebesef afneemt, waardoor een behandeling op vrijwillige basis niet meer mogelijk is. Verder heeft de psychiater toegelicht dat een terugkeer van de psychose veel schade zal opleveren voor betrokkene, zowel voor hemzelf als voor zijn omgeving.
2.4.
Om een crisissituatie af te wenden, ernstig nadeel af te wenden, de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren en de fysieke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen in het geval diens gedrag als gevolg van zijn psychische stoornis leidt tot ernstig nadeel daarvoor, heeft betrokkene zorg nodig.
2.5.
Gebleken is dat er geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis zijn. Uit de medische verklaring blijkt dat betrokkene onvoldoende bereid is om behandeling of zorg op vrijwillige basis te accepteren. Uit de medische verklaring blijkt dat betrokkene geen medicatie of ambulante behandeling wil. Als betrokkene psychotisch ontregelt is er sprake van ontbrekend ziektebesef, waardoor hij geen vrijwillige zorg wil. Om die reden is verplichte zorg nodig.
2.6.
De in het verzoekschrift opgenomen vormen van verplichte zorg zijn gebaseerd op de medische verklaring, het zorgplan en de bevindingen van de geneesheer-directeur. Deze vormen van verplichte zorg zijn door de rechtbank tijdens de mondelinge behandeling besproken. Gelet op het voorgaande acht de rechtbank de volgende vormen van verplichte zorg noodzakelijk om het ernstig nadeel af te wenden:
  • het toedienen van medicatie, alsmede het verrichten van medische controles;
  • het aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, inhoudende het accepteren en nakomen van ambulante behandelafspraken;
en wanneer betrokkene zijn medicatie weigert in te nemen, op een andere manier weigert mee te werken aan ambulante afspraken, of psychisch ontregeld raakt en hierdoor (een risico op) ernstig nadeel ontstaat dat ambulant niet is af te wenden, acht de rechtbank de volgende vormen van verplichte zorg aanvullend noodzakelijk:
  • het beperken van de bewegingsvrijheid;
  • het opnemen in een accommodatie.
2.7.
De andere door de officier verzochte vorm van verplichte zorg, te weten het verrichten van medische handelingen en therapeutische maatregelen, wordt door de rechtbank niet noodzakelijk geacht, omdat de noodzakelijkheid daarvan niet (afdoende) is gemotiveerd en de behandelaar tijdens de mondelinge behandeling gemotiveerd heeft verklaard dat deze niet nodig is om het ernstig nadeel af te wenden.
2.8.
Namens betrokkene voert de advocaat aan dat een zorgmachtiging niet proportioneel is, omdat betrokkene een grote lijdensdruk ervaart door de medicatie. Betrokkene zelf verklaart dat hij geen energie meer heeft, de medicatie hem impotent heeft gemaakt en hij verder geen sociale contacten heeft. Betrokkene heeft het gevoel dat er weinig meer is om voor te leven. De rechtbank merkt op dat het heel invoelbaar is dat de zorgmachtiging zwaar is voor betrokkene. Ook de onafhankelijk psychiater heeft dit in de medische verklaring opgeschreven. De rechtbank moet een afweging maken tussen enerzijds het uit de stoornis voortvloeiende aanwezige ernstig nadeel voor zijn omgeving en betrokkene zelf en anderzijds de impact die een zorgmachtiging op betrokkene zelf heeft. Hiervoor is uiteengezet dat het genoemde ernstig nadeel dermate ernstig is, dat dit alleen kan worden weggenomen met een zorgmachtiging. Verder is van belang dat door de psychiater wordt onderzocht of een verlaging van de dosering of wisseling van de medicatie mogelijk is, waardoor betrokkene in de toekomst minder lijdensdruk ervaart. Het voorgaande, in samenhang bezien, leidt de rechtbank tot het oordeel dat voor de toegewezen vormen van verplichte zorg geen minder bezwarende alternatieven zijn die hetzelfde beoogde effect hebben. Verder is de voorgestelde verplichte zorg op dit moment nog evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt dat bij het bepalen van de juiste zorg rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene. Het verweer van de advocaat wordt dan ook verworpen.
2.9.
Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz. De zorgmachtiging zal aansluitend op een zorgmachtiging worden verleend voor de verzochte duur van twaalf maanden met ingang van vandaag.

3.Beslissing

De rechtbank:
3.1.
verleent een zorgmachtiging ten aanzien van [betrokkene] voornoemd;
3.2.
bepaalt dat bij wijze van verplichte zorg de maatregelen zoals opgenomen in rechtsoverweging 2.6. kunnen worden getroffen;
3.3.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 5 december 2026;
3.4.
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is op 5 december 2025 mondeling gegeven door mr. E.M. Moerman, rechter, in tegenwoordigheid van mr. M.E. Stoel, griffier, en op 19 december 2025 schriftelijk uitgewerkt en getekend.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.