De Raad voor de Kinderbescherming verzocht om verlenging van de ondertoezichtstelling van drie minderjarige kinderen tot 8 mei 2026. De eerdere ondertoezichtstelling liep van 8 mei tot 8 november 2025. De Raad maakte zich zorgen over het ontbreken van hulpverlening in de thuissituatie en het incident waarbij de vader de moeder naar de keel greep, wat kan duiden op intiem terreur.
De gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond stond niet achter het resterende deel van het verzoek, omdat zij goede gesprekken met de ouders had gevoerd en geen actuele zorgen zagen. De ouders zelf voerden verweer en gaven aan dat zij na de eerdere ondertoezichtstelling meewerkten en dat het goed ging met de kinderen.
De kinderrechter oordeelde dat ondanks het positieve verloop met de kinderen en de medewerking van de ouders, er nog steeds sprake is van een ernstige ontwikkelingsbedreiging. Dit vanwege het verleden met heftig geweld, het ontbreken van volledig zicht op de thuissituatie en de dynamiek binnen het gezin. Daarom is verlenging van de ondertoezichtstelling noodzakelijk om passende hulpverlening te kunnen inzetten.
De beschikking tot verlenging is uitvoerbaar bij voorraad verklaard, zodat deze direct geldt. Tegen deze beslissing is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag binnen drie maanden na de uitspraak.