ECLI:NL:RBROT:2025:14990

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
18 december 2025
Publicatiedatum
22 december 2025
Zaaknummer
C/10/700006 / HA RK 25-498
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzoek tot verkrijging van verlof tot verkoop van in beslag genomen aandelen op naam

In deze zaak heeft de Gemeente Rotterdam een verzoek ingediend bij de Rechtbank Rotterdam om verlof te verkrijgen voor de verkoop van in beslag genomen aandelen van [belanghebbende]. De Gemeente heeft beslag gelegd op de aandelen van [belanghebbende] in [bedrijf 1] vanwege een openstaande vordering. De rechtbank heeft op 18 december 2025 de beschikking gegeven waarin het verzoek van de Gemeente is toegewezen. De rechtbank oordeelde dat de Gemeente binnen een maand na het leggen van het beslag het verzoek tot verkoop moest indienen, wat zij tijdig heeft gedaan. De rechtbank heeft vastgesteld dat er geen verweer is gevoerd door [belanghebbende] en dat de Gemeente voldoende heeft aangetoond dat zij recht heeft op de verkoop van de aandelen. De rechtbank heeft de voorwaarden voor de verkoop en overdracht van de aandelen vastgesteld, waaronder de mogelijkheid tot onderhandse verkoop gedurende acht maanden en de verplichting voor [belanghebbende] om medewerking te verlenen aan de verkoop. Tevens is bepaald dat de kosten van de verkoop door de Gemeente moeten worden gedragen, maar dat deze kosten als preferente executiekosten op de opbrengst kunnen worden verhaald. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK Rotterdam

Team Handel en Haven
Zaaknummer / rekestnummer: C/10/700006 / HA RK 25-498
Beschikking van 18 december 2025
in de zaak van
GEMEENTE ROTTERDAM,
te Rotterdam,
verzoekende partij,
hierna te noemen: Gemeente Rotterdam,
advocaat: mr. L. Kesting,
tegen
[belanghebbende],
te Rotterdam,
belanghebbende,
hierna te noemen: [belanghebbende],
niet verschenen.

1.Het kern van het geschil

De gemeente heeft een vordering op [belanghebbende] en ten behoeve daarvan beslag gelegd op zijn aandelen op naam in [bedrijf 1] De gemeente vraagt de rechtbank om verlof voor de verkoop en overdracht van die aandelen. De rechtbank wijst het verzoek toe.

2.De procedure

2.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het verzoek van 14 mei 2025, met producties 1 tot en met 6;
- de brieven van de rechtbank van 3 december 2025, waarin mondelinge behandeling is bepaald op 17 december 2025;
- de mondelinge behandeling van 17 december 2025.

3.De feiten

3.1.
Bij beschikking van 29 maart 2017 heeft het Hof Den Haag bepaald dat [belanghebbende] met ingang van 1 februari 2015 € 271,- aan de gemeente moet betalen, zolang de bijstandverlening mede ten behoeve van [minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2013, voortduurt.
3.2.
Op 24 januari 2023 is de beschikking aan [belanghebbende] betekend, waarbij hij is verzocht € 13.087,92 aan achterstallige termijnen te voldoen alsmede de explootkosten.
3.3.
[belanghebbende] betaalde niet. Daarom heeft de gemeente op 17 april 2025 bij exploot executoriaal derdenbeslag gelegd op aandelen van [belanghebbende] in [bedrijf 1] (hierna: [bedrijf 1]), gevestigd te Rotterdam.
3.4.
Op 17 april 2025 heeft de gemeente eveneens [belanghebbende] op de hoogte gebracht van de beslaglegging en het beslagexploot aan [bedrijf 1] ook aan [belanghebbende] in persoon betekend.
3.5.
De gemeente heeft geen beschikking gekregen over het aandelenregister van [bedrijf 1].
3.6.
[bedrijf 1] heeft tot en met de mondelinge behandeling geen mededeling gedaan van rechten die voor het beslag op haar aandelen zijn gevestigd.
3.7.
[belanghebbende] is enig aandeelhouder en bestuurder van [bedrijf 1].
3.8.
Nagenoeg gelijktijdig met het ingang zetten van het derdenbeslag heeft [belanghebbende] ingestemd met een betalingsregeling waarbij hij maandelijks € 200,- betaalt.

4.Het verzoek

4.1.
De gemeente verzoekt de rechtbank – samengevat – om voor zover mogelijk bij beschikking uitvoerbaar bij voorraad:
  • te bepalen dat en binnen welke termijn tot verkoop en overdracht van de in beslag genomen aandelen zal worden overgegaan;
  • te bepalen dat zij tot uiterlijk twintig maanden na deze beschikking heeft om de aandelen te verkopen en overdragen, waarvan de eerste acht maanden de verkoop onderhands kan plaatsvinden en daarna door middel van openbare verkoop;
  • te bepalen dat zij deze rechtbank kan verzoeken de termijn voor verkoop en overdracht te verlengen, welk verzoek uiterlijk twintig maanden na de datum van deze beschikking door de rechtbank moet zijn ontvangen;
  • te bepalen dat dit moet worden uitgevoerd door een deurwaarder van LAVG Gerechtsdeurwaarders B.V.;
  • te bepalen dat de benoemde deurwaarder nadere regels kan vaststellen, met inachtneming van de statuten van [bedrijf 1];
  • toestemming daarbij af te mogen wijken van de blokkeringsregeling in de statuten van [bedrijf 1];
  • te bepalen dat [belanghebbende] zijn medewerking moet verlenen aan de verkoop en overdracht van de aandelen, en dat hij daartoe op eerste verzoek van de executerende deurwaarder binnen veertien dagen aan die deurwaarder ter beschikking moet stellen: de statuten, het aandeelhoudersregister, de jaarcijfers 2025, de verifieerbare grootboek informatie over de door [bedrijf 1] gerealiseerde omzet en gemaakte kosten over 2025, en alle naar het oordeel van de deurwaarder voor de waardering en verkoop van de aandelen overige relevante (financiële) gegevens, zulks op straffe van een dwangsom van € 1.000,00 per dag voor het geval [belanghebbende] hiermee in verzuim is, tot een maximum van € 5.000,00.
4.2.
Tijdens de mondelinge behandeling heeft de gemeente haar verzoek aldus gewijzigd dat het verzoek tot het verlenen van medewerking om, op straffe van een dwangsom, op eerste verzoek van de executerende deurwaarder aan die deurwaarder de hiervoor genoemde specifieke stukken ter beschikking te stellen, betrekking heeft op [bedrijf 1].

5.De beoordeling

5.1.
Deze rechtbank is bevoegd kennis te nemen van het geschil omdat [bedrijf 1] is gevestigd in haar werkgebied (artikel 474g Rv).
5.2.
Een verzoek tot verkrijging van verlof tot verkoop van in beslag genomen aandelen op naam moet worden gedaan binnen één maand na het exploot van beslag, met daarbij het verzoek te bepalen binnen welke termijn daartoe moet worden overgegaan. Daarbij moet zo mogelijk ook worden overgelegd de in artikel 474f Rv bedoelde mededeling van de vennootschap bij wie derdenbeslag is gelegd, over rechten die vóór het exploot al op de in beslag genomen aandelen zijn gevestigd, onder opgave van de namen en woonplaatsen van de gerechtigden (artikel 474g lid 1 Rv). De rechtbank bepaalt de wijze van verkoop en onder welke voorwaarden de verkoop en overdracht dienen te geschieden. Daarbij moeten de wettelijke en statutaire bepalingen die daarvoor gelden in acht worden genomen (artikel 474g lid 3 Rv). Afwijking daarvan is slechts mogelijk als in achtneming van deze bepalingen de executoriale verkoop onmogelijk zou maken (artikel 474g lid 4 Rv).
5.3.
De gemeente heeft haar verzoek gedaan binnen één maand nadat het derdenbeslag is gelegd bij [bedrijf 1]. Omdat [bedrijf 1] geen mededeling heeft gedaan als bedoeld in artikel 474f Rv kan de gemeente deze mededeling niet overleggen. Daarmee heeft de gemeente in beginsel aan de voorwaarden van artikel 474g Rv voldaan.
5.4.
Tegen het verzoek is geen verweer gevoerd.
5.5.
Tijdens de mondelinge behandeling heeft de gemeente nog nader toegelicht dat voorafgaand aan het gelegde beslag al een betalingsregeling met [belanghebbende] was overeengekomen, waarbij hij € 250,- per maand zou betalen. Die regeling kwam hij niet na, althans niet zonder dat de deurwaarder hem erop moest attenderen dat er weer een volgende maand te betalen was. Ook bij de betalingsregeling van € 200,- komt [belanghebbende] niet na, althans niet zonder dat de deurwaarder hem wederom moet wijzen op verlopen betalingstermijnen, en [belanghebbende] steeds pas ruim daarna betaald. Volgens de gemeente is de betalingsregeling formeel ook niet meer bestaand, omdat bij het aangaan van de regeling is overeengekomen dat de betalingsregeling komt te vervallen als een betalingstermijn niet of eerst te laat wordt voldaan. Daaraan doet voor de gemeente niet af dat die betalingsregeling materieel – afgezien van de betalingstermijnen – nog wel wordt uitgevoerd. De gemeente vreest ook dat betalingen uit zullen blijven als het verzoek wordt afgewezen.
5.6.
De rechtbank ziet, gelet op de toelichting van de gemeente, voor het toewijzen van het verzoek geen obstakel in de betalingsregeling van € 200,-, voor zover die nog als bestaand moet worden gezien.
5.7.
Aan de verkoop en overdracht van de aandelen worden de termijnen en voorwaarden verbonden zoals hierna zijn opgenomen in 6.1 sub a tot en met i van de beslissing. De gemeente mag ook direct overgaan tot openbare verkoop, omdat zij denkt dat onderhandse verkoop weinig zin heeft.
5.8.
Het verzoek van de gemeente om te mogen afwijken van de blokkeringsregeling in de statuten van [bedrijf 1] wordt toegewezen. Weliswaar is [belanghebbende] enig aandeelhouder van [bedrijf 1], waardoor de blokkeringsregeling geen praktische betekenis heeft, maar zo worden eventuele latere discussies hierover voorkomen.
5.9.
Het verzoek [belanghebbende] te verplichten tot medewerking wordt toegewezen.
5.10.
Ook de verzochte specifieke medewerking van [bedrijf 1] wordt toegewezen, behoudens de inmiddels door de gemeente verkregen statuten van [bedrijf 1]. Terecht heeft de gemeente haar verzoek gewijzigd omdat dit gaat om stukken die zij van [bedrijf 1] heeft te verlangen en niet van aandeelhouder [belanghebbende] in persoon. De daarbij verzochte dwangsommen worden eveneens toegewezen, omdat [belanghebbende] in zijn hoedanigheid van enig bestuurder van [bedrijf 1] vooralsnog onvoldoende medewerking verleent.
5.11.
De kosten van de verkoop van de in de beslag genomen aandelen moeten door de gemeente worden voldaan, die deze kosten als preferente executiekosten kan verhalen op de opbrengst.
5.12.
De rechtbank verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

6.De beslissing

De rechtbank
6.1.
bepaalt dat de gemeente kan overgaan tot verkoop en overdracht van de ten laste van [belanghebbende] in beslag genomen aandelen in [bedrijf 2], statutair gevestigd in Rotterdam, op de volgende wijze en onder de volgende voorwaarden:
de verkoop van de aandelen mag (eerst) gedurende acht maanden na vandaag onderhands plaatsvinden, waarbij een deurwaarder van LAVG Gerechtsdeurwaarders B.V. te Groningen het door haar ontvangen hoogste bod schriftelijk ter kennis van [belanghebbende] moet brengen en hem gedurende twee weken in de gelegenheid moet stellen om een onvoorwaardelijk hoger bod uit te (laten) brengen;
als de aandelen niet binnen zes maanden na vandaag onderhands zijn verkocht en overgedragen, kunnen de aandelen in het openbaar (bij inschrijving) worden verkocht;
de aandelen mogen, in afwijking van 6.1 onder a, ook direct in het openbaar (bij inschrijving) worden verkocht;
e verkoop en overdracht van de aandelen moet plaatsvinden uiterlijk twintig maanden na de datum van deze beschikking;
bepaalt dat de gemeente deze rechtbank om verlenging van de onder c genoemde termijn kan verzoeken, onder de voorwaarde dat het verzoek tot verlenging uiterlijk veertien maanden na de datum van deze beschikking op de griffie van deze rechtbank is ontvangen;
de executerende deurwaarder van LAVG Gerechtsdeurwaarders B.V. te Groningen moet de voorwaarden voor de executoriale verkoop opstellen en minimaal twee weken voorafgaand aan de veiling alle voor de verkoop en de waarde van de aandelen relevant te achten (financiële) informatie, ter inzage leggen op haar kantoor;
de blokkeringsregeling in de statuten van [bedrijf 1] is niet van toepassing op deze executoriale verkoop;
de overdracht van de aandelen moet overeenkomstig het bepaalde in artikel 474h Rv plaatsvinden; en
[belanghebbende] moet haar medewerking verlenen aan de verkoop en overdracht van de aandelen;
6.2.
bepaalt dat [bedrijf 1] op eerste verzoek van de executerende deurwaarder binnen veertien dagen aan die deurwaarder ter beschikking moet stellen: het aandeelhoudersregister, de jaarcijfers 2025, de verifieerbare grootboek informatie over de door [bedrijf 1] gerealiseerde omzet en gemaakte kosten over 2025, en alle naar het oordeel van de deurwaarder voor de waardering en verkoop van de aandelen overige relevante (financiële) gegevens, zulks op straffe van een dwangsom van € 1.000,00 per dag voor het geval [bedrijf 1] hiermee in verzuim is, tot een maximum van € 5.000,00;
6.3.
verstaat dat de kosten van de verkoop van de in de beslag genomen aandelen als preferente executiekosten op de opbrengst kunnen worden verhaald;
6.4.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;
6.5.
wijst het meer of anders verzochte af.
Deze beschikking is gegeven door mr. A.C. Rop en in het openbaar uitgesproken op 18 december 2025.
3718/2819