Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De procedure
- het verzoekschrift (ontvangen op 28 juli 2025), met bijlagen 1 tot en met 11;
- het verweerschrift, met een bijlage.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Rotterdam
Verzoeker, eigenaar van een appartement met stallingsplaats in een parkeergarage, verzet zich tegen een besluit van de VvE om in 2026 een eenmalige extra bijdrage van € 1.052,63 per eigenaar te heffen voor het ophogen en opnieuw bestraten van het binnenterrein. Volgens verzoeker had het onderhoud conform het Meerjaren Onderhoudsplan gespreid moeten plaatsvinden en hoeft hij niet mee te betalen omdat zijn stallingsplaats een betonnen vloer heeft.
De kantonrechter oordeelt dat het besluit van de VvE niet onredelijk is. Het onderhoud is noodzakelijk vanwege ernstige verzakkingen en praktische nadelen bij gespreide uitvoering. De vergadering heeft in redelijkheid en billijkheid tot het besluit kunnen komen. Het verzoek tot vernietiging wordt afgewezen.
Het verzoek om vast te stellen of de beklinkerde parkeerplaatsen dienstbaar zijn aan alle eigenaren wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat dit een verklaring voor recht betreft die via dagvaarding moet worden ingesteld. Voorlopig geldt dat het terrein gemeenschappelijk is en ook verzoeker gebruik maakt van het terrein, waardoor hij mee moet betalen.
Verzoeker wordt veroordeeld in de proceskosten van € 510,-. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Het verzoek tot vernietiging van het VvE-besluit wordt afgewezen en verzoeker wordt niet-ontvankelijk verklaard in zijn verklaring voor recht.