Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
[handelsnaam],
1.De procedure
- de dagvaarding van 27 maart 2025, met bijlagen;
- de aantekeningen van het mondelinge antwoord van [gedaagde] ;
- de brief van 28 april 2025, waarin een mondelinge behandeling is bepaald.
Rechtbank Rotterdam
In deze civiele procedure vordert eiseres betaling van het openstaande bedrag van twee facturen voor werkzaamheden aan een auto van de vennootschap onder firma waarvan gedaagde voormalig vennoot is. Eiseres stelde dat zij na een onderhoudsbeurt en diagnose extra werkzaamheden heeft uitgevoerd waarvoor telefonisch toestemming is gegeven. Gedaagde betwistte de hoogte van de facturen en stelde dat slechts een deel betaald was voor de beurt en dat geen opdracht was gegeven voor extra werkzaamheden.
Gedaagde verscheen niet op de zitting, waardoor de kantonrechter de stellingen van eiseres als onweerlegbaar aannam. Op grond van artikel 18 Wetboek Pro van Koophandel is gedaagde als voormalig vennoot privé aansprakelijk voor de verbintenissen van de VOF. De rechter oordeelde dat gedaagde het resterende bedrag van € 3.357,75, inclusief wettelijke handelsrente en buitengerechtelijke incassokosten van € 527,98, aan eiseres moet betalen.
Daarnaast werden de proceskosten van € 1.311,78 aan gedaagde opgelegd. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard, zodat het direct kan worden uitgevoerd. Hiermee wordt bevestigd dat toestemming voor de extra werkzaamheden is gegeven en dat gedaagde zijn betalingsverplichtingen niet is nagekomen.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van het resterende factuurbedrag met rente, incassokosten en proceskosten.