ECLI:NL:RBROT:2025:14965

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
17 december 2025
Publicatiedatum
22 december 2025
Zaaknummer
C/10/708349 / KG ZA 25-1024
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedures
  • Kort geding
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vordering tot inzage in conservatoir bewijsbeslag door Bacardi en Polmos tegen Excellent Drinks

In deze zaak vorderen Bacardi and Company Limited en Polmos Zyrardów Sp. z o.o. inzage in en afschrift van gegevens die onder conservatoir bewijsbeslag zijn genomen bij Excellent Drinks B.V. De voorzieningenrechter wijst de vorderingen van Bacardi af, omdat deze in strijd zijn met de goede procesorde, aangezien er al een bodemprocedure aanhangig is tussen Bacardi en Excellent Drinks over dezelfde materie. Bacardi had de inzagevordering in die procedure moeten instellen. De voorzieningenrechter oordeelt dat de vordering van Polmos inhoudelijk kan worden behandeld, maar ook deze wordt afgewezen omdat Polmos onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat er een redelijk vermoeden bestaat dat Excellent Drinks opnieuw inbreuk maakt op het merk Belvedere. De proceskosten worden toegewezen aan Excellent Drinks, omdat Bacardi en Polmos in het ongelijk zijn gesteld. De voorzieningenrechter verklaart de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Uitspraak

RECHTBANK Rotterdam

Team handel en haven
Zaaknummer: C/10/708349 / KG ZA 25-1024
Vonnis in kort geding van 17 december 2025
in de zaak van

1.BACARDI AND COMPANY LIMITED,

gevestigd in Vaduz (Liechtenstein),
2. POLMOS ZYRARDÓW SP. ZO. O.,
gevestigd in Zyrardów (Polen),
eisende partijen,
advocaten: mrs. N.W. Mulder en T.A. Eradus,
tegen
EXCELLENT DRINKS B.V.,
kantoorhoudend in Dordrecht,
gedaagde partij,
advocaat: mr. C.E.M.C. Bakermans.
Partijen worden hierna Bacardi, Polmos en Excellent Drinks genoemd. Bacardi en Polmos worden hierna samen Bacardi c.s. genoemd.

1.Waar gaat de zaak over?

1.1.
Bacardi is merkhouder van Grey Goose wodka en Polmos is merkhouder van Belvedere wodka. Excellent Drinks exploiteert een groothandel in fris- en alcoholhoudende dranken. Excellent Drinks is eerder betrokken geweest bij de handel in flessen wodka waarop zonder de vereiste licentie of toestemming de merken van Bacardi c.s. waren aangebracht (hierna: nagemaakte of namaakflessen). Excellent Drinks heeft daarmee inbreuk gemaakt op de merken van Bacardi c.s.. In die context heeft Excellent Drinks zich tegenover Bacardi (via een vaststellingsovereenkomst) en Polmos (via een onthoudingsverklaring) verbonden tot onthouding van verdere inbreuk op de merken van Bacardi c.s.. Bacardi c.s. vermoeden echter dat Excellent Drinks opnieuw inbreuk maakt op hun merken door de handel in nagemaakte flessen wodka. Daarom hebben Bacardi c.s. conservatoir bewijsbeslag gelegd onder Excellent Drinks. Bacardi c.s. vorderen in deze zaak ieder voor zich – kort gezegd – inzage in en afschrift van de in conservatoir bewijsbeslag genomen gegevens onder druk van een dwangsom. Excellent Drinks voert verweer, onder meer ten aanzien van de bevoegdheid van de voorzieningenrechter om op de vorderingen van Bacardi c.s. te beslissen. De voorzieningenrechter wijst de vorderingen van Bacardi c.s. af. Dit oordeel wordt hierna uitgelegd.

2.De procedure

2.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
  • de dagvaarding van 14 november 2025, met bijlagen 1 tot en met 8;
  • de aanvullende bijlagen 9 tot en met 17 van Bacardi c.s.;
  • de incidentele conclusie exceptie van onbevoegdheid, met bijlagen 1 tot en met 8;
  • de mondelinge behandeling op 3 december 2025;
  • de spreekaantekeningen van mr. Eradus;
  • de pleitnota van mr. Bakermans.

3.De beoordeling

Het beslagverlof en de beslagen
3.1.
Op 17 juli 2025 hebben Bacardi c.s. verlof gekregen om – kort gezegd – conservatoir beslag tot afgifte en conservatoir bewijsbeslag te leggen, onder een aantal voorwaarden die deels in het verzoekschrift en deels in de verlofbeschikking zijn omschreven. Het ging om beslagen onder Excellent Drinks zelf en onder een supermarkt ( [naam supermarkt] ). Op 27 augustus 2025 is vervolgens afgiftebeslag en globaal bewijsbeslag gelegd. Het afgiftebeslag onder Supermarkt [naam supermarkt] heeft ertoe geleid dat er elf nagemaakte flessen Grey Goose in beslag zijn genomen. Het afgiftebeslag onder Excellent Drinks heeft geen doel getroffen. Onder het bewijsbeslag zijn integrale kopieën van alle op dat moment bij Excellent Drinks aanwezige data(dragers) gemaakt, waaronder mobiele telefoons, e-mailaccounts en server omgevingen. Vanwege de omvang van de aanwezige data bleek het ter plaatse doorzoekbaar maken en het nader duiden van de aangetroffen data praktisch onmogelijk te zijn. De deurwaarder heeft, in samenwerking met medewerkers van DigiJuris, op een later moment alle aangetroffen data nader geduid aan de hand van combinaties van zoektermen, die in het verzoekschrift tot het leggen van beslag waren beschreven. Dit proces van nadere duiding is op 26 september 2025 voltooid. De forensisch gesepareerde digitale bescheiden zijn veiliggesteld op twee aparte harde schijven; één voor Bacardi en één voor Polmos. Bacardi c.s. vorderen nu inzage in en afschrift van de data die op deze harde schijven staat.
Enkele algemene opmerkingen over conservatoir bewijsbeslag
3.2.
De mogelijkheid om te verzoeken om verlof tot het leggen van conservatoir bewijsbeslag is geregeld in artikel 205 Rv. Voor het verkrijgen van het verlof moet de verzoeker zijn belang bij de beslaglegging voldoende aannemelijk maken. De voorzieningenrechter beoordeelt summierlijk of is voldaan aan de voorwaarden als bedoeld in artikel 194, lid 1, Rv en of zich geen van de gronden bedoeld in artikel 196, lid 2, Rv voordoet. De partij waaronder conservatoir bewijsbeslag wordt gelegd, wordt in de regel niet op het verzoek tot het verkrijgen van verlof tot het leggen van het beslag gehoord (artikel 205, lid 3, Rv). Mede vanwege dit laatste is het conservatoir bewijsbeslag een effectief middel om bewijsmateriaal dat zich in de macht van de wederpartij of een derde bevindt te beschermen tegen het verloren raken daarvan.
3.3.
Het verzoek om verlof tot het leggen van conservatoir bewijsbeslag moet worden onderscheiden van de verderstrekkende – en in deze zaak ter beoordeling voorliggende – vordering tot kennisneming van de in conservatoir bewijsbeslag genomen gegevens. De voorzieningenrechter toetst een vordering tot kennisneming van de in conservatoir bewijsbeslag genomen informatie “vol” aan de voorwaarden als bedoeld in artikel 194, lid 1, Rv en daarnaast wordt ook “vol” getoetst of zich geen van de gronden bedoeld in artikel 196, lid 2, Rv voordoet. Dit alles om zo veel mogelijk te voorkomen dat de beslagleggende partij kennisneemt van gegevens die niet ter zake doen óf gegevens bij het verkrijgen waarvan onvoldoende belang bestaat. Dat risico is zeker in het geval dat in het kader van het conservatoir bewijsbeslag integrale kopieën van gegevensdragers zijn gemaakt, zoals in deze zaak ook het geval is, in het algemeen aanzienlijk. Het kan daarbij ook gaan om gegevens van derden. Hierbij past dat de beslagleggende partij een vordering tot kennisneming van de in conservatoir bewijsbeslag genomen gegevens in de regel meer handen en voeten moet geven dan een verzoek om verlof tot het leggen van conservatoir bewijsbeslag, al hangt dit ook af van de stellingen van de partij ten laste van wie het conservatoir bewijsbeslag is gelegd.
3.4.
Met inachtneming van al het voorgaande oordeelt de voorzieningenrechter als volgt over de vorderingen van Bacardi c.s. tot inzage in en afschrift van de in conservatoir bewijsbeslag genomen gegevens.
De inzagevordering van Bacardi is in strijd met de goede procesorde
3.5.
Het meest ver strekkende verweer van Excellent Drinks tegen de inzagevordering van Bacardi is dat Bacardi die vordering had moeten instellen in een al tussen Bacardi en Excellent Drinks aanhangige hoger beroepsprocedure. Dit verweer slaagt.
3.6.
Zoals hiervoor in 1.1. al kort is aangehaald, is Excellent Drinks eerder betrokken geweest bij de handel in nagemaakte flessen wodka waarop het merk van Bacardi (Grey Goose) was aangebracht. Naar aanleiding daarvan hebben Bacardi en Excellent Drinks op 29 maart 2023 een vaststellingsovereenkomst gesloten, waarmee Excellent Drinks zich er – kort gezegd – toe heeft verbonden informatie te verstrekken over de door haar verhandelde nagemaakte flessen Grey Goose en zich te onthouden van verdere inbreuk op het merk Grey Goose. In een vonnis van 14 mei 2025 van de rechtbank Den Haag (niet gepubliceerd op rechtspraak.nl, maar bekend onder zaaknummer C/09/654330 / HA ZA 23-856) is geoordeeld dat Excellent Drinks zich niet heeft gehouden aan wat was overeengekomen in de vaststellingsovereenkomst, omdat Excellent Drinks – samengevat weergegeven – (i) niet de correcte aantallen nagemaakte flessen heeft opgegeven, (ii) niet alle relevante documenten heeft overgelegd, (iii) niet alle nagemaakte flessen Grey Goose heeft afgegeven, en (iv) de ontbrekende nagemaakte flessen Grey Goose heeft verhandeld. In het vonnis zijn verschillende verklaringen voor recht gegeven en Excellent Drinks is veroordeeld tot het betalen van in de vaststellingsovereenkomst overeengekomen boetes. De vordering van Bacardi wegens merkinbreuk is afgewezen, omdat Bacardi niet zowel nakoming van de vaststellingsovereenkomst als schadevergoeding wegens merkinbreuk kan vorderen.
3.7.
Bacardi is in hoger beroep gekomen van het hiervoor genoemde vonnis van de rechtbank Den Haag, op nader aan te voeren gronden. Bacardi heeft Excellent Drinks bij exploot van 13 augustus 2025 in het hoger beroep gedagvaard tegen 3 februari 2026. Er loopt op dit moment dus al een bodemprocedure tussen Bacardi en Excellent Drinks over (door de rechtbank Den Haag vastgestelde) tekortkomingen in de nakoming van de tussen hen gesloten vaststellingsovereenkomst en merkinbreuk, waaronder de handel in nagemaakte flessen Grey Goose. Naar verwachting moet Bacardi in april 2026 haar grieven tegen het vonnis van de rechtbank Den Haag indienen.
3.8.
In de situatie waarin al een bodemprocedure tussen partijen aanhangig is over feitelijk hetzelfde onderwerp als waar de inzagevordering betrekking op heeft, is het in strijd met de goede procesorde om die inzagevordering in een afzonderlijke (kort geding)procedure in te stellen. Die inzagevordering kan dan enkel nog in de al aanhangige bodemprocedure worden ingesteld. Dit volgt uit artikel 196, lid 2 sub c, Rv. De gedachte van de wetgever hierachter is dat bewijsverrichtingen zoveel mogelijk worden geconcentreerd en dat wordt voorkomen dat over hetzelfde geschilpunt gelijktijdig meerdere procedures bij verschillende rechters worden gevoerd.
3.9.
Hoewel Bacardi terecht stelt dat de hoger beroepsprocedure betrekking heeft op nagemaakte flessen Grey Goose die in 2023 zijn aangetroffen en de aanleiding voor het conservatoir bewijsbeslag is gelegen in nagemaakte flessen Grey Goose die in 2025 zijn aangetroffen, volgt de voorzieningenrechter Bacardi niet in haar standpunt dat sprake is van twee volstrekt verschillende feitencomplexen en dat de hoger beroepsprocedure om die reden niet in de weg staat aan de inzagevordering van Bacardi. In de kern zien zowel de hoger beroepsprocedure als de inzagevordering van Bacardi immers op de handel in nagemaakte flessen Grey Goose door Excellent Drinks in strijd met de tussen Bacardi en Excellent Drinks gesloten vaststellingsovereenkomst en/of het merkenrecht; alleen de periode waarin die nagemaakte flessen zijn aangetroffen en de op die nagemaakte flessen aangetroffen lotcodes verschillen. Er is dan ook, in de kern, sprake van hetzelfde geschil. In dat verband is relevant dat de periode waarop het huidige bewijsbeslag ziet aanvangt op 3 februari 2023, dus vóór het sluiten van de vaststellingsovereenkomst, en doorloopt tot in 2025. De inbeslaggenomen data zullen dus mede zien op de voor het hoger beroep relevante periode, zodat Bacardi de in conservatoir bewijsbeslag genomen gegevens mogelijk kan gebruiken als onderbouwing van haar huidige vorderingen in de hoger beroepsprocedure. Om die reden kan Bacardi haar inzagevordering enkel nog in de al aanhangige hoger beroepsprocedure instellen.
3.10.
In het geval dat uit de in conservatoir bewijsbeslag genomen gegevens zou blijken dat Excellent Drinks (ook) de in 2025 aangetroffen nagemaakte flessen Grey Goose heeft verhandeld, kan Bacardi (de feitelijke grondslag van) haar vorderingen in de hoger beroepsprocedure naar aanleiding daarvan aanpassen. Daar bestaat, gelet op de datum waartegen Bacardi Excellent Drinks in het hoger beroep heeft gedagvaard en de termijn waarop zij haar grieven tegen het vonnis van de Rechtbank Den Haag moet indienen, nog voldoende tijd voor.
3.11.
De omstandigheid dat aanpassing van (de feitelijke grondslag van) de vorderingen van Bacardi in de hoger beroepsprocedure zou leiden tot het verlies van een feitelijke instantie met betrekking tot de in 2025 aangetroffen nagemaakte flessen Grey Goose, dwingt – mede in het licht van alles dat hiervoor 3.7. tot en met 3.10. is overwogen – niet tot de conclusie dat de voorzieningenrechter de inzagevordering van Bacardi toch inhoudelijk kan behandelen. De mogelijkheid dat de in conservatoir bewijsbeslag genomen gegevens onderdeel gaan uitmaken van de hoger beroepsprocedure draagt naar het oordeel van de voorzieningenrechter al de conclusie dat de goede procesorde eist dat Bacardi haar inzagevordering enkel nog in de al aanhangige hoger beroepsprocedure moet kunnen instellen.
3.12.
De inzagevordering is tot slot naar het zich laat aanzien niet zodanig spoedeisend dat de uitkomst van een in de hoger beroepsprocedure in te stellen incidentele inzagevordering niet zou kunnen worden afgewacht. Ook om die reden bestaat geen grond om te concluderen dat de voorzieningenrechter de inzagevordering van Bacardi toch inhoudelijk kan behandelen.
3.13.
De conclusie is dat de inzagevordering van Bacardi in strijd is met de goede procesorde. Dit leidt echter niet tot onbevoegdverklaring van de voorzieningenrechter, zoals Excellent Drinks meent, maar tot afwijzing van de vordering. Aan een inhoudelijke beoordeling van de inzagevordering van Bacardi wordt om die reden niet toegekomen.
De vordering van Polmos wordt ook afgewezen
3.14.
De voorzieningenrechter kan de inzagevordering van Polmos wel inhoudelijk behandelen. Tussen Polmos en Excellent Drinks is op dit moment namelijk geen bodemprocedure aanhangig. De overige in de incidentele conclusie exceptie van onbevoegdheid van Excellent Drinks genoemde argumenten voor onbevoegdheid van de voorzieningenrechter hebben alleen betrekking op Bacardi en/of kunnen niet tot onbevoegdverklaring leiden. Het standpunt dat de voorzieningenrechter relatief onbevoegd is om de inzagevordering van Polmos te behandelen, heeft Excellent Drinks tijdens de mondelinge behandeling dan ook verlaten.
3.15.
Zoals hiervoor in 3.3. al is overwogen, moet de beslagleggende partij (hier: Polmos) een vordering tot kennisneming van de in conservatoir bewijsbeslag genomen gegevens in de regel meer handen en voeten geven dan een verzoek om verlof tot het leggen van conservatoir bewijsbeslag, al hangt dit ook af van de stellingen van de partij onder wie conservatoir bewijsbeslag is gelegd (hier: Excellent Drinks).
3.16.
Polmos legt aan haar inzagevordering ten grondslag dat een redelijk vermoeden bestaat dat Excellent Drinks handelt in nagemaakte flessen Belvedere en dat Excellent Drinks daarmee (opnieuw) inbreuk maakt op een door Excellent Drinks ondertekende onthoudingsverklaring op grond waarvan Excellent Drinks zich tegenover Polmos heeft verbonden om zich te onthouden van verdere inbreuk op het merk Belvedere. Als onderbouwing van het redelijk vermoeden stelt Polmos dat bij een onderzoek in maart 2025 bij diverse slijterijen in en om Den Haag nagemaakte flessen Belvedere zijn aangetroffen en dat Excellent Drinks door de uitbaters van die slijterijen is aangewezen als de (mogelijke) leverancier van die nagemaakte flessen. Concreet gaat het om nagemaakte flessen Belvedere die zijn aangetroffen bij Slijterij [naam slijterij 1] en slijterij [naam slijterij 2] .
3.17.
De voorzieningenrechter is van oordeel dat Polmos onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat een redelijk vermoeden bestaat dat Excellent Drinks handelt in nagemaakte flessen Belvedere en dat Excellent Drinks daarmee (opnieuw) inbreuk maakt op de door Excellent Drinks ondertekende onthoudingsverklaring. Hiervoor is het volgende redengevend.
3.18.
Op 12 maart 2025 is bij Slijterij [naam slijterij 1] één nagemaakte fles Belvedere (aangeduid als fles A) aangetroffen met lotcode [lotcodenummer] . De eigenaar van Slijterij [naam slijterij 1] heeft tegenover een deurwaarder verklaard dat hij zich “
dacht te herinneren dat de aangekochte flessen A t/m C, ongeveer twee jaar geleden mogelijk waren ingekocht bij een Turkse leverancier, die inmiddels failliet zou zijn verklaard, maar dat het net zo goed mogelijk kan zijn dat de aangekochte flessen A t/m C ingekocht waren bij Excellent Drinks”. Deze verklaring is naar het oordeel van de voorzieningenrechter hoogstens een bijzonder magere aanwijzing dat Excellent Drinks de aangetroffen nagemaakte fles Belvedere aan Slijterij [naam slijterij 1] heeft verkocht. De factuur van 19 maart 2025 van Excellent Drinks die door de eigenaar van Slijterij [naam slijterij 1] aan Polmos is verstrekt, dateert van ná 12 maart 2025 en onderbouwt om die reden niet het vermoeden dat Excellent Drinks de op 12 maart 2025 aangetroffen nagemaakte fles Belvedere aan Slijterij [naam slijterij 1] heeft verkocht. De voorzieningenrechter ziet niet in hoe de omstandigheid dat er “duplicaat” op de factuur staat tot de conclusie zou kunnen leiden dat de op de factuur genoemde datum verkeerd is, zoals Bacardi heeft gesteld. Bij dit alles komt dat de eigenaar van Slijterij [naam slijterij 1] op 3 september 2025 heeft verklaard dat hij “
geen nep- of illegale producten van Excellent Drinks[heeft]
ontvangen”, al kan aan Polmos worden toegegeven dat deze verklaring vrij algemeen is.
3.19.
Verder zijn op 19 maart 2025 bij slijterij [naam slijterij 2] twee nagemaakte flessen Belvedere aangetroffen, waarvan één met lotcode [lotcodenummer] en één zonder lotcode. De bij slijterij [naam slijterij 2] aangetroffen nagemaakte fles Belvedere met lotcode heeft dezelfde lotcode als de bij Slijterij [naam slijterij 1] aangetroffen nagemaakte fles Belvedere (zie hiervoor in 3.18.). Omdat lotcodes uniek zijn, is zonder meer aannemelijk dat het hier nagemaakte flessen Belvedere betreft. Het gaat er in dit verband echter om van wie de slijterijen deze flessen hebben gekocht. De voorzieningenrechter is in het licht van wat hiervoor in 3.18. is overwogen over de bij Slijterij [naam slijterij 1] aangetroffen nagemaakte fles Belvedere van oordeel dat hoogstens sprake is van een bijzonder magere aanwijzing dat Excellent Drinks de aangetroffen nagemaakte fles Belvedere met lotcode [lotcodenummer] en de nagemaakte fles Belvedere zonder lotcode aan slijterij [naam slijterij 2] heeft verkocht. Daar komt bij dat Excellent Drinks onweersproken heeft gesteld dat zij sinds 2023 in het geheel niet meer aan slijterij [naam slijterij 2] heeft geleverd en dat de op 19 maart 2025 aangetroffen nagemaakte fles Belvedere om die reden niet afkomstig kan zijn van Excellent Drinks. In dat verband heeft Excellent Drinks ook onweersproken gesteld dat een gemiddelde slijterij/avondwinkel zo’n zes flessen (Belvedere) wodka per week verkoopt, zodat niet aannemelijk is dat een in 2022/2023 door Excellent Drinks aan slijterij [naam slijterij 2] verkochte nagemaakte fles Belvedere in 2025 nog niet is verkocht.
3.20.
Gelet op het voorgaande is de voorzieningenrechter van oordeel dat Polmos onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat een redelijk vermoeden bestaat dat Excellent Drinks de bij Slijterij [naam slijterij 1] en slijterij [naam slijterij 2] aangetroffen nagemaakte flessen Belvedere aan die slijterijen heeft verkocht. Voor dat oordeel is mede redengevend dat een deurwaarder op 27 augustus 2025 (in het kader van een mede namens Polmos gelegd afgiftebeslag) bij Excellent Drinks een grote hoeveelheid flessen Belvedere in het magazijn van Excellent Drinks heeft gecontroleerd en dat daarbij geen enkele nagemaakte fles Belvedere is aangetroffen. Ook bij Supermarkt [naam supermarkt] zijn geen nagemaakte flessen Belvedere aangetroffen. De omstandigheid dat Excellent Drinks eerder betrokken is geweest bij de handel in nagemaakte flessen Belvedere legt onvoldoende gewicht in de schaal om te kunnen oordelen dat voldoende aannemelijk is gemaakt dat een redelijk vermoeden bestaat dat Excellent Drinks nu opnieuw betrokken is bij de handel in nagemaakte flessen Belvedere. Dat het gelegde conservatoir bewijsbeslag doel heeft getroffen en dat Excellent Drinks weigert vrijwillig inzage te verstrekken in de beslagen gegevens draagt tot slot ook niet bij aan het vereiste redelijk vermoeden.
3.21.
Omdat Polmos onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat een redelijk vermoeden bestaat dat Excellent Drinks in de relevante periode betrokken is/was bij de handel in nagemaakte flessen Belvedere, heeft Polmos onvoldoende belang bij inzage in en afschrift van de in conservatoir bewijsbeslag genomen gegevens. De conclusie is dan ook dat de inzagevordering van Polmos wordt afgewezen.
Bacardi c.s. moeten de proceskosten van Excellent Drinks betalen
3.22.
Bacardi c.s. zijn in het ongelijk gesteld en moeten daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten moeten worden begroot op grond van artikel 1019h Rv, omdat Excellent Drinks daar aanspraak op maakt en deze zaak in de kern draait om gestelde merkinbreuken.
3.23.
Op grond van artikel 1019h Rv komen de redelijke en evenredige gerechtskosten en andere kosten die de in het gelijk gestelde partij heeft gemaakt voor vergoeding in aanmerking. Voor wat betreft de redelijke advocaatkosten bestaan indicatietarieven IE, die door de rechtbanken worden gehanteerd. Partijen hebben tijdens de mondelinge behandeling verklaard dat zij deze zaak, in het licht van die indicatietarieven, kwalificeren als een normale zaak. De voorzieningenrechter sluit zich daarbij aan. Voor normale kort geding-zaken geldt een maximale vergoeding aan advocaatkosten van € 15.000,00. Uit de door Excellent Drinks in het geding gebrachte declaraties en urenspecificaties van haar advocaat (bijlage 6 van Excellent Drinks), blijkt dat Excellent Drinks voor ten minste € 15.000,00 aan advocaatkosten heeft gemaakt. Daarom wordt het maximale bedrag van € 15.000,00 aan advocaatkosten toegewezen. Daarnaast worden Bacardi c.s. veroordeeld om het griffierecht van Excellent Drinks en de nakosten te vergoeden.
3.24.
De proceskosten van Excellent Drinks worden met inachtneming van het voorgaande begroot op:
- griffierecht € 714,00
- salaris advocaat € 15.000,00 (tarief normale zaak)
- nakosten €
178,00(plus de verhoging zoals vermeld in de
beslissing)
Totaal € 15.892,00
3.25.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt, anders dan door Excellent Drinks gevorderd, toegewezen voor het geval dat de proceskosten niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn voldaan.
Uitvoerbaarheid bij voorraad
3.26.
De proceskostenveroordeling en de veroordeling om daar de wettelijke rente over te betalen worden uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

4.De beslissing

De voorzieningenrechter:
4.1.
wijst de vorderingen af;
4.2.
veroordeelt Bacardi c.s. op de voet van artikel 1019h Rv in de proceskosten van € 15.892,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe. Als Bacardi c.s. de proceskosten niet op tijd betalen en het vonnis daarna wordt betekend, dan moeten Bacardi c.s. € 92,00 extra betalen, plus de kosten van betekening;
4.3.
veroordeelt Bacardi c.s. in de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn voldaan;
4.4.
verklaart de veroordelingen in 4.2. en 4.3. uitvoerbaar bij voorraad;
4.5.
wijst al het andere af.
Dit vonnis is gewezen door mr. P.F.G.T. Hofmeijer-Rutten en in het openbaar uitgesproken op 17 december 2025.
3349 / 106