Verzoeker heeft een wrakingsverzoek ingediend tegen mr. B.J.R. van Tongeren, rechter in een civiele procedure tussen verzoeker en Woningstichting Samenwerking Vlaardingen. Het verzoek werd ingediend tijdens de mondelinge behandeling van de hoofdzaak en ondersteund met een brief en een eerder vonnis uit een andere procedure.
De wrakingskamer heeft het verzoek beoordeeld aan de hand van de stukken, waaronder de brief van verzoeker, griffiersaantekeningen en e-mailcorrespondentie. Er zijn geen concrete feiten of omstandigheden aangevoerd die de onpartijdigheid van de rechter aantasten of de schijn daarvan wekken.
Het enkele feit dat verzoeker het niet eens is met een eerder vonnis, dat in een andere zaak is gewezen, vormt geen grond voor wraking. De wrakingskamer concludeert dat het verzoek kennelijk ongegrond is en verklaart het wrakingsverzoek ongegrond zonder mondelinge behandeling.
De beslissing is op 19 december 2025 in het openbaar uitgesproken door de wrakingskamer van de rechtbank Rotterdam. Tegen deze beslissing is geen rechtsmiddel mogelijk.