Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
regio Haaglanden,
1.Het verloop van de procedure
- de beschikking van 20 oktober 2025 en de daaraan ten grondslag liggende stukken;
- de briefrapportage van 13 november 2025 van de Raad, door de rechtbank op diezelfde datum ontvangen;
- het e-mailbericht van de ouders met bijlage, inhoudende de brief van [voornaam minderjarige] , van 17 november 2025;
- de pleitaantekeningen van mr. R.N. Baldew, die zij tijdens de mondelinge behandeling heeft overgelegd.
- de ouders met hun advocaat;
- een vertegenwoordiger van de Raad, [persoon A] ;
- een vertegenwoordiger van de GI, [persoon B] .
2.De feiten
2.3. De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 20 oktober 2025 [voornaam minderjarige] onder toezicht gesteld van de GI, met ingang van 20 oktober 2025 tot 18 februari 2026. Daarnaast is een machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder verleend, met ingang van 20 oktober 2025 tot 20 november 2025. De beslissing op het overig verzochte is aangehouden.
3.Het aangehouden verzoek
3.2. De Raad handhaaft op de zitting het resterende deel van het verzoek. De eerdere plaatsing bij Yulius is mislukt, omdat [voornaam minderjarige] daar zo angstig was en niet alleen kon slapen. Op dit moment woont [voornaam minderjarige] daarom bij de ouders. Deze plek is niet ideaal. Van belang is dat op korte termijn een passende plek wordt gevonden. Crisisopvang wordt in dit kader niet als wenselijk gezien. De psychische problematiek van [voornaam minderjarige] is zeer ernstig. Daarom dient eerst neurologisch onderzoek plaatsvinden om duidelijk te krijgen welke hulp hij precies nodig heeft. Pas bij een passende, langdurige plek kan een uithuisplaatsing worden overwogen.
4.De standpunten
5.De beoordeling
6.De beslissing
- degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
- andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.