ECLI:NL:RBROT:2025:14935

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
17 november 2025
Publicatiedatum
19 december 2025
Zaaknummer
C/10/707898 / JE RK 25-2061
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige in het kader van jeugdbescherming

Op 17 november 2025 heeft de kinderrechter van de Rechtbank Rotterdam een beschikking gegeven in de zaak van de Raad voor de Kinderbescherming regio Haaglanden betreffende een machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige, geboren in 2008. De kinderrechter heeft de ouders van de minderjarige, die onder toezicht zijn gesteld, gehoord tijdens een zitting met gesloten deuren. De ouders zijn vertegenwoordigd door hun advocaat, mr. R.N. Baldew. De kinderrechter heeft de situatie van de minderjarige, die kampt met ernstige psychische problematiek, zorgvuldig gewogen. De Raad heeft verzocht om een machtiging tot uithuisplaatsing, maar de kinderrechter heeft vastgesteld dat er momenteel geen passende verblijfplek beschikbaar is. De ouders hebben hun zorgen geuit over de ontwikkeling van hun kind en de noodzaak van passende hulp. De kinderrechter heeft besloten het verzoek van de Raad af te wijzen, omdat een uithuisplaatsing onder de huidige omstandigheden schadelijk kan zijn voor de minderjarige. De kinderrechter heeft benadrukt dat er eerst nader onderzoek moet plaatsvinden voordat er een beslissing kan worden genomen over een mogelijke uithuisplaatsing. De ouders zijn gemotiveerd om samen met de GI naar oplossingen te zoeken en hebben aangegeven open te staan voor een alternatieve verblijfplek, mits deze aansluit bij de behoeften van hun kind.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Jeugd
Zaaknummer: C/10/707898 / JE RK 25-2061
Datum uitspraak: 17 november 2025
Beschikking van de kinderrechter over een machtiging tot uithuisplaatsing
in de zaak van
de Raad voor de Kinderbescherming,
regio Haaglanden,
gevestigd te ‘s-Gravenhage, hierna te noemen: de Raad,
over
[minderjarige],
geboren op [geboortedatum] 2008 in [geboorteplaats] , hierna te noemen: [voornaam minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[naam moeder],
hierna te noemen: de moeder, wonende in [woonplaats]
advocaat: mr. R.N. Baldew, kantoorhoudende te Den Haag,
[naam vader],
hierna te noemen: de vader, wonende [woonplaats]
advocaat: mr. R.N. Baldew, kantoorhoudende te Den Haag,
de gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting Jeugdbescherming & Jeugdreclassering,
gevestigd te Amsterdam, hierna te noemen: de GI.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
  • de beschikking van 20 oktober 2025 en de daaraan ten grondslag liggende stukken;
  • de briefrapportage van 13 november 2025 van de Raad, door de rechtbank op diezelfde datum ontvangen;
  • het e-mailbericht van de ouders met bijlage, inhoudende de brief van [voornaam minderjarige] , van 17 november 2025;
  • de pleitaantekeningen van mr. R.N. Baldew, die zij tijdens de mondelinge behandeling heeft overgelegd.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 17 november 2025. Daarbij waren aanwezig:
  • de ouders met hun advocaat;
  • een vertegenwoordiger van de Raad, [persoon A] ;
  • een vertegenwoordiger van de GI, [persoon B] .
1.3.
De kinderrechter heeft bijzondere toegang verleend aan de zus van [voornaam minderjarige] , te weten [persoon C] .
1.4.
De kinderrechter heeft [voornaam minderjarige] naar zijn mening gevraagd. [voornaam minderjarige] heeft middels een brief zijn mening kenbaar gemaakt. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat [voornaam minderjarige] in deze brief heeft opgeschreven. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren.

2.De feiten

2.1.
De ouders zijn belast met het ouderlijk gezag over [voornaam minderjarige] .
2.2.
[voornaam minderjarige] woont bij zijn ouders.
2.3. De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 20 oktober 2025 [voornaam minderjarige] onder toezicht gesteld van de GI, met ingang van 20 oktober 2025 tot 18 februari 2026. Daarnaast is een machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder verleend, met ingang van 20 oktober 2025 tot 20 november 2025. De beslissing op het overig verzochte is aangehouden.

3.Het aangehouden verzoek

3.1.
De Raad heeft verzocht [voornaam minderjarige] onder toezicht te stellen voor de duur tot aan zijn meerderjarigheid. Hierop is op 20 oktober 2025 reeds beslist. Ook heeft de Raad verzocht een machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder te verlenen tot aan zijn meerderjarigheid. Hierop is op 20 oktober reeds één maand verleend. Er resteert nu een beslissing over de periode tot 18 februari 2026.
3.2. De Raad handhaaft op de zitting het resterende deel van het verzoek. De eerdere plaatsing bij Yulius is mislukt, omdat [voornaam minderjarige] daar zo angstig was en niet alleen kon slapen. Op dit moment woont [voornaam minderjarige] daarom bij de ouders. Deze plek is niet ideaal. Van belang is dat op korte termijn een passende plek wordt gevonden. Crisisopvang wordt in dit kader niet als wenselijk gezien. De psychische problematiek van [voornaam minderjarige] is zeer ernstig. Daarom dient eerst neurologisch onderzoek plaatsvinden om duidelijk te krijgen welke hulp hij precies nodig heeft. Pas bij een passende, langdurige plek kan een uithuisplaatsing worden overwogen.

4.De standpunten

4.1.
De GI brengt op de zitting het volgende naar voren. De situatie van [voornaam minderjarige] is zeer schrijnend. Hij wordt binnenkort 18 jaar. Er is nog niets geregeld richting zijn meerderjarigheid, waaronder bewind, mentorschap, het wijkteam en een toekomstplan. Deze omstandigheden zijn niet te repareren in de paar maanden die nog resteren. Er is momenteel geen passende plek beschikbaar, mede door financieringsproblemen en het ontbreken van een WLZ-indicatie. De WLZ-aanvraag is inmiddels al wel ingediend. Crisisplekken zijn voor [voornaam minderjarige] niet verantwoord vanwege zijn angsten, afhankelijkheid en sterke behoefte aan nabijheid. De GI kan de machtiging tot uithuisplaatsing nu niet uitvoeren. Zonder geschikte plek kan een machtiging juist schadelijk kan uitpakken voor [voornaam minderjarige] . Neurologisch onderzoek is in de komende periode noodzakelijk. [voornaam minderjarige] vertoont sinds enkele jaren een duidelijke achteruitgang en onverklaarbaar kinderlijk gedrag. Zijn verblijf bij de ouders is niet ideaal, maar een crisisplaatsing is voor hem nog slechter. Een machtiging uithuisplaatsing kan, wanneer zich vóór de achttiende verjaardag van [voornaam minderjarige] een passende plek aandient, alsnog met spoed door de GI worden verzocht.
4.2.
Door en namens de ouders wordt op de zitting - nader - verweer gevoerd tegen het resterende deel van het verzoek van de Raad. De ouders zijn het volledig eens met het standpunt van de GI. [voornaam minderjarige] kan nu niet op een andere plek geplaatst worden. Er moet eerst duidelijkheid komen over zijn persoonlijke problematiek en mogelijke neurologische problemen. De ouders zien sterke achteruitgang bij [voornaam minderjarige] . Hij heeft woede-uitbarstingen en angstklachten. [voornaam minderjarige] heeft passende behandeling nodig. De trajecten die hij gekregen heeft sluiten tot nu toe echter onvoldoende aan. Youz heeft zelfs extra schade veroorzaakt. De hulp via Medin werkt niet. [voornaam minderjarige] komt niet naar beneden als de professionals er zijn en maakt geen contact. Met de betrokken jeugdbeschermer heeft hij wél aansluiting. De ouders willen een plek waar [voornaam minderjarige] kan leren, begeleid wordt en weer kan opbloeien. De ouders verzoeken primair dan ook het verzoek af te wijzen. Subsidiair verzoeken zij de machtiging te verlengen voor een kortere periode dan verzocht zodra er daadwerkelijk een geschikte verblijf- en behandelplek is.

5.De beoordeling

5.1.
Uit de stukken en de mondelinge behandeling blijkt dat er grote zorgen bestaan over de ontwikkeling en het welzijn van [voornaam minderjarige] . De afgelopen jaren is sprake geweest van een aanzienlijke achteruitgang in zijn functioneren, waarbij zowel ouders, de Raad als de GI erkennen dat de benodigde hulp en diagnostiek tot op heden onvoldoende van de grond is gekomen. Duidelijk is dat [voornaam minderjarige] zeer kwetsbaar is, veel angst ervaart, kampt met woedeaanvallen en daarom intensieve nabijheid nodig heeft. Zijn plaatsing bij Yulius heeft niet het gewenste resultaat gehad en sindsdien verblijft [voornaam minderjarige] weer bij de ouders. Er bestaat momenteel nog onduidelijkheid over mogelijke (neurologische) oorzaken van zijn complexe gedragsproblematiek. Het is noodzakelijk dat dit onderzoek met voorrang wordt verricht, zodat zo spoedig mogelijk passende hulp kan worden ingezet.
5.2.
De kinderrechter stelt vast dat op dit moment geen passende verblijfplek beschikbaar is waar [voornaam minderjarige] de noodzakelijke begeleiding en veiligheid kan ontvangen. Zowel de Raad als de GI benadrukken dat een crisisplaatsing of een niet-passende open groep voor [voornaam minderjarige] niet verantwoord is, gezien zijn complexe problematiek. De GI heeft toegelicht dat een machtiging uithuisplaatsing onder de huidige omstandigheden niet uitvoerbaar is en zelfs schadelijk kan uitpakken voor [voornaam minderjarige] . De Raad onderschrijft dat een uithuisplaatsing pas in beeld komt wanneer er daadwerkelijk een passende plek beschikbaar is. Hiervoor is eerst nader onderzoek nodig. Gelet hierop zal de kinderrechter het resterende verzoek van de Raad afwijzen.
5.3.
De ouders zijn gemotiveerd om samen met de GI naar oplossingen te zoeken en hebben ter zitting aangegeven dat zij openstaan voor een alternatieve verblijfplek voor [voornaam minderjarige] , mits deze voldoende aansluit bij zijn behoeften. De komende periode zal de GI de WLZ-aanvraag voortzetten en inzetten op nader (neurologisch) onderzoek, zodat duidelijk wordt welke verblijfplek voldoende aansluit. In de tussentijd is het van belang dat wordt gezocht naar meer passende hulp in de thuissituatie zolang [voornaam minderjarige] bij de ouders verblijft.

6.De beslissing

De kinderrechter:
6.1.
wijst het resterende deel van het verzoek af.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 17 november 2025 door mr. S. Riege, kinderrechter, in aanwezigheid van A.L.I. Janssens als griffier, en op schrift gesteld op 16 december 2025.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.