De gecertificeerde instelling (GI) verzocht de kinderrechter om vervangende toestemming te verlenen voor een medische behandeling van een minderjarige, gericht op traumatherapie om haar emotieregulatie te verbeteren. De minderjarige verblijft in een gezinshuis en staat onder toezicht met verlengde machtiging tot uithuisplaatsing.
De moeder, die het ouderlijk gezag uitoefent, stemde niet in met de inzet van EMDR-therapie en betwistte dat de minderjarige een trauma heeft opgelopen in de thuissituatie. Zij was wel bereid tot inzet van speltherapie, een minder intensieve vorm van traumaverwerking.
De kinderrechter oordeelde dat vervangende toestemming kan worden verleend indien de behandeling noodzakelijk is om ernstig gevaar voor de gezondheid af te wenden en de ouder weigert toestemming. Hoewel gedragsproblematiek en mogelijke trauma's werden vastgesteld, ontbrak een duidelijke en gedegen onderbouwing van een aanvullende traumabehandeling na speltherapie. Daarom werd het verzoek afgewezen.
De beslissing werd op 8 december 2025 in het openbaar uitgesproken door kinderrechter A. Verweij. Tegen deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag binnen drie maanden na uitspraak.