ECLI:NL:RBROT:2025:14921

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
12 december 2025
Publicatiedatum
19 december 2025
Zaaknummer
11904952 RR FORM 25-105
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 4 lid 1 herschikte EEX-VoArtikel 15 Tijdelijk besluit experiment regelrechter
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevoegdheid Nederlandse regelrechter bij internationaal consumentengeschil over ijsblokjesmachine

In deze zaak heeft eiser een ijsblokjesmachine gekocht bij een Nederlands bedrijf, waarna deze niet naar behoren functioneerde. Eiser deed een beroep op het herroepingsrecht, wat door de verkoper werd afgewezen. De kern van het incident betrof de vraag of de Nederlandse regelrechter bevoegd was om over het geschil te oordelen, aangezien eiser in België woont en verweerder in Nederland is gevestigd.

Verweerder stelde dat het Europees Consumenten Centrum en Belgische geschilleninstanties exclusief bevoegd zouden zijn, en dat de regelrechterprocedure niet voor internationale geschillen bedoeld is. De rechtbank verwierp deze standpunten en baseerde haar oordeel op artikel 4 lid 1 van Pro de herschikte EEX-Verordening, waarin de rechterlijke bevoegdheid van het land van vestiging van de gedaagde wordt bevestigd.

De rechtbank stelde vast dat noch het Europees Consumenten Centrum, noch de Belgische instanties exclusieve bevoegdheid hebben om over dit geschil te oordelen. De procedurekosten in het incident werden begroot op nihil en aan verweerder opgelegd. Partijen werden in de gelegenheid gesteld om hun beschikbaarheid voor een zitting in 2026 door te geven. De verdere beslissing werd aangehouden.

Uitkomst: De Nederlandse regelrechter is bevoegd om het internationale consumentengeschil te behandelen en wijst de vorderingen van verweerder in het incident af.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

locatie Rotterdam
zaaknummer: 11904952 RR FORM 25-105
datum uitspraak: 12 december 2025
Vonnis in incident van de regelrechter
in de zaak van
[persoon A],
woonplaats: [woonplaats] ( België ),
eiser in de hoofdzaak,
verweerder in het incident,
die zelf procedeert,
tegen
[bedrijf B],
vestigingsplaats: [vestigingsplaats] ,
gedaagde in de hoofdzaak,
eiseres in het incident,
vertegenwoordigd door: [persoon B] .
De partijen worden hierna ‘ [persoon A] ’ en ‘ [bedrijf B] ’ genoemd.

1.De procedure

1.1.
Deze zaak wordt behandeld door de regelrechter op basis van het Tijdelijk besluit experiment regelrechter (hierna: Besluit).
1.2.
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
  • het aanvraagformulier van [persoon A] dat de rechtbank op 2 oktober 2025 heeft ontvangen, met bijlagen, en
  • de eis in het incident van [bedrijf B] ;
  • het antwoord in het incident van [persoon A] .
1.3.
De rechter heeft vervolgens besloten om eerst een vonnis te wijzen om antwoord te geven op de vraag of zij bevoegd is om deze zaak inhoudelijk te behandelen in het kader van de experimentele procedure.

2.De beoordeling in het incident

Waar gaat de zaak over?
2.1.
[persoon A] heeft op 15 augustus 2025 een ijsblokjesmachine gekocht voor € 118,99 bij [bedrijf B] . Op 20 augustus 2025, na de levering, heeft [persoon A] geklaagd dat de machine niet werkt en op verzoek foto’s en informatie opgestuurd hierover. [bedrijf B] heeft hem twee opties geboden ter compensatie:
  • de machine op de kosten van [persoon A] opsturen voor een garantieonderzoek. De machine zal dan worden onderzocht en hersteld of vervangen. Als de machine volledig in orde is, kan deze weer worden opgehaald bij [bedrijf B] ;
  • verzending van een nieuwe ijsblokjesmachine. De huidige hoeft niet retour te worden gezonden. Deze optie kan gekozen worden onder de voorwaarde dat een leuke recensie wordt gegeven.
2.2.
[persoon A] heeft gekozen geen gebruik te maken van deze opties en een beroep te doen op het herroepingsrecht. [bedrijf B] heeft dit afgewezen. In deze procedure eist [persoon A] terugbetaling van het aankoopbedrag, de kosten voor verblijf tijdens de zitting en schadevergoeding.
2.3.
[bedrijf B] heeft in een reactie aangegeven dat de regelrechterprocedure een nationale aangelegenheid is die uitsluitend openstaat voor natuurlijke personen of rechtspersonen die in Nederland wonen of gevestigd zijn. Volgens [bedrijf B] zijn het Europees Consumenten Centrum en de Belgische geschilleninstanties exclusief bevoegd en dus de Nederlandse rechtbank onbevoegd. Verder beargumenteert [bedrijf B] dat het consumentenrecht niet van toepassing is en dat het onredelijk is om deze zaak voor dit bedrag aanhangig te maken bij de rechtbank.
2.4.
De rechter oordeelt dat zij wel bevoegd is om het geschil te beoordelen en zal verhinderdata opvragen om een zitting in te plannen. Het is daarbij raadzaam dat beide partijen aanwezig zijn om hun zijde van het geschil duidelijk uit te leggen en de rechter de gelegenheid te geven om vragen te stellen over het geschil. Dit wordt hieronder uitgelegd.
De Nederlandse rechter is bevoegd
2.5.
Er is sprake van een zaak met een internationaal karakter, omdat [persoon A] in België woont. De rechter moet dan ook controleren of zij bevoegd is om van de vordering van [persoon A] kennis te nemen. Nederland en België zijn beide partij bij de Verordening 1215/2012 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken (hierna: herschikte EEX-Vo). Omdat [bedrijf B] in Nederland gevestigd is en de vordering tegen [bedrijf B] wordt ingesteld, is op grond van artikel 4 lid 1 van Pro de herschikte EEX-Vo het uitgangspunt dat de Nederlandse rechter bevoegd is.
2.6.
De standpunten van [bedrijf B] maken dit niet anders. Nergens blijkt uit dat het Europees Consumenten Centrum exclusief bevoegd is om over dit soort geschillen te oordelen. Het Europees Consumenten Centrum (hierna: ECC) kan bemiddelen in problemen. [bedrijf B] heeft niet onderbouwd waaruit moet blijken dat het ECC
exclusiefbevoegd is om over dit soort geschillen te oordelen. Uit de overweging hiervoor blijkt ook dat de Belgische geschilleninstanties niet exclusief bevoegd zijn om over dit geschil te oordelen. [persoon A] mocht op basis van artikel 4 lid 1 van Pro de herschikte EEX-Vo [bedrijf B] oproepen voor de Nederlandse rechter.
2.7.
Tot slot voert [bedrijf B] aan dat de regelrechterprocedure niet mag worden gebruikt voor internationale geschillen. [bedrijf B] geeft aan dat op de website van de rechtspraak is opgenomen dat: “
De regelrechter is bedoeld vooreenvoudige conflicten binnen Nederland tussen personen of bedrijven die in Nederland wonen of gevestigd zijn.” Deze quote is echter niet opgenomen op de website van de Rechtspraak. Ook is in het Tijdelijk besluit experiment regelrechter (hierna: het Besluit) geen andere regeling opgenomen voor geschillen met een internationaal karakter. Sterker nog, in de Nota van Toelichting bij het Besluit is opgenomen dat de rechtsmachtregels in de herschikte EEX-Vo rechtstreeks toepasselijk zijn. [1] De rechter gaat dan ook niet mee met de standpunten van [bedrijf B] .
2.8.
Nu de Nederlandse rechter bevoegd is om over het geschil te oordelen, worden partijen in de gelegenheid gesteld om uiterlijk op 31 december 2025 te laten weten op welke dagen zij in januari, februari en maart van 2026 verhinderd zijn om naar een zitting te komen.
De proceskosten worden begroot op nihil
2.9.
De proceskosten in het incident komen voor rekening van [bedrijf B] , omdat zij ongelijk krijgt (artikel 15 Besluit Pro). De regelrechter begroot de kosten op nihil.

3.De beslissing

De regelrechter:
in het incident
3.1.
wijst de vorderingen van [bedrijf B] af;
3.2.
veroordeelt [bedrijf B] in de proceskosten, die aan de kant van [persoon A] worden begroot op nihil;
in de hoofdzaak
3.3.
stelt [persoon A] en [bedrijf B] in de gelegenheid om uiterlijk op 31 december 2025 per e-mail of per post te laten weten op welke ochtenden of middagen zij in de maanden januari tot en met maart 2026 niet naar een zitting kunnen komen;
3.4.
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.C. van der Kolk en in het openbaar uitgesproken.
64363

Voetnoten

1.Nota van Toelichting bij het Tijdelijk Besluit experiment regelrechter, onder 4.