11.1.De wettelijke regels en beleidsregels die van belang zijn voor deze zaak, staan in de bijlage bij deze uitspraak.
12. Eiser stelt zich op het standpunt dat er wel sprake is van een overtreding. De bedrijfsactiviteiten van [afkorting naam belanghebbende] zijn in strijd met het bestemmingsplan en dus illegaal. Daarnaast beschikt [afkorting naam belanghebbende] ten onrechte niet over een vestigingsvergunning en een milieuvergunning. Eiser stelt zich op het standpunt dat het productieoppervlak groter is dan 2.000 m² en [afkorting naam belanghebbende] daarom vergunningplichtig is op grond van artikel 2.1, eerste lid, onder e, van de Wabo in samenhang gelezen met artikel 1.1, eerste lid en Bijlage I, onderdeel C, categorie 12.2, onder f, van het Besluit omgevingsrecht (het Bor).
13. De rechtbank stelt voorop dat een bestuursorgaan alleen bevoegd is om handhavend op te treden als sprake is van een overtreding van een wettelijk voorschrift als bedoeld in artikel 5:1, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Is daarvan geen sprake, dan bestaat geen bevoegdheid tot het aanwenden van bestuursrechtelijke handhavingsinstrumenten. Is wel sprake van een overtreding dan moeten bestuursorganen in beginsel handhavend optreden, tenzij sprake is van een concreet zicht op legalisatie of handhavend optreden zodanig onevenredig is in verhouding met de te dienen belangen.
14. In beroep ligt het bestreden besluit voor en niet het primaire besluit. Dat betekent dat de rechtbank moet toetsen of het college ten tijde van het nemen van het bestreden besluit bevoegd was om handhavend op te treden. De rechtbank stelt vast dat tussen partijen niet in geschil is dat de activiteiten van [afkorting naam belanghebbende] ten tijde van het bestreden besluit in strijd waren met de bestemmingsplannen ‘Buitengebied Liesveld’ en ‘Dijkverzwaren Liesveld’. De bedrijfsactiviteiten van [afkorting naam belanghebbende] zijn geen scheepswerfactiviteiten zodat [afkorting naam belanghebbende] niet onder de functieaanduiding’ specifieke vorm van bedrijf – scheepswerf’ valt. Daarnaast zijn op grond van artikel 4.1, aanhef en onder a, van het bestemmingsplan ‘Dijkverzwaren Liesveld’ en artikel 5.1, aanhef en onder a, van het bestemmingsplan ‘Buitengebied Liesveld’ de voor ‘Bedrijf’ aangewezen gronden bestemd voor de uitoefening van een bedrijf uit ten hoogste categorie 2 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten. Tussen partijen is niet in geschil dat de bedrijfsactiviteiten van [afkorting naam belanghebbende] een milieucategorie 5.1 betreffen en niet een bedrijf uit ten hoogste categorie 2 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten is. Naar het oordeel van de rechtbank was het college op dit punt daarom bevoegd om handhavend op te treden.
15. Ten aanzien van de stelling van eiser dat [afkorting naam belanghebbende] vergunningplichtig is, overweegt de rechtbank als volgt.