ECLI:NL:RBROT:2025:14888

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
28 november 2025
Publicatiedatum
18 december 2025
Zaaknummer
10-233428-24 en 10-137282-22
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging van strafbeschikkingen en veroordeling voor cybercrime met schadevergoeding aan benadeelde partijen

Op 28 november 2025 heeft de Rechtbank Rotterdam uitspraak gedaan in een strafzaak tegen een verdachte die zich schuldig heeft gemaakt aan cybercrime door goederen online aan te bieden zonder deze daadwerkelijk te leveren. De verdachte, geboren in 2002, werd beschuldigd van het gewoonte maken van het verkopen van goederen via een geautomatiseerd systeem, waarbij hij betalingen ontving van in totaal 20 slachtoffers zonder de beloofde goederen te leveren. De rechtbank constateerde een overschrijding van de redelijke termijn in de behandeling van de zaak, maar oordeelde dat deze voornamelijk te wijten was aan het niet voldoen aan betalingsverplichtingen door de verdachte. De rechtbank vernietigde eerdere strafbeschikkingen en legde een gevangenisstraf van 2 maanden voorwaardelijk op, samen met een taakstraf van 40 uren. Daarnaast werden de vorderingen van benadeelde partijen gedeeltelijk toegewezen, met schadevergoedingen en rente. De rechtbank benadrukte de ernst van de feiten en de impact op de slachtoffers, en legde bijzondere voorwaarden op voor de verdachte, waaronder reclasseringstoezicht en behandeling.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team straf 1
Parketnummer: 10-233428-24 en 10-137282-22
Datum uitspraak: 28 november 2025
Tegenspraak
Verkort vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de gevoegde zaken tegen de verdachte:
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2002,
ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres:
[adres],
Raadsman mr. R. Haze, advocaat te Rotterdam.

1.Onderzoek op de terechtzitting

Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 28 november 2025.

2.Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaardingen, zoals deze op de terechtzitting overeenkomstig vordering van de officier van justitie zijn gewijzigd.
De teksten van de gewijzigde tenlasteleggingen zijn als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

3.Eis officier van justitie

De officier van justitie mr. W.A.J.A. Welten heeft gevorderd:
  • vernietiging van de eerder uitgevaardigde strafbeschikkingen;
  • bewezenverklaring van het onder 10-137282-22 primair en het onder 10-233428-24 ten laste gelegde;
  • veroordeling van de verdachte tot een taakstraf van 80 uren, waarvan 40 uren voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaar, met de bijzondere voorwaarden zoals geadviseerd door de reclassering.

4.Vernietiging strafbeschikkingen

In de zaak met parketnummer 10-137282-22 heeft de officier van justitie op 22 december 2023 een strafbeschikking uitgevaardigd van € 800,- met schadevergoedingsmaatregelen.
In de zaak met parketnummer 10-233428-24 is op 5 december 2024 door de officier van justitie een strafbeschikking uitgevaardigd enkel met schadevergoedingsmaatregelen en reclasseringstoezicht.
Geprobeerd is om de bedragen te incasseren, tevergeefs. Omdat de dwangmiddelen uitgeput zijn, heeft het Centraal Justitieel Incasso Bureau de zaken overgedragen aan het Openbaar Ministerie, waarna de verdachte is gedagvaard. De rechtbank zal de strafbeschikkingen vernietigen.

5.Waardering van het bewijs

5.1.
Bewezenverklaring
De overtuiging dat de verdachte het onder 10-137282-22 primair en onder 10-233428-24 ten laste gelegde heeft begaan, is gegrond op de inhoud van de wettige bewijsmiddelen, houdende tot bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Het vonnis zal in die gevallen waarin de wet dit vereist worden aangevuld met een later bij dit vonnis te voegen bijlage met daarin de opgave van de bewijsmiddelen. De verdachte heeft de feiten bekend en er is geen verweer gevoerd dat strekt tot vrijspraak. De feiten zullen zonder nadere bespreking bewezen worden verklaard. De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de ten laste gelegde feiten heeft begaan op die wijze dat:
10-137282-22 (primair)
hij op
één ofmeerdere tijdstippen in
of omstreeksde periode 1 maart 2021 tot en met
8 februari 2022 te Rotterdam, althans in Nederland,
een
beroep ofgewoonte heeft gemaakt van het door middel van een geautomatiseerd werk verkopen van goederen tegen betaling, met het oogmerk om zonder volledige levering zich
en/of een andervan de betaling van die goederen te verzekeren, door de hierna te noemen personen
- [persoon 1], op
of omstreeks1 maart 2021 en 4 maart 2021, heeft bewogen tot betaling
/afgiftevan een geldbedrag van in totaal € 82,75,
althans een geldbedragen
/of
- [persoon 2], op
of omstreeks30 maart 2021, heeft bewogen tot betaling
/afgiftevan een geldbedrag van € 54,95,
althans een geldbedragen
/of
- [persoon 3], op
of omstreeks1 juni 2021, heeft bewogen tot betaling
/afgiftevan een geldbedrag van € 100,00,
althans een geldbedragen
/of
- [persoon 4], op
of omstreeks30 augustus 2021, heeft bewogen tot betaling
/afgiftevan een geldbedrag van € 137,95,
althans een geldbedragen
/of
- [persoon 5], op
of omstreeks15 september 2021, heeft bewogen tot betaling
/afgiftevan een geldbedrag van € 25,00
, althans een geldbedragen
/of
- [persoon 6], op
of omstreeks17 september 2021 en 20 september 2021, heeft bewogen tot betaling
/afgiftevan een geldbedrag van in totaal € 32,95
, althans een geldbedragen
/of
- [persoon 7], op
of omstreeks8 januari 2022, heeft bewogen tot betaling
/afgiftevan een geldbedrag van € 33,75
, althans een geldbedragen
/of
- [persoon 8], op
of omstreeks20 januari 2022, heeft bewogen tot betaling
/afgiftevan een geldbedrag van € 15,00
, althans een geldbedragen
/of
- [persoon 9], op
of omstreeks30 januari 2022
en 2 februari 2022,heeft bewogen tot betaling
/afgiftevan een geldbedrag van in totaal € 21,60
, althans een geldbedragen
/of
- [persoon 10], op
of omstreeks3 februari 2022, heeft bewogen tot betaling
/afgiftevan een geldbedrag van € 39,00
, althans een geldbedragen
/of
- [persoon 11], op
of omstreeks3 februari 2022
en 8 februari 2022,heeft bewogen tot betaling
/afgiftevan een geldbedrag van in totaal € 56,45,
althans een geldbedrag,
in elk gevalgenoemde personen
(telkens)heeft bewogen tot de betaling
/afgiftevan een geldbedrag,
(telkens
)zonder het goed te leveren dat tussen verdachte en genoemde personen was overeengekomen;
10-233428-24
hij op
één ofmeerdere tijdstippen in of omstreeks de periode 11 oktober 2023 tot en met
16 mei 2024 te Rotterdam, in elk geval in Nederland,
een
beroep ofgewoonte heeft gemaakt van het door middel van een geautomatiseerd werk verkopen van goederen tegen betaling, met het oogmerk om zonder volledige levering zich
en/of een andervan de betaling van die goederen te verzekeren,
door
- [persoon 12], op
of omstreeks11 oktober 2023, heeft bewogen tot betaling
/afgiftevan een geldbedrag van € 20,00
, althans een geldbedragen
/of
-[persoon 13], op
of omstreeks31 december 2023, heeft bewogen tot betaling
/afgiftevan een geldbedrag van € 40,00
, althans een geldbedragen
/of
-[persoon 14] op
of omstreeks31 december 2023 en 2 januari 2024, heeft bewogen tot betaling
/afgiftevan een geldbedrag van in totaal € 88,95
, althans een geldbedragen
/of
-[persoon 15], op
of omstreeks8 januari 2024, heeft bewogen tot betaling
/afgiftevan een geldbedrag van € 54,95
, althans een geldbedragen
/of
- [persoon 16], op
of omstreeks11 januari 2024, heeft bewogen tot betaling
/afgiftevan een geldbedrag van € 53,95
, althans een geldbedragen
/ of
-[persoon 17], op
of omstreeks14 januari 2024, heeft bewogen tot betaling
/afgiftevan een geldbedrag van € 55,00
, althans een geldbedragen
/of
-[persoon 18], op
of omstreeks11 januari 2024, heeft bewogen tot betaling
/afgiftevan een geldbedrag van € 153,00
, althans een geldbedragen
/of
-[persoon 19], op
of omstreeks13 mei 2024, heeft bewogen tot betaling
/afgiftevan een geldbedrag van € 29,95
, althans een geldbedragen
/of
-[persoon 20], op
of omstreeks16 mei 2024, heeft bewogen tot betaling
/afgiftevan een geldbedrag van € 30,00,
althans een geldbedrag,
in elk gevalgenoemde personen
(telkens)heeft bewogen tot de betaling
/afgiftevan een geldbedrag,
(telkens
)zonder het goed te leveren dat tussen verdachte en genoemde personen was overeengekomen.
Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

6.Strafbaarheid feiten

De bewezen feiten leveren op:
10-137282-22 (primair):
een gewoonte maken van het door middel van een geautomatiseerd werk verkopen van goederen tegen betaling met het oogmerk om zonder volledige levering zich van de betaling van die goederen te verzekeren;
10-233428-24:
een gewoonte maken van het door middel van een geautomatiseerd werk verkopen van goederen tegen betaling met het oogmerk om zonder volledige levering zich van de betaling van die goederen te verzekeren.
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. De feiten zijn dus strafbaar.

7.Strafbaarheid verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

8.Motivering straffen

8.1.
Algemene overweging
De straffen die aan de verdachte worden opgelegd, zijn gegrond op de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.
8.2.
Feiten waarop de straffen zijn gebaseerd
De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een gewoonte maken van het online aanbieden van goederen, die hij – na de betaling in ontvangst te nemen – niet aan de slachtoffers leverde. Dit betrof niet een eenmalige actie, maar een stelselmatig patroon van handelen om misbruik te maken van online kopers en hen te misleiden en financieel te benadelen. De verdachte maakt zich al meerdere jaren schuldig aan deze feiten en ook na de ten laste gelegde periode heeft hij zijn handelen niet gestaakt. Door zijn handelwijze heeft hij een groot aantal slachtoffers financieel benadeeld
Dit type fraude veroorzaakt niet alleen financiële schade, maar zorgt ook voor gevoelens van machteloosheid, boosheid en wantrouwen bij de slachtoffers. Bovendien ondermijnt dergelijk gedrag het algemene vertrouwen in online marktplaatsen, terwijl dit soort verkoopplatforms juist zijn gebaseerd op onderling vertrouwen.
De verdachte heeft met zijn handelen slechts oog gehad voor zijn eigen persoonlijk, financieel gewin; hij vond dit naar eigen zeggen de makkelijkste optie om aan geld te komen. Hij heeft helemaal geen rekening gehouden met de hiervoor geschetste gevolgen van zijn handelen. Ook personen van wiens naam of adres de verdachte zonder hun medeweten gebruik maakte, ondervonden hinder door de feiten die de verdachte heeft gepleegd.
8.3.
Persoonlijke omstandigheden van de verdachte
8.3.1.
Strafblad
De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie van
5 november 2025, waaruit blijkt dat de verdachte niet eerder is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten.
8.3.2.
Rapportage
Reclassering Nederland heeft een rapport over de verdachte opgemaakt, gedateerd
3 december 2024. In dat rapport wordt het risico op recidive ingeschat als hoog. De verdachte zit in een neerwaartse spiraal waar hij zelf niet uit lijkt te kunnen komen. Hij kan zich moeilijk losmaken uit het patroon van zijn delictgedrag, heeft geen maatschappelijk geaccepteerde dagbesteding of inkomen en is vanwege zijn handelen geroyeerd door de banken, waardoor hij geen bankrekening heeft en geen salaris gestort kan krijgen. Dagbesteding, financiën, verslaving en houding worden ziet de reclassering als criminogeen en risicoverhogende factoren. De reclassering adviseert een meldplicht, ambulante behandeling, het vinden en behouden van betaald werk en het meewerken aan schuldhulpverlening.
8.4.
Redelijke termijn
De rechtbank heeft vastgesteld dat er sprake is van overschrijding van de redelijke termijn ten aanzien van de feiten die zijn tenlastegelegd onder parketnummer 10-137282-22. De op redelijkheid te beoordelen termijn is aangevangen op 8 november 2023, de datum van het uitvaardigen van een oproep voor een OM-zitting. De rechtbank doet op 28 november 2025 uitspraak. Er is dus sprake van een lichte overschrijding van de redelijke termijn. Echter, de verdachte heeft reeds 22 december 2023 een strafbeschikking opgelegd gekregen. De overschrijding van de redelijke termijn is dan ook vooral veroorzaakt door het niet voldoen aan de betalingsverplichting door de verdachte. De rechtbank zal het laten bij de enkele constatering van die overschrijding.
8.5.
Conclusies van de rechtbank
Gelet op wat de rechtbank hierboven heeft overwogen, komt zij tot de volgende conclusies.
Gezien de ernst van de feiten kan niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van een gevangenisstraf. Een enkele taakstraf, zoals geëist door de officier van justitie en betoogd door de verdediging, zou daaraan geen recht doen. Bij de bepaling van de duur van de gevangenisstraf heeft de rechtbank acht geslagen op straffen die in soortgelijke zaken plegen te worden opgelegd. De rechtbank zal deze gevangenisstraf echter – gelet op de jonge leeftijd van de verdachte, zijn blanco strafblad en zijn persoonlijke omstandig- heden – voorwaardelijk opleggen, met daaraan verbonden de bijzondere voorwaarden zoals geadviseerd door de reclassering. Dit voorwaardelijk strafdeel dient er ook toe de verdachte ervan te weerhouden in de toekomst opnieuw strafbare feiten te plegen.
Daarnaast zal de rechtbank, gezien de ernst van de feiten, een taakstraf van na te noemen duur opleggen, zodat de verdachte ook een direct gevolg merkt van zijn strafbaar handelen.
Alles afwegend acht de rechtbank de hierna te noemen straffen passend en geboden.

9.Vorderingen benadeelde partijen en schadevergoedingsmaatregelen

9.1.
Vorderingen
9.1.1.
[benadeelde partij 1]
Als benadeelde partij heeft zich [benadeelde partij 1] in het geding gevoegd inzake parketnummer 10-137282-22. Zij vordert een vergoeding van € 137,95 aan materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente en oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
De officier van justitie en de verdediging stellen zich op het standpunt dat de vordering kan worden toegewezen.
Beoordeling
Vast is komen te staan dat aan de benadeelde partij door het bewezenverklaarde strafbare feit rechtstreeks materiële schade is toegebracht. De gevorderde schadevergoeding komt niet onrechtmatig of ongegrond voor en is door de verdachte niet weersproken. De vordering zal daarom worden toegewezen. De rechtbank bepaalt dat het te vergoeden schadebedrag vermeerderd wordt met wettelijke rente vanaf 30 augustus 2021.
9.1.2.
[benadeelde partij 2]
Als benadeelde partij heeft zich [benadeelde partij 2] in het geding gevoegd inzake parketnummer 10-137282-22. Zij vordert een vergoeding van € 25,- aan materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente en oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
Standpunten
De officier van justitie en de verdediging stellen zich op het standpunt dat de vordering kan worden toegewezen.
Beoordeling
Vast is komen te staan dat aan de benadeelde partij door het bewezenverklaarde strafbare feit rechtstreeks materiële schade is toegebracht. De gevorderde schadevergoeding komt niet onrechtmatig of ongegrond voor en is door de verdachte niet weersproken. De vordering zal daarom worden toegewezen. De rechtbank bepaalt dat het te vergoeden schadebedrag vermeerderd wordt met wettelijke rente vanaf 15 september 2021.
9.1.3.
[benadeelde partij 3]
Als benadeelde partij heeft zich [benadeelde partij 3] in het geding gevoegd inzake parketnummer 10-137282-22. Zij vordert een vergoeding van € 32,95 aan materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente en oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
Standpunten
De officier van justitie en de verdediging stellen zich op het standpunt dat de vordering kan worden toegewezen.
Beoordeling
Vast is komen te staan dat aan de benadeelde partij door het bewezenverklaarde strafbare feit rechtstreeks materiële schade is toegebracht. De gevorderde schadevergoeding komt niet onrechtmatig of ongegrond voor en is door de verdachte niet weersproken. De vordering zal daarom worden toegewezen. De rechtbank bepaalt dat het te vergoeden schadebedrag vermeerderd wordt met wettelijke rente vanaf 17 september 2021.
9.1.4.
[benadeelde partij 4]
Als benadeelde partij heeft zich [benadeelde partij 4] in het geding gevoegd inzake parketnummer
10-233428-24. Hij vordert een vergoeding van € 53,95 aan materiële schade en € 50,- aan immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente en oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
Standpunten
De officier van justitie en de verdediging stellen zich op het standpunt dat de vordering kan worden toegewezen voor wat betreft de materiële schade en niet-ontvankelijk moet worden verklaard voor wat betreft de immateriële schade.
Beoordeling
Vast is komen te staan dat aan de benadeelde partij door het bewezenverklaarde strafbare feit rechtstreeks materiële schade is toegebracht. De gevorderde materiële schadevergoeding komt niet onrechtmatig of ongegrond voor en is door de verdachte niet weersproken. De vordering zal daarom worden toegewezen voor dit deel. De rechtbank bepaalt dat het te vergoeden schadebedrag vermeerderd wordt met wettelijke rente vanaf 11 januari 2024. Voor het overige (immateriële schade) zal de vordering worden afgewezen, nu de wet daar geen grondslag voor biedt.
9.1.5.
[benadeelde partij 5]
Als benadeelde partij heeft zich [benadeelde partij 5] in het geding gevoegd inzake parketnummer
10-233428-24. Zij vordert een vergoeding van € 29,95 aan materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente en oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
Standpunten
De officier van justitie en de verdediging stellen zich op het standpunt dat de vordering kan worden toegewezen.
Beoordeling
Vast is komen te staan dat aan de benadeelde partij door het bewezenverklaarde strafbare feit rechtstreeks materiële schade is toegebracht. De gevorderde schadevergoeding komt niet onrechtmatig of ongegrond voor en is door de verdachte niet weersproken. De vordering zal daarom worden toegewezen. De rechtbank bepaalt dat het te vergoeden schadebedrag vermeerderd wordt met wettelijke rente vanaf 13 mei 2024.
9.1.6.
[benadeelde partij 6]
Als benadeelde partij heeft zich [benadeelde partij 6] in het geding gevoegd inzake parketnummer
10-233428-24. Hij vordert een vergoeding van € 153,- aan materiële schade en € 100,- aan immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente en oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
Standpunten
De officier van justitie en de verdediging stellen zich op het standpunt dat de vordering kan worden toegewezen voor wat betreft de materiële schade en niet-ontvankelijk moet worden verklaard voor wat betreft de immateriële schade.
Beoordeling
Vast is komen te staan dat aan de benadeelde partij door het bewezenverklaarde strafbare feit rechtstreeks materiële schade is toegebracht. De gevorderde materiële schadevergoeding komt niet onrechtmatig of ongegrond voor en is door de verdachte niet weersproken. De vordering zal daarom worden toegewezen voor dit deel. De rechtbank bepaalt dat het te vergoeden schadebedrag vermeerderd wordt met wettelijke rente vanaf 11 januari 2024.
Voor het overige (immateriële schade) zal de vordering worden afgewezen, nu de wet daar geen grondslag voor biedt.
9.1.7.
[benadeelde partij 7]
Als benadeelde partij heeft zich [benadeelde partij 7] in het geding gevoegd inzake parketnummer
10-233428-24. Zij vordert een vergoeding van € 20,- aan materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente en oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
Standpunten
De officier van justitie en de verdediging stellen zich op het standpunt dat de vordering kan worden toegewezen.
Beoordeling
Vast is komen te staan dat aan de benadeelde partij door het bewezenverklaarde strafbare feit rechtstreeks materiële schade is toegebracht. De gevorderde schadevergoeding komt niet onrechtmatig of ongegrond voor en is door de verdachte niet weersproken. De vordering zal daarom worden toegewezen. De rechtbank bepaalt dat het te vergoeden schadebedrag vermeerderd wordt met wettelijke rente vanaf 11 oktober 2023.
9.1.8.
[benadeelde partij 8]
Als benadeelde partij heeft zich [benadeelde partij 8] in het geding gevoegd inzake parketnummer
10-233428-24. Zij stelt te hebben geleden € 89,- materiële schade. Omdat de verdachte haar heeft terugbetaald, vordert zij deze schade niet.
Standpunten
De officier van justitie en de verdediging stellen zich op het standpunt dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk moet worden verklaard in de vordering.
Beoordeling
De rechtbank is van oordeel dat de benadeelde partij geen schade meer heeft. De vordering zal daarom worden afgewezen.
9.2.
Kosten tenuitvoerlegging
Nu de vorderingen van de benadeelde partijen [benadeelde partij 1], [benadeelde partij 2],
[benadeelde partij 3], [benadeelde partij 4], [benadeelde partij 5], [benadeelde partij 6] en [benadeelde partij 7] (in overwegende mate) zullen worden toegewezen, zal de verdachte worden veroordeeld in de kosten door deze benadeelde partijen gemaakt, tot op heden begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken.
9.3.
Schadevergoedingsmaatregel
De rechtbank acht oplegging van een maatregel als bedoeld in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht passend en geboden met betrekking tot alle benadeelde partijen van wie de vordering (deels) is toegewezen, namelijk [benadeelde partij 1], [benadeelde partij 2], [benadeelde partij 3], [benadeelde partij 4], [benadeelde partij 5], [benadeelde partij 6] en [benadeelde partij 7].
9.4.
Conclusie
De verdachte moet dus aan de benadeelde partijen [benadeelde partij 1], [benadeelde partij 2],
[benadeelde partij 3], [benadeelde partij 4], [benadeelde partij 5], [benadeelde partij 6] en [benadeelde partij 7] een schadevergoeding betalen zoals hiervoor genoemd, vermeerderd met de wettelijke rente en de kosten van de tenuitvoerlegging. Ook wordt aan hem de schadevergoedingsmaatregel opgelegd voor deze benadeelde partijen. De vordering van [benadeelde partij 8] zal worden afgewezen, zodat uit die vordering geen betalingsverplichting voortvloeit.

10.Toepasselijke wettelijke voorschriften

Gelet is op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 36f, 57 en 326e van het Wetboek van Strafrecht.

11.Bijlage

De in dit vonnis genoemde bijlage maakt deel uit van dit vonnis.

12.Beslissing

De rechtbank:
vernietigt in de zaak met parketnummer 10-137282-22 de strafbeschikking van
22 december 2023;
vernietigt in de zaak met parketnummer 10-233428-24 de strafbeschikking van
5 december 2024;
verklaart bewezen, dat de verdachte de onder 10-137282-22 primair en onder 10-233428-24 ten laste gelegde feiten, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;
verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;
stelt vast dat het bewezenverklaarde oplevert de hiervoor vermelde strafbare feiten;
verklaart de verdachte strafbaar;
veroordeelt de verdachte tot een
gevangenisstraf voor de duur van 2 (twee) maanden;
bepaalt dat deze gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten;
verbindt hieraan een proeftijd, die wordt gesteld op 2 jaren;
tenuitvoerlegging kan worden gelast als de veroordeelde de algemene voorwaarde niet naleeft en ook als de veroordeelde gedurende de proeftijd een bijzondere voorwaarde niet naleeft of een voorwaarde die daaraan van rechtswege is verbonden;
stelt als algemene voorwaarde:
- de veroordeelde zal zich vóór het einde van de proeftijd niet aan een strafbaar feit schuldig maken;
stelt als bijzondere voorwaarden:
1. de veroordeelde zal zich melden bij Reclassering Nederland, op het adres Marconistraat 2 te Rotterdam, zolang en frequent als die reclasseringsinstelling dat noodzakelijk vindt;
2. de veroordeelde zal zich gedurende de proeftijd laten behandelen door de Waag of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering. De behandeling is gericht op het empathisch vermogen en de copingvaardigheden van de veroordeelde. De behandeling bestaat uit maximaal 20 sessies of zoveel korter als de reclassering nodig vindt. De veroordeelde zal zich houden aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorgverlener geeft voor de behandeling;
3. de veroordeelde zal zich inspannen voor het vinden en behouden van betaald werk met een vaste structuur;
4. de veroordeelde werkt mee aan het aflossen van zijn schulden en het treffen van afbetalingsregelingen, ook als dit inhoudt meewerken aan schuldhulpverlening in het kader van de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen. De veroordeelde geeft de reclassering inzicht in zijn financiën en schulden;
verstaat dat van rechtswege de volgende voorwaarden zijn verbonden aan de hierboven genoemde bijzondere voorwaarden
- de veroordeelde zal ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verlenen aan het nemen van één of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbieden;
- de veroordeelde zal medewerking verlenen aan reclasseringstoezicht, daaronder begrepen de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang als de reclassering dit noodzakelijk acht;
geeft aan genoemde reclasseringsinstelling opdracht toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden;
veroordeelt de verdachte tot een
taakstraf voor de duur van 40 (veertig) uren, waarbij Reclassering Nederland dient te bepalen uit welke werkzaamheden de taakstraf dient te bestaan;
beveelt dat, voor het geval de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van
20 dagen;
wijst af de vordering van de
[benadeelde partij 8];
veroordeelt de verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de
benadeelde partijente betalen:
  • [benadeelde partij 1]: een bedrag van
    € 137,95(zegge: honderdzevenendertig euro en vijfennegentig eurocent), bestaande uit materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 30 augustus 2021 tot aan de dag der algehele voldoening;
  • [benadeelde partij 2]: een bedrag van
    € 25,-(zegge: vijfentwintig euro), bestaande uit materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 15 september 2021 tot aan de dag der algehele voldoening;
  • [benadeelde partij 3]: een bedrag van
    € 32,95(zegge: tweeëndertig euro en vijfennegentig eurocent), bestaande uit materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 17 september 2021 tot aan de dag der algehele voldoening;
  • [benadeelde partij 4]: een bedrag van
    € 53,95(zegge: drieënvijftig euro en vijfennegentig eurocent), bestaande uit materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 11 januari 2024 tot aan de dag der algehele voldoening;
  • [benadeelde partij 5]:een bedrag van
    € 29,95(zegge: negenentwintig euro en vijfennegentig eurocent), bestaande uit materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 13 mei 2024 tot aan de dag der algehele voldoening;
  • [benadeelde partij 6]: een bedrag van
    € 153,-(zegge: honderddrieënvijftig euro), bestaande uit materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf
11 januari 2024 tot aan de dag der algehele voldoening;
-
[benadeelde partij 7]: een bedrag van
€ 20,-(zegge: twintig euro), bestaande uit materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 11 oktober 2023 tot aan de dag der algehele voldoening;
wijst af het resterende deel van de vorderingen van benadeelde partijen [benadeelde partij 4] en [benadeelde partij 6], bestaande uit immateriële schade, en het door de benadeelde partijen meer of anders gevorderde;
veroordeelt de verdachte in de proceskosten door de benadeelde partijen [benadeelde partij 1], [benadeelde partij 2], [benadeelde partij 3], [benadeelde partij 4], [benadeelde partij 5], [benadeelde partij 6] en [benadeelde partij 7] gemaakt, tot op heden begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;
legt aan de verdachte
de maatregel tot schadevergoedingop, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van
  • [benadeelde partij 1]te betalen
    € 137,95(zegge: honderdzevenendertig euro en vijfennegentig eurocent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 30 augustus 2021 tot aan de dag van de algehele voldoening;
  • [benadeelde partij 2]te betalen
    € 25,-(zegge: vijfentwintig euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 15 september 2021 tot aan de dag van de algehele voldoening;
  • [benadeelde partij 3]te betalen
    € 32,95(zegge: tweeëndertig euro en vijfennegentig eurocent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 17 september 2021 tot aan de dag van de algehele voldoening;
  • [benadeelde partij 4]te betalen
    € 53,95(zegge: drieënvijftig euro en vijfennegentig eurocent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 11 januari 2024 tot aan de dag van de algehele voldoening;
  • [benadeelde partij 5]te betalen
    € 29,95(zegge: negenentwintig euro en vijfennegentig eurocent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 13 mei 2024 tot aan de dag van de algehele voldoening;
[benadeelde partij 6]te betalen
€ 153,-(zegge: honderddrieënvijftig euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 11 januari 2024 tot aan de dag van de algehele voldoening;
-
[benadeelde partij 7]te betalen
€ 20,-(zegge: twintig euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 11 oktober 2023 tot aan de dag van de algehele voldoening;
bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt,
gijzelingkan worden toegepast van:
  • 2 (twee) dagen voor de hoofdsom van € 137,95;
  • 1 (één) dag voor de hoofdsom van € 25,-;
  • 1 (één) dag voor de hoofdsom van € 32,95;
  • 1 (één) dag voor de hoofdsom van € 53,95;
  • 1 (één) dag voor de hoofdsom van € 29,95;
  • 3 (drie) dagen voor de hoofdsom van € 153,-;
  • 1 (één) dag voor de hoofdsom van € 20,-;
de toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.
Dit vonnis is gewezen door mr. I. Bouter, voorzitter,
en mrs. L. Daum en E. Stam, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. T. van Driel, griffier,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting op 28 november 2025.
De voorzitter en jongste rechter zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.
Bijlage I
Tekst gewijzigde tenlastelegging
Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat
10-137282-22
Primair
hij op één of meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode 1 maart 2021 tot en met
8 februari 2022 te Rotterdam, althans in Nederland,
een beroep of gewoonte heeft gemaakt van het door middel van een geautomatiseerd werk verkopen van goederen tegen betaling, met het oogmerk om zonder volledige levering zich en/of een ander van de betaling van die goederen te verzekeren, door de hierna te noemen personen
- [persoon 1], op of omstreeks 1 maart 2021 en 4 maart 2021, heeft bewogen tot betaling/afgifte van een geldbedrag van in totaal € 82,75, althans een geldbedrag en/of
- [persoon 2], op of omstreeks 30 maart 2021, heeft bewogen tot betaling/afgifte van een geldbedrag van € 54,95, althans een geldbedrag en/of
- [persoon 3], op of omstreeks 1juni 2021, heeft bewogen tot betaling/afgifte van een geldbedrag van € 100,00, althans een geldbedrag en/of
- [persoon 4], op of omstreeks 30 augustus 2021, heeft bewogen tot betaling/afgifte van een geldbedrag van € 137,95, althans een geldbedrag en/of
- [persoon 5], op of omstreeks 15 september 2021, heeft bewogen tot betaling/afgifte van een geldbedrag van € 25,00, althans een geldbedrag en/of
- [persoon 6], op of omstreeks 17 september 2021 en 20 september 2021, heeft bewogen tot betaling/afgifte van een geldbedrag van in totaal € 32,95, althans een geldbedrag en/of
- [persoon 7], op of omstreeks 8 januari 2022, heeft bewogen tot betaling/afgifte van een geldbedrag van € 33,75, althans een geldbedrag en/of
- [persoon 8], op of omstreeks 20 januari 2022, heeft bewogen tot betaling/afgifte van een geldbedrag van € 15,00, althans een geldbedrag en/of
- [persoon 9], op of omstreeks 30 januari 2022 en 2 februari 2022, heeft bewogen tot betaling/afgifte van een geldbedrag van in totaal € 21,60, althans een geldbedrag en/of
- [persoon 10], op of omstreeks 3 februari 2022, heeft bewogen tot betaling/afgifte van een geldbedrag van € 39,00, althans een geldbedrag en/of
- [persoon 11], op of omstreeks 3 februari 2022 en 8 februari 2022, heeft bewogen tot betaling/afgifte van een geldbedrag van in totaal € 56,45, althans een geldbedrag,
in elk geval genoemde personen (telkens) heeft bewogen tot de betaling/afgifte van een geldbedrag, (telkens) zonder het goed te leveren dat tussen verdachte en genoemde personen was overeengekomen;
(art 326e Wetboek van Strafrecht)
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
hij in de periode van 1 maart 2021 tot en met 8 februari 2022 te Rotterdam, althans in Nederland,
meermalen, althans eenmaal met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, de hierna genoemde slachtoffers, te weten:
- [persoon 3],
- [persoon 5],
- [persoon 9],
- [persoon 7],
- [persoon 1],
- [persoon 8],
- [persoon 10],
- [persoon 11],
- [persoon 6]
- [persoon 2] en/of
- [persoon 4] heeft bewogen tot de afgifte van enig goed, te weten een geldbedrag,
door zich voor te doen als verkoper van verschillende goederen op Facebook en de voornoemde slachtoffers de belofte te doen dat hij, verdachte, de goederen na ontvangst van het geldbedrag zou leveren aan hen;
(art 326 lid 1 Wetboek van Strafrecht)
10-233428-24
hij op één of meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode 11 oktober 2023 tot en met
16 mei 2024 te Rotterdam, in elk geval in Nederland,
een beroep of gewoonte heeft gemaakt van het door middel van een geautomatiseerd werk verkopen van goederen tegen betaling, met het oogmerk om zonder volledige levering zich en/of een ander van de betaling van die goederen te verzekeren,
door
- [persoon 12], op of omstreeks 11 oktober 2023, heeft bewogen tot betaling/afgifte van een geldbedrag van € 20,00, althans een geldbedrag en/of
-[persoon 13], op of omstreeks 31 december 2023, heeft bewogen tot betaling/afgifte van een geldbedrag van € 40,00, althans een geldbedrag en/of
-[persoon 14] op of omstreeks 31 december 2023 en 2 januari 2024, heeft bewogen tot betaling/afgifte van een geldbedrag van in totaal € 88,95, althans een geldbedrag en/of
-[persoon 15], op of omstreeks 8 januari 2024, heeft bewogen tot betaling/afgifte van een geldbedrag van € 54,95, althans een geldbedrag en/of
- [persoon 16], op of omstreeks 11januari 2024 , heeft bewogen tot betaling/afgifte van een geldbedrag van € 53,95, althans een geldbedrag en / of
-[persoon 17], op of omstreeks 14 januari 2024, heeft bewogen tot betaling/afgifte van een geldbedrag van € 55,00, althans een geldbedrag en/of
-[persoon 18], op of omstreeks 11 januari 2024, heeft bewogen tot betaling/afgifte van een geldbedrag van € 153,00, althans een geldbedrag en/of
-[persoon 19], op of omstreeks 13 mei 2024, heeft bewogen tot betaling/afgifte van een geldbedrag van € 29,95, althans een geldbedrag en/of
-[persoon 20], op of omstreeks 16 mei 2024, heeft bewogen tot betaling/afgifte van een geldbedrag van € 30,00, althans een geldbedrag,
in elk geval genoemde personen (telkens) heeft bewogen tot de betaling/afgifte van een geldbedrag, (telkens) zonder het goed te leveren dat tussen verdachte en genoemde personen was overeengekomen.
(art 326e Wetboek van Strafrecht)