ECLI:NL:RBROT:2025:14884

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
22 september 2025
Publicatiedatum
18 december 2025
Zaaknummer
25-008232
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ongegrond beklag ex. artikel 552a Sv inzake beslag op personenauto

Op 22 september 2025 heeft de Rechtbank Rotterdam uitspraak gedaan in een zaak waarin een derde, de klager, een klaagschrift indiende op grond van artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering (Sv) tegen het beslag dat was gelegd op een personenauto. De auto, een Mercedes AMG A 35, was in beslag genomen op 13 maart 2025 in het kader van een strafrechtelijk onderzoek naar de dochter van de klager. De klager stelde dat hij de rechtmatige eigenaar van de auto was, omdat het kenteken al voor de beslaglegging op zijn naam stond. Hij voerde aan dat hij en zijn vrouw de auto nodig hadden voor medische afspraken, en dat het beslag hen in hun zorgbehoefte benadeelde.

De officier van justitie betwistte de eigendom van de klager en concludeerde tot ongegrondverklaring van het beklag. De rechtbank oordeelde dat de klager onvoldoende had onderbouwd dat hij de eigenaar van de auto was. De rechtbank wees op verschillende feiten, zoals het feit dat de auto vanaf 27 juni 2022 op naam van de beslagene stond en dat de klager geen schriftelijke bewijsstukken had overgelegd die zijn eigendom onderbouwden. De rechtbank concludeerde dat niet buiten redelijke twijfel was komen vast te staan dat de klager eigenaar was van de inbeslaggenomen auto, en verklaarde het beklag ongegrond.

De beslissing werd genomen door een meervoudige kamer, bestaande uit de voorzitter en twee rechters, en werd openbaar uitgesproken. Tegen deze beslissing staat voor de klager beroep in cassatie open bij de Hoge Raad, binnen veertien dagen na betekening van de beslissing.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Team straf 2
raadkamernummer : 25-008232
datum : 22 september 2025
Beslissingvan de rechtbank Rotterdam, meervoudige raadkamer, op het klaagschrift op grond van artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering (Sv) van:

[klager], klager,

geboren te [geboorteplaats] ([geboorteland]) op [geboortedatum] 1956,
wonend op het adres [adres 1],
domicilie kiezend bij zijn advocaat mr. T.J.F. Wassenaar, advocaat, kantoorhoudend op het adres [adres 2].

Feiten

Op 13 maart 2025 is onder [naam], de dochter van klager, beslag gelegd op een personenauto, merk Mercedes, type AMG A 35, met kenteken [kenteken] (hierna: de auto).
Het beslag is gelegd op grond van artikel 94a Sv, in het kader van de verdenking tegen de beslagene van het onjuist of onvolledig doen van de aangifte omzetbelasting en verduistering van een geldbedrag in dienstbetrekking (parketnummer 83-398623-24).
De rechter-commissaris heeft voor het leggen van het beslag onder [naam] op
7 maart 2025 een machtiging afgegeven tot een bedrag van € 253.000,=, ter bewaring van het recht tot verhaal voor een op te leggen geldboete en/of verplichting tot betaling van een geldbedrag aan de Staat ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.

Procedure

Op 25 maart 2025 is op grond van artikel 552a Sv een klaagschrift ingediend door de klager.
Het Openbaar Ministerie heeft op voorhand zijn standpunt schriftelijk kenbaar gemaakt.
Het klaagschrift is op 8 september 2025 door de raadkamer in het openbaar behandeld. De officier van justitie, mr. T. Lucas, en de waarnemend advocaat, mr. P.A. Verhoeven namens voornoemde advocaat zijn ter zitting gehoord. De klager, hoewel goed opgeroepen, is niet verschenen. De belanghebbende [naam] is evenmin verschenen.

Standpunt klager

Het klaagschrift strekt tot teruggave van de auto aan de klager. Aangevoerd is dat de klager de rechtmatige eigenaar is van de auto. Het kenteken van de auto stond al voor de beslaglegging op zijn naam. De klager is zelf geen verdachte in een strafzaak, maar klager en zijn vrouw worden wel geraakt door dit beslag, omdat zij hulpbehoevend zijn. Aan hen wordt intensieve zorg verleend door hun dochter, onder wie de auto in beslag is genomen. Vanwege hun beperkingen hebben de klager en zijn vrouw de auto nodig om te worden vervoerd naar ziekenhuisafspraken. De beslagene brengt de klager en zijn vrouw naar die afspraken.
Omdat eerder beslag is gelegd op de helft van de woning van de beslagene, is sprake van overbeslag: de waarde van het totale beslag is hoger dan het bedrag waarvoor de rechter-commissaris de machtiging heeft afgegeven. Verder is verbeurdverklaring van de auto of een sanctie jegens de beslagene niet te verwachten, zodat ook om deze redenen wordt verzocht tot teruggave van de auto.

Standpunt officier van justitie

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot ongegrondverklaring van het beklag, omdat niet buiten twijfel is komen vast te staan dat de klager eigenaar is van de auto. De officier van justitie betoogt dat de beslagene, ook na wijziging van de tenaamstelling op 12 mei 2023 feitelijk eigenaar is gebleven van de auto. De stelling dat de klager eigenaar is van de auto wordt slechts ingenomen om uitwinning te verhinderen.

Beoordeling

Vooropgesteld moet worden dat het onderzoek in raadkamer naar aanleiding van een klaagschrift als bedoeld in artikel 552a Sv een summier karakter draagt. Dat betekent dat van de rechter niet kan worden gevergd ten gronde in de mogelijke uitkomst van een nog te voeren hoofdzaak of ontnemingsprocedure te treden.
Op de auto is op grond van artikel 94a Sv conservatoir beslag gelegd. Het klaagschrift is niet ingediend door de beslagene, maar door een derde die stelt eigenaar van de auto te zijn. Indien een derde die stelt eigenaar te zijn, op de voet van artikel 552a Sv een klaagschrift heeft ingediend, dient de rechter als maatstaf aan te leggen dat buiten redelijke twijfel staat dat die derde als eigenaar van dat inbeslaggenomen voorwerp moet worden aangemerkt. De klager heeft ter onderbouwing van zijn stelling dat hij eigenaar is van de auto gewezen op een kentekenbewijs, waaruit blijkt dat het kenteken van de auto op zijn naam staat.
De rechtbank overweegt dat bij de beantwoording van de vraag of buiten redelijke twijfel is dat de klager eigenaar is van een onder een ander inbeslaggenomen auto, niet doorslaggevend is of die auto in het kentekenregister op zijn naam is gesteld (zie ook ECLI:NL:HR:2021:1572). Uit de processtukken en het verhandelde in raadkamer is gebleken dat de auto vanaf 27 juni 2022 op naam stond van de beslagene. Op 11 mei 2023 is voor een bedrag van € 91.000,= conservatoir beslag gelegd op de woning van de beslagene. De auto is de volgende dag, op 12 mei 2023, op naam gezet van de klager. De rechtbank weegt deze opvallende omstandigheid mee bij haar beoordeling en constateert dat namens de klager hiervoor geen verdere verklaring is gegeven. Uit onderzoek naar de rekeningen van de beslagene blijkt niet dat door de klager of door een ander betalingen zijn gedaan voor aankoop van de auto. De ter terechtzitting namens de klager ingenomen stelling dat door hem eerder geldbedragen zijn geleend aan de beslagene en dat de auto als afbetaling daarvan diende, is slechts onderbouwd door een verklaring van de klager en zijn vrouw. Er is geen schriftelijke vastlegging van een lening overgelegd. Ook het precieze bedrag dat zou zijn geleend wordt niet genoemd en evenmin is gebleken van enige betaling, giraal of contant, uit hoofde van een lening.
Gebleken is dat de beslagene na de overschrijving van het kenteken op naam van de klager, feitelijk gebruik bleef maken van de auto. Ook was de telefoon van de beslagene gekoppeld aan het infotainmentsysteem van de auto en werd in de auto ten tijde van de inbeslagname een bankpas aangetroffen van de eenmanszaak van de beslagene. Verder is de beslagene in de periode 30 augustus 2023 tot en met 17 oktober 2024 meermalen door de politie aangehouden, terwijl zij als bestuurder en enige inzittende in het voertuig zat. Het merendeel van de verkeersovertredingen die zijn begaan met de auto na de overschrijving van het kenteken, staat op naam van de beslagene. De moeder van de beslagene heeft verklaard dat zij en de klager geen auto meer rijden. Verder zijn facturen voor onderhoud van de auto, ook na de wijziging tenaamstelling, steeds gericht aan de beslagene.
Deze feiten en omstandigheden samen, vragen om een nadere onderbouwing door de klager, om buiten redelijke twijfel aan te kunnen nemen dat hij sinds het overschrijven van het kenteken in mei 2023 de eigenaar is van de auto. Omdat onvoldoende is onderbouwd dat de klager eigenaar is van de auto, dient het beklag ongegrond te worden verklaard en komt de rechtbank niet toe aan een verdere bespreking van de in het klaagschrift aangevoerde gronden.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beklag ongegrond.
Deze beslissing is gegeven door mr. J.M.L. van Mulbregt, voorzitter,
en mrs. L. Stevens en F. van Laanen, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. T. van Driel, griffier,
en in het openbaar uitgesproken op 22 september 2025.
De oudste en jongste rechter zijn buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.
Tegen de beslissing van deze rechtbank staat voor de beklager beroep in cassatie bij de Hoge Raad open, in te stellen bij de griffie van deze rechtbank, binnen veertien (14) dagen na betekening van deze beslissing.