Op 22 september 2025 heeft de Rechtbank Rotterdam uitspraak gedaan in een zaak waarin een klaagschrift werd ingediend door een klager met betrekking tot beslaglegging op een telefoon en een geldbedrag. De klager was niet-ontvankelijk in zijn beklag tegen het beslag op de telefoon, omdat hij deze inmiddels had teruggekregen. Het beklag tegen het beslag op het geldbedrag van € 1.565,- werd ongegrond verklaard. De rechtbank oordeelde dat het beslag rechtmatig was gelegd op basis van een Europees Onderzoeksbevel (EOB) en een Europees Bevriezingsbevel (EBB) van de Belgische autoriteiten, die de klager verdenken van het telen van hennep. De klager had het geld verdiend met werkzaamheden voor zijn onderneming en voerde aan het geld nodig te hebben voor toekomstige klussen. De rechtbank stelde vast dat de klager ontvankelijk was in zijn beklag over het geldbedrag, maar dat het beslag rechtmatig was en er geen gronden waren voor weigering van het EBB. De rechtbank benadrukte dat de proportionaliteit en subsidiariteit van het beslag aan de Belgische rechter moesten worden voorgelegd. De beslissing werd genomen door een meervoudige kamer, bestaande uit drie rechters, en is openbaar uitgesproken.