In deze zaak heeft de kantonrechter van de Rechtbank Rotterdam op 21 november 2025 uitspraak gedaan in een geschil tussen een ex-werknemer, aangeduid als [verzoekster], en haar voormalige werkgever, Croissanterie de Snor B.V. De ex-werknemer verzocht om betaling van achterstallig loon, vakantietoeslag, vakantiedagen en een billijke vergoeding na het beëindigen van haar arbeidsovereenkomst. De arbeidsovereenkomst was oorspronkelijk voor bepaalde tijd en de arbeidsomvang was door de werkgever gewijzigd van 30 uur naar 20 uur per week, wat de ex-werknemer betwistte. De kantonrechter oordeelde dat de wijziging van de arbeidsomvang niet vernietigbaar was en dat de ex-werknemer geen recht had op loon op basis van 30 uur per week. De Snor werd veroordeeld om een bedrag van € 144,47 bruto aan de ex-werknemer te betalen, wat betrekking had op het achterstallig loon en de restant transitievergoeding. De proceskosten werden gecompenseerd, wat betekent dat iedere partij zijn eigen kosten draagt. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard, wat inhoudt dat de uitspraak onmiddellijk uitgevoerd kan worden, ook als er hoger beroep wordt aangetekend.