In deze zaak heeft de kantonrechter in Rotterdam op 2 december 2025 uitspraak gedaan in een kort geding tussen een verhuurder, vertegenwoordigd door mr. J. Postma, en een huurder, vertegenwoordigd door mr. L.M. Ravestijn. De verhuurder eist ontruiming van de kantoorruimte in Vlaardingen op basis van huurachterstanden en onbetaalde servicekosten. De huurder betwist de huurachterstand en voert aan dat er gebreken zijn aan het gehuurde, waardoor opschorting van de huurbetalingen gerechtvaardigd zou zijn. De kantonrechter oordeelt dat de huurder een spoedeisend belang heeft bij het voortzetten van de huurovereenkomst, maar dat de verhuurder ook recht heeft op betaling van de huur. De kantonrechter wijst de primaire vordering tot ontruiming af, maar kent een voorwaardelijke ontruiming toe, waarbij de huurder de kantoorruimte moet verlaten als de huur niet tijdig wordt betaald. De huurder wordt veroordeeld tot betaling van de huur over oktober en november 2025 en de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.