ECLI:NL:RBROT:2025:14854
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bezwaren tegen terugvordering WW-uitkering niet-ontvankelijk wegens te late indiening
Eiser ontving vanaf oktober 2024 een WW-uitkering en kreeg een terugvordering opgelegd door het UWV wegens te veel ontvangen uitkering over november en december 2024. Eiser maakte bezwaar tegen deze besluiten, maar diende deze pas op 8 mei 2025 in, terwijl de bezwaartermijn op 6 mei 2025 was verstreken.
Eiser stelde dat hij tijdig telefonisch bezwaar had gemaakt binnen de termijn, maar kon dit niet aannemelijk maken. Het UWV overlegde de contacthistorie waaruit bleek dat geen telefonisch bezwaar was geregistreerd. De rechtbank oordeelde dat het UWV de bezwaren terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard wegens overschrijding van de termijn.
De rechtbank wees het beroep van eiser af, waardoor hij geen griffierecht of proceskosten vergoed krijgt. De uitspraak is gedaan door rechter M. Zoethout en griffier M. Damen op 22 december 2025, zonder zitting.
Uitkomst: De rechtbank verklaart de bezwaren van eiser niet-ontvankelijk wegens te late indiening en wijst het beroep af.