Op 24 november 2025 heeft de Rechtbank Rotterdam een beschikking gegeven in de zaken van de minderjarigen [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2], die onder toezicht zijn gesteld van de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming West. De rechtbank heeft de ondertoezichtstelling van beide minderjarigen verlengd tot 7 december 2026 en de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder verlengd tot 7 januari 2026. De rechtbank heeft vastgesteld dat de moeder van de minderjarigen, die onder behandeling is bij Antes, grote stappen vooruit heeft gezet in haar behandeling en dat zij in staat is om de zorg voor haar kinderen weer op zich te nemen. De rechtbank heeft echter ook geconstateerd dat de GI onvoldoende actie heeft ondernomen om een thuisplaatsing te realiseren en dat er geen vaste jeugdbeschermer beschikbaar is. De rechtbank heeft de beslissing uitvoerbaar bij voorraad verklaard, zodat deze direct geldt, ook als er hoger beroep wordt ingesteld. De beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken, met de mogelijkheid voor belanghebbenden om binnen drie maanden in hoger beroep te gaan bij het gerechtshof Den Haag.