Aan die eisen wordt – kort samengevat – het volgende ten grondslag gelegd.
[eiseres 1] is verhuurder van de gehuurde ruimte. [eiseres 2] is slechts als tweede eisende partij vermeld voor het geval er discussie zou ontstaan over wie juridisch gezien als verhuurder en dus als eisende partij kan optreden en voor het geval in dat geval geoordeeld zou worden dat [eiseres 2] en niet [eiseres 1] verhuurder en eisende partij is.
[gedaagde 1] moet de overeengekomen huur, servicekosten en btw maandelijks vooruit betalen, maar heeft een achterstand laten ontstaan van € 64.635,04 berekend tot 28 november 2025. Op het te laat betalen van de huur staat een contractuele boete (met een minimum) van € 300,00 per maand. De verschuldigde boete bedraagt € 4.800,00, berekend tot 25 november 2025.
Twee van de gehuurde ruimtes zijn onderverhuurd (geweest). Onderverhuur is op basis van de huurovereenkomst toegestaan na toezending en goedkeuring van de onderverhuurovereenkomsten door de verhuurder, maar dat is niet gebeurd. Er is dus sprake van onbevoegde onderverhuur. Daarop staat een contractuele boete van tweemaal de huur voor de periode dat onbevoegd wordt onderverhuurd. Eén van de gehuurde ruimtes wordt onderverhuurd vanaf 1 augustus 2024; de boete berekend tot 28 november 2025 is tweemaal zestien maanden keer de maandhuur, in totaal € 324.880,16.
De betalingsachterstand, onbevoegde onderverhuur en het niet zelf gebruiken van het gehuurde zijn op zichzelf en ook in samenhang gezien tekortkomingen in het nakomen van de contractuele verplichtingen die het ontbinden van de huurovereenkomst rechtvaardigen. Een eis tot ontbinding van de huurovereenkomst in een gewone procedure heeft een zodanige kans van slagen dat het gerechtvaardigd is hierop vooruit te lopen en in kort geding ontruiming van de gehuurde ruimtes toe te wijzen.
De verhuurder heeft kosten gemaakt voor het verkrijgen van voldoening van de vordering buiten rechte. Op basis van de algemene bepalingen moet de huurder alle daarvoor gemaakte kosten voldoen, die bij voorbaat zijn vastgesteld op 15% van de hoofdsom met een maximum van € 25.000,00. Het gaat in dit geval om € 9.695,26.
Niet alleen [gedaagde 1] kan worden aangesproken voor het voldoen aan de verplichtingen uit de huurovereenkomst, maar ook [gedaagde 2] . Zij heeft als bestuurder van [gedaagde 1] in privé de verplichtingen uit de huurovereenkomst hoofdelijk gegarandeerd.
Er is spoedeisend belang bij het toewijzen van de ontruiming van het gehuurde en het voldoen van de betalingsachterstand, omdat de achterstand aanzienlijk is en er omstandigheden zijn waardoor gevreesd wordt dat de achterstand alleen maar zal oplopen. Er is geen sprake van een restitutierisico van de kant van de verhuurder.