Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
[adres] , [postcode] te [woonplaats] ,
1.Onderzoek op de terechtzitting
2.Tenlastelegging
3.Eis officier van justitie
- vrijspraak van de impliciet primair ten laste gelegde moord;
- bewezenverklaring van de impliciet subsidiair ten laste gelegde doodslag;
- veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 jaar met aftrek van voorarrest, en ter beschikkingstelling van de verdachte met bevel tot dwangverpleging voor een ongemaximeerde duur.
4.Waardering van het bewijs
14 jan. [voornaam verdachte] uit” en “
23 jan 10:30 goed gesprek”.
in of omstreeks de periode van 22 januari 2024 tot en metop23 januari 2024 te [woonplaats]
en met voorbedachten rade, in elk geval opzettelijk,
en al dan niet na kalm beraad en rustig overleg,
, althans eenmaalmet een mes in de borst
althans het (boven)lichaamvan die [slachtoffer] gestoken, ten gevolge waarvan voornoemde [slachtoffer] is overleden.
5.Strafbaarheid feit
doodslag.
6.Strafbaarheid verdachte
7.Motivering straf en maatregel
8.Vorderingen benadeelde partijen
9.Voorlopige hechtenis
10.Toepasselijke wettelijke voorschriften
11.Bijlagen
12.Beslissing
gevangenisstraf voor de duur van 6 (zes) jaar;
ter beschikking wordt gesteld (ongemaximeerd);
van overheidswege wordt verpleegd (ongemaximeerd);
[persoon C], te betalen een bedrag van
€ 25.372,90 (zegge: vijfentwintig duizend driehonderdtweeënzeventig euro), bestaande uit € 7.872,90 aan materiële schade en
de maatregel tot schadevergoedingop, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van
[persoon C]te betalen
€ 25.372,90(hoofdsom,
zegge: vijfentwintig duizend driehonderdtweeënzeventig euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf
gijzelingkan worden toegepast voor de duur van
161 dagen;
[persoon D], te betalen een bedrag van
€ 17.500,- (zegge: zeventienduizend vijfhonderd euro), bestaande uit immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 23 januari 2024 tot aan de dag der algehele voldoening;
de maatregel tot schadevergoedingop, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van
[persoon D]te betalen
€ 17.500,-(hoofdsom,
zegge: zeventienduizend vijfhonderd euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf
gijzelingkan worden toegepast voor de duur van
122 dagen;
[persoon B]niet-ontvankelijk in de vordering;
[persoon E]niet-ontvankelijk in de vordering;