Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De procedure
- de dagvaarding van 29 september 2025, met bijlagen;
- de rolbeslissing van 5 november 2025;
- de akte van Havensteder van 13 november 2025 met een eisvermindering.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Rotterdam
De huurder heeft sinds november 2020 een woning en parkeerplaats gehuurd van Stichting Havensteder. Er is een huurachterstand ontstaan waarvoor Havensteder betaling vordert, inclusief incassokosten, rente, ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming.
De kantonrechter verleent verstek tegen de huurder en oordeelt dat het opslagbeding van maximaal 5% bovenop de CPI-huurverhoging oneerlijk is en vernietigt dit beding. Hierdoor wordt de gevorderde huurachterstand verminderd met het te veel in rekening gebrachte bedrag van €450,36. Incassokosten en rente worden afgewezen vanwege een oneerlijk boetebeding in de algemene voorwaarden.
De kantonrechter veroordeelt de huurder tot betaling van €5.880,90, ontbindt de huurovereenkomst wegens ernstige huurachterstand en veroordeelt tot ontruiming binnen veertien dagen. Tevens wordt een gebruiksvergoeding opgelegd vanaf 1 oktober 2025 tot ontruiming. Proceskosten worden aan de huurder opgelegd en het vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Huurder wordt veroordeeld tot betaling van €5.880,90, ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming binnen veertien dagen.