Stichting Woonstad Rotterdam verhuurt een woning aan twee huurders die een huurachterstand hebben opgebouwd. De achterstand bedroeg bij dagvaarding € 6.740,06, welke deels erkend en gedeeltelijk betaald is. Woonstad vordert betaling van de resterende achterstallige huur, rente, de lopende huur vanaf december 2025 en proceskosten.
De kantonrechter wijst de vordering toe omdat de huurders de achterstand hebben erkend en de rente niet is betwist. Tevens wordt de maandelijkse huur vanaf december 2025 toegewezen, met de mogelijkheid tot jaarlijkse huurverhoging conform de overeenkomst. Een betalingsregeling kan niet worden opgelegd zonder toestemming van Woonstad.
De huurders worden hoofdelijk veroordeeld tot betaling van de gevorderde bedragen en proceskosten, begroot op € 1.502,43. Het vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, zodat onmiddellijke uitvoering mogelijk is, ook bij hoger beroep.